Voor-westerse geschiedenis (3): klimaat

Windgod (Musée de Mariemont, Morlanwelz)

Mijn vorige blogje in de reeks over de voor-westerse geschiedenis rondde ik af met de constatering dat het landschap het de bewoners niet makkelijk maakt. Overal waren en zijn bergen, die reiken tot aan de zee. Daarop zijn natuurlijk uitzonderingen. De noordkust wordt hier en daar onderbroken door de moerassige gebieden bij riviermondingen. Dat het Romeinse Rijk zich uitbreidde naar Gallië, kwam doordat de Rhône dat noordwetselijke gebied verbond met de Middellandse Zee, maar ook dan nog is die stroom een lange gleuf tussen het Massif Central en de West-Alpen. Eigenlijk ligt het landschap alleen tussen de Nijldelta en Byzacene (in Tunesië) open naar het achterland.

Het opent zich daar echter naar een droge steppe, die verder naar het zuiden plaats maakt voor de woestijn. Dat geldt ook voor Mesopotamië: reis naar het westen of zuiden, en er is woestijn; reis naar de oostelijke bergen, en op de Iraanse Hoogvlakte groeit ook niet al te veel. Hoewel daar langs de schaarse artesische bronnen en oases een Zijderoute zou ontstaan, blokkeert de woestijn feitelijk de weg naar India en Centraal-Eurazië. Wat de vraag oproept waarom er zoveel woestijn ligt.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (3): klimaat”

III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (2)

Lambaesis, basis van III Augusta

Ik noemde in het vorige stukje hoe III Augusta in Tunesië en Algerije was terechtgekomen en een basis had gebouwd in Lambaesis. Uit de tijd van keizer Hadrianus (r.117-138) komt een belangrijke inscriptie: een toespraak van de keizer tot de manschappen. Hij prijst ze, maar maakt ook duidelijk hoe scherp de hiërarchie is tussen soldaten en officieren.

Met een onderbreking die ik nog zal noemen, was en bleef Lambaesis de basis van III Augusta. Soms gingen onderafdelingen naar andere provincies.

Lees verder “III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (2)”

Middeleeuws Tunesië

Mahdia

Ik vertelde gisteren dat Aghlabidisch Tunesië in de problemen kwam door een grote opstand. De rebellen hielpen vervolgens de Fatimiden, eveneens sji’ieten, aan de macht in Egypte. Zij eisten het kalifaat op, dat volgens hen ten onrechte in handen was gekomen van de Umayyaden (eerst in Damascus, rond 900 nog steeds in Córdoba) en de Abbasiden van Bagdad. De zich als kalief aandienende Fatimidische leider gold als de teruggekeerde laatste imam, de mahdi, en de residentie van de Fatimidische gouverneur in Tunesië heette dan ook Mahdia.

De Ziriden

De bestuurders die, toen de Fatimidische kalief zich vestigde in Cairo, namens hem heersten over Tunesië, kwamen vanaf 972 uit de dynastie die bekendstaat als de Ziriden, Berbers. En zoals de Aghlabiden autonomie hadden verworven ten opzichte van de Abbasiden, zo gingen de Ziriden zich onafhankelijk gedragen ten opzichte van de Fatimiden. De economische bloei van Tunesië zette zich aanvankelijk voort, maar men verloor de greep op de woestijnhandel: de Fatimiden in Egypte en de Almoraviden in Marokko werden geduchte concurrenten.

Lees verder “Middeleeuws Tunesië”

Tunesië onder de Aghlabiden

Moskee van Kairouan

In de tweede helft van de zevende eeuw veroverden de Arabische legers het gebied dat nu Tunesië heet. In 647 na Chr. waren er gevechten bij de stad Sbeitla, in het binnenland; een tweede opmars begon in 666 en kreeg vier jaar later een voorlopig einde toen de Arabische leider Uqba ibn Nafi al-Fihri de nieuwe residentie Kairouan stichtte. Ook die stad lag in het binnenland: vér van de verleidingen van Karthago, onbereikbaar voor Byzantijnse vlootaanvallen, strategisch ten opzichte van de gebieden waar de Berbers woonden, met wie men nog op voet van oorlog verkeerde.

Weer vijf jaar later, in 675, viel ook het schiereiland achter Kaap Bon, dat als een grote vinger vanuit Tunesië wijst naar Sicilië, in handen van de Arabieren. Even leek het erop dat de Berbers zich konden herstellen en de Arabieren konden verdrijven. In 683 vernietigden ze een Arabisch leger en meteen daarna namen ze Kairouan. Zes jaar later herstelden de Arabieren hun gezag, in 695 viel ook Karthago, dat nog eenmaal werd heroverd door de Byzantijnen, maar uiteindelijk toch Arabisch was.

Lees verder “Tunesië onder de Aghlabiden”

Romeinse forten in Syrië

Niet in Syrië maar in Jordanië: Qasr Bshir

Zoals een van de vaste gasten in de reageerpanelen al opmerkte, vertelt The Guardian over Romeinse forten die zijn ontdekt in Syrië. Dát daar forten waren, was allang bekend. Die dateren uit de derde en vierde eeuw na Chr. De reeks loopt door richting Jordanië, waar het bovenstaande fort is te zien: Qasr Bshir, het best-bewaarde Romeinse fort ter wereld. Qasr el-Azraq is een ander voorbeeld.

De limes in Syrië

Dat we op oude lucht- en satellietfoto’s meer forten kunnen ontdekken, is ook bekend. Een recente studie uit Groot-Brittannië toont dat de Romeinen het generaalsadvies dat de voornaamste poort naar de vijand gericht moest zijn, zelden opvolgden. Zulk onderzoek doen ze dus ook in Syrië. De luchtfoto’s daar zijn gemaakt tijdens en kort na de Eerste Wereldoorlog en voor de satellietfoto’s moet u denken aan het Corona-programma uit jaren zestig en zeventig waarover ik twee jaar geleden schreef. Toen de Landsat-foto’s kwamen, was veel wat voordien zichtbaar was, door intensiever landgebruik verdwenen.

Lees verder “Romeinse forten in Syrië”

Domitianus (37): De Nasamonen

Awjila

Awjila is vermoedelijk niet de eerste plek waaraan u denkt als het gaat over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96). De naam van de Libische oase valt in de expositie in het Rijksmuseum van Oudheden niet en ik geloof dat ik de naam ook niet ben tegengekomen in het PALMA-boek of de catalogus (die u hier en daar bestellen kunt). Toch is Awjila een interessante plek. Daarmee bedoel ik niet dat Abdallah ibn Sa’d, de eerste admiraal van een islamitische vloot, in de plaatselijke moskee ligt begraven, ruim 200 kilometer vanaf de dichtstbijzijnde zee. Hoewel dat, om eerlijk te zijn, mijn voornaamste herinnering is.

Nasamonen

Ter zake. Awjila was de oase waar de Nasamonen woonden. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio vertelt over hen:

Lees verder “Domitianus (37): De Nasamonen”

“Naar alle kanten het Rijk vergroot” (3)

De limes in Libië (Bu Njem)

[Vandaag het derde van vier blogs over de veldtochten van keizer Septimius Severus (r.193-211), die het Romeinse Rijk bracht tot zijn grootste omvang. Dat dit onder Trajanus zou zijn gebeurd is vooral propaganda van Mussolini. Het eerste deel is hier.]

Weinig lezers zullen destijds hebben vermoed dat achter de vage aanduiding dat Severus “Naar alle kanten het Rijk vergroot” ook een overwinning in het huidige Libië schuilging. Toch was dit waarschijnlijk het succes dat de keizer het meest na aan het hart lag en dat de meest duurzame gevolgen heeft gehad.

Lucius Septimius Severus was geboren in Lepcis Magna, een van de havensteden waaraan de Tripolitana, het “Driestedenland”, zijn naam dankt. In het achterland werden graan en olijven verbouwd en nog wat verder naar het zuiden begon een gebied waar de Garamanten met hun kuddes heen en weer trokken. ’s Winters en in de lente verbleven deze nomaden in de oases in het binnenland, maar aan het einde van de zomer verweidden ze hun kuddes naar de kuststrook, waar ze de boeren hielpen bij de olijfoogst. De meegenomen dromedarissen deden dienst als trekdier bij het ploegen en ook de achtergelaten mest kwam van pas. Er was tijd voor handel. Zuivel en vlees werden geruild tegen graan en olie. Met ivoor, goud en andere artikelen uit Centraal-Afrika werden de producten van de stedelijke ambachtslieden betaald.

Lees verder ““Naar alle kanten het Rijk vergroot” (3)”

Kunst in de Sahara

Ghirza, noordelijke necropool, Mausoleum C

Rond het jaar 200 na Chr. besloot de Romeinse keizer Septimius Severus dat het tijd werd in Libië de stad Lepcis Magna, waar hij was geboren, beter te beschermen tegen invallen van woestijnnomaden. Dat kon alleen door alle oasen in de Sahara te bezetten, zodat de nomaden niet langer het gecultiveerde land rond Lepcis konden bereiken. De nieuwe rijksgrens staat bekend als de Limes Tripolitanus en is het Libische broertje van de limes die hier in Nederland liep langs de Rijn.

Nu kun je wel een garnizoen leggen in een oase, je moet het ook nog voeden, en geen oase produceert genoeg water om voor 500 man en 500 dromedarissen voedsel te produceren. Geen nood: de Romeinen legden dammen en cisternes aan in de wadi’s, zodat ze boeren in de halfwoestijn konden vestigen en van de winterregens konden profiteren. Septimius Severus paste dus gewoon even een ecosysteem aan. Je bent keizer van Rome of niet.

Lees verder “Kunst in de Sahara”

Vis in de woestijn

Decoratie van een mausoleum uit Ghirza.

Macht is, volgens een gangbare definitie, de mogelijkheid dat je een ander iets kunt laten doen, eventueel tegen zijn of haar zin. “Een compleet ecosysteem naar je hand zetten” past niet in die definitie, maar lijkt me toch ook een uiting van macht. De Romeinse keizer Septimius Severus deed het.

Rond het jaar 200 na Chr. bezocht hij noordwest-Libië, zijn geboortestreek, en als ervaren generaal zag hij dat de verdediging beter kon. De Garamanten in het zuiden troffen een open grens aan en hoewel deze nomaden nooit echt gevaarlijk konden worden, konden ze wel grote schade aanrichten. De oplossing was simpel: Severus bouwde drie forten (Gadames, Gheriat el-Garbia en Bu Njem) om drie oases te beheersen. Geen Garamant kon naar het Romeinse Rijk komen zonder water te putten op een door de Romeinen beheerst punt.

Lees verder “Vis in de woestijn”

Ploegende dromedaris

Ploegende dromedaris (Museum van Bani Walid)

Omdat ik in mijn museumstukkenreeks al wat aandacht besteedde aan de geplunderde musea van Syrië, is het zinvol ook even te kijken in Libië. Laat je niets wijsmaken: het is ook daar een klerezooi. Zeker, het mooie museum in Tripoli is vrijwel onbeschadigd, maar wat moet een mens daar zien? Mooie standbeelden en mozaïeken, fraai aardewerk: ze hebben het er allemaal. Het is echter niet uniek. Het zou triest zijn geweest als het was geplunderd, zeker, maar soortgelijk materiaal is ook elders te vinden.

Dat ligt anders met het kleine museum van Bani Walid, dat is gewijd aan de vondsten van de Limes Tripolitanus. Dit is een van de bijzonderste projecten uit de Oudheid. Deze sector uit het Romeinse grensgebied, bestaande uit halfwoestijn, lag open voor nomadische aanvallen en viel alleen te verdedigen door de oases te bezetten en te beletten dat de nomaden water konden vinden. Een oase is echter te klein om een garnizoen te voeden, en daarom veranderden de Romeinen het door wadi’s doorsneden, droge landschap door middel van kanaaltjes, dammetjes en cisternen in een vruchtbaar gebied. Hoe succesvol men was, blijkt wel uit het feit dat er in de forten badhuizen stonden, met warmwaterbaden die moesten worden gestookt en die dus houtteelt veronderstellen.

Lees verder “Ploegende dromedaris”