#Romeinenweek: Kunst in de Sahara

Ghirza, noordelijke necropool, Mausoleum C

Rond het jaar 200 n.Chr. besloot de Romeinse keizer Septimius Severus dat het tijd werd in Libië de stad Lepcis Magna, waar hij was geboren, beter te beschermen tegen invallen van woestijnnomaden. Dat kon alleen door alle oasen in de Sahara te bezetten, zodat de nomaden niet langer het gecultiveerde land rond Lepcis konden bereiken. De nieuwe rijksgrens staat bekend als de Limes Tripolitanus en is het Libische broertje van de limes die hier in Nederland liep langs de Rijn.

Nu kun je wel een garnizoen leggen in een oase, je moet het ook nog voeden, en geen oase produceert genoeg water om voor 500 man en 500 dromedarissen voedsel te produceren. Geen nood: de Romeinen legden dammen en cisternes aan in de wadi’s, zodat ze boeren in de halfwoestijn konden vestigen en van de winterregens konden profiteren. Septimius Severus paste dus gewoon even een ecosysteem aan. Je bent keizer van Rome of niet.

Lees verder “#Romeinenweek: Kunst in de Sahara”

Vis in de woestijn

Decoratie van een mausoleum uit Ghirza.

Macht is, volgens een gangbare definitie, de mogelijkheid dat je een ander iets kunt laten doen, eventueel tegen zijn of haar zin. “Een compleet ecosysteem naar je hand zetten” past niet in die definitie, maar lijkt me toch ook een uiting van macht. De Romeinse keizer Septimius Severus deed het.

Rond het jaar 200 n.Chr. bezocht hij noordwest-Libië, zijn geboortestreek, en als ervaren generaal zag hij dat de verdediging beter kon. De Garamanten in het zuiden troffen een open grens aan en hoewel deze nomaden nooit echt gevaarlijk konden worden, konden ze wel grote schade aanrichten. De oplossing was simpel: Severus bouwde drie forten (Gadames, Gheriat el-Garbia en Bu Njem) om drie oases te beheersen. Geen Garamant kon naar het Romeinse Rijk komen zonder water te putten op een door de Romeinen beheerst punt.

Lees verder “Vis in de woestijn”

Ploegende dromedaris

bani_walid_mus_peasants_dromedary

Ploegende boer (museum van Bani Walid)

Omdat ik in mijn museumstukkenreeks al wat aandacht besteedde aan de geplunderde musea van Syrië, is het zinvol ook even te kijken in Libië. Laat je niets wijsmaken: het is ook daar een klerezooi. Zeker, het mooie museum in Tripoli is vrijwel onbeschadigd, maar wat moet een mens daar zien? Mooie standbeelden en mozaïeken, fraai aardewerk: ze hebben het er allemaal. Het is echter niet uniek. Het zou triest zijn geweest als het was geplunderd, zeker, maar soortgelijk materiaal is ook elders te vinden.

Dat ligt anders met het kleine museum van Bani Walid, dat is gewijd aan de vondsten van de Limes Tripolitanus. Dit is een van de bijzonderste projecten uit de Oudheid. Deze sector uit het Romeinse grensgebied, bestaande uit halfwoestijn, lag open voor nomadische aanvallen en viel alleen te verdedigen door de oases te bezetten en te beletten dat de nomaden water konden vinden. Een oase is echter te klein om een garnizoen te voeden, en daarom veranderden de Romeinen het door wadi’s doorsneden, droge landschap door middel van kanaaltjes, dammetjes en cisternen in een vruchtbaar gebied. Hoe succesvol men was, blijkt wel uit het feit dat er in de forten badhuizen stonden, met warmwaterbaden die moesten worden gestookt en die dus houtteelt veronderstellen.

Lees verder “Ploegende dromedaris”

Timboektoe (2)

Zomaar een oud handschrift, niet uit Timboektoe (Vaticaanse Bibliotheek, Rome)

Ik vertelde in de vorige post dat er in Timboektoe informatie ligt die nergens anders beschikbaar is. Maar hoe belangrijk is die? Ik had ooit een Nigeriaanse geliefde, die spinnijdig kon worden om het gemak waarmee Europese historici het konden hebben over “the people without history” (de titel van een boek dat overigens probeerde de balans recht te zetten). Voor haar was de geschiedenis van West-Afrika een halszaak. Een alleszins begrijpelijk standpunt, maar we moeten eerlijk erkennen dat niet iedereen evenveel waarde hecht aan dat onderwerp, zoals het u ook vrij staat geen belang te stellen in de precieze recitatiewijze van de Koran.

Lees verder “Timboektoe (2)”

De Limes Tripolitanus: de Late Oudheid

De versterkte boerderij van Qasr Banat

[Dit is het vijfde deel van artikel dat oorspronkelijk verscheen in het tijdschriftje dat Livius Onderwijs enige tijd uitgaf, Momentum; het eerste deel verscheen hier.]

De ambitie van keizer Septimius Severus was een krachtige, op zorgvuldig watermanagement gebaseerde grenscultuur, waarin kolonisten voedsel produceerden voor de garnizoenen. In het Zeskeizerjaar 238 bleek het ongelijk van critici als Cassius Dio. Het Derde Derde Augusta, dat de verkeerde pretendent had gesteund, werd ontbonden en de Tripolitaners kwamen er alleen voor te staan. Maar de kolonisten trokken niet weg van de akkers die ze hadden ontgonnen en organiseerden zelfbewust de verdediging van hun eigen land.

Op grote schaal versterkten ze hun huizen, die ze aanduidden als centenaria. Er zijn er ongeveer tweeduizend bekend, herkenbaar aan wat plompe, uit regelmatige stenen gebouwde muren, rechthoekige plattegronden en signaaltorens waarmee ze in contact stonden met andere versterkte boerderijen. Voorbeelden zijn Gheriat esh-Shergia, Qasr Banat en Suq al-Awty. Mochten de Garamanten het land naderen, dan konden de bewoners rekenen op steun van hun buren en van milities in de drie grensforten.

Lees verder “De Limes Tripolitanus: de Late Oudheid”

De Limes Tripolitanus: de Bu Njem-ostraca

Het vertrek waar de Bu Njem-ostraca zijn gevonden

[Dit is het vierde deel van artikel dat oorspronkelijk verscheen in het tijdschriftje dat Livius Onderwijs enige tijd uitgaf, Momentum; het eerste deel verscheen hier.]

De opgraving van Bu Njem – of Gholaia, zoals het destijds heette – is een van de meest spectaculaire van Libië: half bedekt door het woestijnzand ligt daar een goed bewaard Romeins fort, dat ooit onderdak bood aan een cohort van het Derde Legioen Augusta en een eenheid bereden hulptroepen. Tot de vondsten behoren onder meer 146 op ostraca geschreven rapporten uit de jaren 253-259. Ze bieden een doorkijkje naar het dagelijks leven van de soldaten en maken duidelijk dat, hoe ingrijpend de ‘crisis van de derde eeuw’ elders wellicht ook geweest moge zijn, het er in elk geval in deze grenssector geordend aan toeging.

Lees verder “De Limes Tripolitanus: de Bu Njem-ostraca”

De Limes Tripolitanus: watermanagement

Septimius Severus (Archeologisch Museum Thessaloniki)

[Dit is het derde deel van artikel dat oorspronkelijk verscheen in het tijdschriftje dat Livius Onderwijs enige tijd uitgaf, Momentum; het eerste deel verscheen hier.]

De hierboven beschreven vicieuze cirkel werd doorbroken door keizer Septimius Severus, die uit Tripolitana afkomstig was. In 201 maakte hij een begin met de uitvoering van een goed-doordacht strategisch plan, waarin alles draaide om de beheersing van de oases en wadi’s. Geen nomade zou naar het noorden kunnen komen als hij geen water kon vinden, en daarom werden de oases van Ghadames, Gheriat el-Garbia en Bu Njem voorzien van forten.

Dit klinkt eenvoudiger dan het is. Er was immers te weinig neerslag om de op zich vruchtbare aarde langs de woestijnrand om te zetten in akkerbouwgrond. Maar als het ecosysteem de oplossing niet toestond, lijkt Severus te hebben gedacht, dan moest het ecosysteem maar veranderen. En dus investeerde hij in de waterhuishouding van de wadi’s, waar voortaan geen druppel verloren mocht gaan. Hoewel geen enkele antieke auteur ’s keizers blauwdruk noemt, zijn er zulke grote kapitalen mee gemoeid geweest, dat het besluit alleen op het hoogste niveau kan zijn genomen. Wie anders dan de keizer kon de import van Siciliaans eikenhout financieren om sluisdeuren te maken?

Lees verder “De Limes Tripolitanus: watermanagement”