Een verrassing in Porto Torres

De kerk van San Gavino in Porto Torres

[De Belgische oudhistoricus Jeroen Wijnendaele, de auteur van De wereld van Clovis, ging op vakantie naar Sardinië, zag van alles en deed verslag op BlueSky en hier is een vertaling.]

De Sardijnse havenstad Porto Torres oogde aanvankelijk als een teleurstelling. Dit was in de Oudheid de belangrijkste stad in noordelijk Sardinië, en de enige die door de Romeinen was gesticht (Turris Libisonis). De huidige gemeente bezit een van de belangrijkste archeologische parken op het eiland en zoals een collega uit het even verderop gelegen Sassari het uitdrukte: “Hier is de moderne Sardijnse archeologie geboren”.

En toch: een teleurstellend begin. Net als in Olbia was het archeologisch museum wegens renovatiewerkzaamheden tijdelijk gesloten. Ik had echter geen idee dat me in Porto Torres, meer precies in de basiliek van San Gavino, een donderende verrassing stond te wachten, en dat nota bene op mijn eigen terrein: de Late Oudheid.

Lees verder “Een verrassing in Porto Torres” →

Onze Lieve Vrouw van Tergu

De kerk van Onze Lieve Vrouw van Tergu

[De Belgische oudhistoricus Jeroen Wijnendaele, de auteur van De wereld van Clovis, ging op vakantie naar Sardinië, zag van alles en deed verslag op BlueSky en hier is een vertaling.]

De kerk van Onze Lieve Vrouw van Tergu is zonder meer een van de mooiste romaanse bouwwerken die ik ooit heb gezien. Het vroegmiddeleeuwse monument is echter meer dan alleen mooi. Het is tevens een prachtig symbool voor wijze waarop het gezag op Sardinië van de keizer in Constantinopel overging naar de onduidelijke giudicati, wat zoiets betekent als “door rechters bestuurde territoria”.

Na de heerschappij van de Vandalen kwam het eiland weer onder keizerlijk gezag na de veldtochten van generaal Belisarius in de jaren 530. De Arabische onderwerping van Byzantijns Afrika tegen het einde van de zevende eeuw, gevolgd door de geleidelijke bezetting van Sicilië in de negende eeuw, zorgden er echter voor dat Sardinië afgesneden raakte van het keizerlijk bestuur.

Lees verder “Onze Lieve Vrouw van Tergu” →

Caesar op geldjacht

Munt van Caesar (Neues Museum, Berlijn)

Als ik schrijf dat het de idus van juni was in het jaar waarin Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 15 april 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u dit weer een blogje zal zijn in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij verliet Afrika. Het was lente en de zee was weer bevaarbaar. In Utica scheepte hij in. De hele Afrikaanse expeditie had een half jaar geduurd en hoewel hij belangrijke vijanden had verslagen én een flink stuk Numidië had geannexeerd, had hij redenen om ontevreden te zijn. Enkele vijanden waren ontsnapt: zijn medestrijder uit de Gallische Oorlog Titus Labienus, de oud-gouverneur van Afrika Publius Attius Varus en Pompeius’ zonen Gnaeus en Sextus. Ze waren gevlucht naar Andalusië, waar het al een tijdje onrustig was. Er zou nóg een ronde gevechten zijn in de Tweede Burgeroorlog. En dat was niet wat Caesar wilde. Wie een staatsgreep succesvol afrondt, wil kunnen regeren en de eindeloos voortslepende oorlog verhinderde dat.

Lees verder “Caesar op geldjacht” →

De Zeevolken: meer problemen

Ramses III maakt korte metten met wat Zeevolken, herkenbaar aan hun hoofddeksels.

In de vorige vier stukken (één, twee, drie, vier) over de Zeevolken heb ik uitgelegd dat het bewijsmateriaal een consistent verhaal mogelijk maakt: een klimaatcrisis rond 1200 v.Chr. bracht een migratiegolf op gang van het Egeïsche-Zee-gebied richting Egypte en de Levant. Ik was begonnen uit te leggen dat het bewijsmateriaal echter zo eenduidig niet is. Het is lastig te dateren.

Het aardewerkprobleem

Een andere manier om migratie vast te stellen is kijken naar de verspreiding van deze of gene archeologische cultuur. Als we de voorwerpen die vóór 1200 v.Chr. gangbaar waren op Sardinië na een tijdje ook aantreffen in het Midden-Oosten, en als het daarbij niet alleen gaat om handelsaardewerk maar ook om keukenaardewerk, dan hebben we een aanwijzing voor migratie. Maar aardewerk is in deze periode niet alleen moeilijk te dateren, het is ook lastig te kwalificeren.

Lees verder “De Zeevolken: meer problemen” →

Fenicische kolonisatie

Standbeeld van een magistraat (“suffeet”) uit Lepcis Magna (Nationaal Museum, Tripoli)

Zoveel is zeker: de Feniciërs hebben, komend vanuit wat nu Libanon is, een aantal nieuwe steden gesticht. Kition op Cyprus; Palermo en Marsala op Sicilië; nederzettingen op Malta, Gozo en Sardinië; Lepcis Magna, Oea en Sabratha in Libië; Karthago en Utica in wat nu Tunesië heet; steden langs de Algerijnse en Marokkaanse kust; Málaga en Cádiz in Andalusië.

Het bewijs is voor een groot deel archeologisch maar ook teksten spelen een rol, terwijl sommige kolonies pure speculatie zijn, gebaseerd op namen. Kart Hadašt betekent “Nieuwe Stad” en dat is dus Karthago, en wellicht herkennen we het eerste element ook in de stadsnaam Córdoba, maar dat dit een Fenicische stadstichting is, is niet bewezen. Er zijn daar weliswaar Fenicische vondsten gedaan maar die kunnen duiden op zowel kolonisatie als handel. Dat “Marseille” is afgeleid van Marsa’il ofwel “haven van god” is nog minder zeker. Ik geloof wel in Córdoba, zij het met een voorbehoud, en niet in Marseille.

Lees verder “Fenicische kolonisatie” →