De dwarse meningen van Hemelrijk

Een scherf van een vaas, beschilderd door de Sarpedon-schilder, uit de collectie van het Allard Pierson.

Om een dreigend misverstand weg te nemen: er zijn twee Amsterdamse professoren Hemelrijk, een jongere die tegenwoordig oude geschiedenis doceert en een oudere, kunsthistoricus van huis uit, die ook directeur was van het Allard Pierson-museum. Na zijn emeritaat schreef hij een stuk of zestig stukken over de Griekse kunstgeschiedenis in Amphora, het sympathieke tijdschrift van de Vrienden van het Gymnasium; die bundelde hij in 2009 en 2014 in twee boeken, Makron en zijn makkers. Fijne lectuur.

Dwarse meningen

Al was het maar omdat de oude Hemelrijk af en toe lekker dwars kon zijn. Zo vertelt hij met smaak over de wijze waarop de georganiseerde misdaad in Italië Etruskische graven plunderde en het spul vervolgens verkocht aan buitenlandse musea, zoals het Metropolitan Museum in New York en het Getty-museum in Malibu. Die zorgden voor wetenschappelijke uitgaven die, zo schrijft Hemelrijk, de wetenschap van de kunstgeschiedenis verder brachten. De politie rolde het netwerk echter op en dus gingen de voorwerpen terug naar Italië. Maar de Italianen, die zorgden niet voor goede publicaties. Hemelrijk was niet blij

met het overdonderend succes van de Italiaanse politie: haar actie heeft een eind gemaakt aan de snelle groei van  grote verzamelingen van miljonairs over de hele wereld en ook aan de snelle groei van museumcollecties in Amerika, Europa en Japan. Die gestage groei had als resultaat een stroom van prachtige publicaties die ons vak in hoge mate hebben bevorderd.

Ik kan niet ontkennen dat ik schik heb in dit soort beweringen. Het is tenminste een mening. Het is bovendien wel zo prettig als iemand iets zegt dat naar het algemeen gevoelen volkomen fout is maar misschien toch overweging verdient.

De wetenschapper als medeplichtige

Ik schrijf “misschien”. Want er klopt natuurlijk heel, heel erg veel niet. Om te beginnen deden die miljonairs over de hele wereld geen wetenschappelijke publicaties. De huisgenoten van de miljonair hebben het esthetisch genot en de misdaad heeft het financieel voordeel; de rest van de mensheid staat erbuiten. De wetenschap der kunstgeschiedenis weet er dus niets van en is eveneens de dupe.

Punt twee is dat er tussen grafroof en museum nogal wat verloren gaat. Zoals het materiaal dat in de privécollectie van deze of gene oligarch belandt, en daarnaast het materiaal dat kapot gaat. Los daarvan: beter één vondst in situ dan tien op de markt. De vazen die Hemelrijk geïsoleerd wilde bestuderen, stonden opgesteld in graftombes waar de schilderingen, de sarcofagen én de vazen een geheel vormden. Dat geheel is onherroepelijk verloren. Vuistregel: voor elk geroofd voorwerp waarover een wetenschapper een publicatie doet, gaan er tien verloren. Misschien vijf, misschien vijftien, dat hangt af van de aard van het materiaal en van de manier waarop je de context inschat, maar in elk geval is de schade groter dan de winst.

Dan is er nog sprake van brownwashing. Als er eenmaal een wetenschappelijke publicatie is over een voorwerp, staat zoiets bovenaan in de veilingcatalogus. Niet alleen helpt die publicatie de grafrover aan het zicht onttrekken hoe het voorwerp is verworven, maar het artikel zorgt er ook voor dat er een hogere prijs kan worden gevraagd op een veiling. Ik kan me vergissen, want ik lees al die academische beleidsstukken liever niet, maar ik denk dat ik me herinner dat ik eens ergens ben tegengekomen dat valorisatie niet betekent dat de wetenschapper medeplichtig moet zijn bij een misdrijf.

Ik voeg nog toe: wat men koopt op de zwarte markt, kan vals zijn. Dat geldt niet voor alle vondstcategorieën evenveel. Ik denk dat Hemelrijk, wiens belangstelling vooral Griekse vazen betrof, zich terecht niet zoveel zorgen om de echtheid maakte, want het namaken van antiek aardewerk is lastig. Ik teken overigens wel aan dat het procedé om zogeheten bucchero-aardewerk te maken, eerder doorgrond was door vervalsers dan door wetenschappers.

Bewuste medeplichtigheid

Wat me vooral stoort is dat Hemelrijk wist dat miljonairs geen publicaties doen, wist dat er meer verloren gaat dan gered, wist dat wetenschappelijke publicaties over gestolen voorwerpen de auteurs medeplichtig maken aan de misdaad en dat er een risico is dat het wetenschappelijk databestand vervuild raakt met valse data. Het is mij namelijk allemaal uitgelegd in mijn tweede jaar (1986/1987); ik heb het zelf uitgelegd toen ik wetenschapsleer doceerde aan de VU; het is vastgelegd in de toelichting bij internationale verdragen; het staat in de ethische codes van musea.

Hemelrijk heeft een excuus:

De Italianen zijn absoluut niet in staat om al die pracht [van een rijk cultureel erfgoed] fatsoenlijk te beheren, conserveren, repareren en publiceren. Bovendien kennen ze zo goed als nooit een andere taal dan Italiaans; ze zijn hinderlijk chauvinistisch; graven veel op en verstoppen het materiaal dan in magazijnen waar het vaak tientallen jaren ligt te wachten op herontdekking.

Ja, die polenta-eters toch, ze geven al hun geld uit aan drank en vrouwen om vervolgens ons om bijstand te vragen. Het is maar goed dat er een maffia is die buitenlandse kopers aan mooie stukken helpt, want anders zou de wetenschap niet verder voortschrijden.

Maar alle sarcasme terzijde: Hemelrijk schrijft hier aan de Italianen toe wat een algemeen probleem is. Ook in Nederland kunnen we niet alle erfgoed goed genoeg beheren en zijn projecten nodig om achterstanden in de vondstverwerking weg te werken. Het gaat niet aan de Italianen als enigen daarop aan te spreken. De vraag wie nu het meest chauvinistisch is, is met bovenstaand citaat wel beantwoord.

Tot slot

Dat laatste citaat had evengoed kunnen gaan over Egyptenaren, Turken, Irakezen of Syriërs. Nog altijd maken verzamelaars zichzelf wijs dat ze in feite erfgoed redden van incompetente, corrupte of op zijn best overbelaste mensen. Steeds weer zijn er ook onderzoekers die denken dat de wet en de wetenschappelijke gedragscodes niet gelden voor hen. Het siert Hemelrijk dat hij helder en duidelijk zijn mening gaf en het is een feest om te lezen, maar het door hem ingenomen standpunt is volstrekt onacceptabel en is dat altijd geweest.

Ik rond af met een geruststelling: de opvattingen van Hemelrijk staan mijlenver van de opvattingen van het het huidige Allard Pierson.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

13 gedachtes over “De dwarse meningen van Hemelrijk

  1. FrankB

    “verstoppen het materiaal dan in magazijnen”
    Het eerste wat ik dacht is dat de gerenommeerde Engelse en Nldse musea ook standaard 90% (grove schatting) van hun spullen in magazijnen hebben verstopt. Voor het argument dat kunst, ongeacht afkomst, toegankelijk moet zijn voor iedereen ben ik zeker gevoelig. Dus kunst hoeft niet per definitie in het land van herkomst uitgestald te worden. Maar die 90% – waar ik dus ook geen toegang toe heb – ondergraaft die redenering voor, inderdaad, 90%.

  2. Ben Spaans

    Bij de bovenste tweet: alsjeblieft niet nog iemand die een politieke partij wil beginnen. Ik ben nog steeds getraumatiseerd van het stembiljet van afgelopen woensdag: slapstick was het, niet normaal op te vouwen, niet te doen, jezelf belachelijk voelen…😟

    1. Roger Van Bever

      Daar ben ik het mee eens! Het begint aardig te lijken op ‘elke Nederlander zijn eigen partij’. Waar vind je een land dat een partij heeft die ‘Jezus leeft’ heeft.

    2. Frans Buijs

      Ach, in de woorden van Kees van der Staaij: het voordeel van die partijtjes van één zetel is dat de kans op afsplitsingen nihil is.😁

  3. Roger Van Bever

    Fijne suggestie, Jona. Ik heb de twee deeltjes van ‘Makron en zijn makkers’, als e-book besteld. De teksten zijn zeer verhelderend en de z/w afbeeldingen zijn scherp, al zou ik liever gekleurde afbeeldingen gehad hebben. Maar de prijs-kwaliteit verhouding is zeer redelijk.

  4. Christo Thanos

    Toch even een kleine nuancering over de toegankelijkheid van depots en magazijnen.
    Het RMO te Leiden ontsluit steeds meer voorwerpen uit hun collectie/magazijn via internet. Ik neem aan dat je voor onderzoek ook toegang hebt tot de collectie in het voor het publiek gesloten magazijn.
    Ook het archeologisch depot van de provincie Zuid-Holland is toegankelijk voor onderzoekers (professioneel en/of amateur) en wil juist graag dat voorwerpen in bruikleen worden genomen.

    Veel voorwerpen worden opgeborgen onder speciale condities (temperatuur, licht, luchtvochtigheid, enz.) en zijn alleen op afspraak te bestuderen. En: hopelijk maken we het nog mee dat alle voorwerpen digitaal (met foto) ontsloten worden en vanuit huis te zien zijn. Ik weet nog dat ruim 25 jaar geleden een aanzienlijk deel van de collectie van het Museum van Volkenkunde te Leiden werd gefotografeerd en ontsloten. Maar ook hier is nog een lange weg te gaan.

    Musea met letterlijk gesloten magazijnen zijn niet meer van deze tijd, men wil juist mensen trekken om aan te tonen dat ze nog relevant zijn. Meer zijn dan een alleen een laatste rustplaats/bewaarplaats.

    1. FrankB

      “Ik neem aan dat je voor onderzoek ook toegang hebt ”
      Vast wel, maar ik ben geen onderzoeker.
      De keerzijde kunnen we nog veel scherper aanzetten. Vanaf 2010 zouden we toch wensen dat koloniale machten Syrië en grote delen van Irak volledig hadden leeggeroofd.

Reacties zijn gesloten.