De Visigoten

Tichel met christusmonogram uit Spanje (British Museum, Londen)

Een kleine twee weken geleden maakten archeologen van de Amsterdamse Vrije Universiteit bekend dat er bij Lienden gouden munten waren gevonden die nieuw licht wierpen op de wijze waarop de Frankische koning Childerik de macht in het noordwesten van het Romeinse Rijk had kunnen overnemen. De Romeinse keizer Majorianus had – vermoedelijk over de twee schijven van generaal Aegidius en een Frankische heerser als Childerik – rond het jaar 460 goud betaald om een Frankisch leger voor zich te winnen en daarmee de Romeinse macht in Gallië te herstellen. Ik beschreef hier en daar hoe het latere Frankische koninkrijk is gegroeid uit het netwerk dat de Romeinen bij die gelegenheid met hun goud versterkten.

De Frankische staat is dus te beschouwen als voortgekomen uit het Romeinse Rijk. Net als het Byzantijnse Rijk. Net zoals de continuering van de Romeinse cultuur in de halfwoestijn van Libië waarover ik al eens schreef. En net als het koninkrijk dat een van oorsprong Visigotische groepering stichtte op het Iberische Schiereiland. Het verhaal van deze groep is soms parallel en soms tegengesteld aan dat van de Franken.

Het begint met verschillende groepen die in de jaren zeventig van de vierde eeuw over de Beneden-Donau kwamen, op zoek naar landbouwgronden. Niet heel anders dus dan de Franken in onze contreien, maar met één verschil: waar de Franken in 358 werden verslagen – dat beweerden de Romeinen althans – slaagde de Germaanse leider Fritigern er twintig jaar later in de Romeinse keizer te verslaan in de Slag bij Adrianopel. In de jaren daarna verwierven de migranten land, maar ze bleven ook als groep bij elkaar, met eigen leiders die we, anders dan bij de Franken, met naam en toenaam kennen: Fritigern (r.376-380), Alarik (r.395-410), Athaulf (r.410-415), Theodorik I (r.419-451), Theodorik II (r.453-466), Eurik (r.466-484)…

Van tijd tot tijd trokken de migranten verder, op zoek naar beter land. Wat een rommelige coalitie was geweest, raakte zo steeds beter georganiseerd, onder leiders die echte koningen waren. Ondertussen sloten weggelopen slaven en gedeserteerde soldaten zich aan bij de groep, die vanaf de vroege vijfde eeuw bekendstaat als Visigoten. Taalkundigen zijn het erover oneens of dat “beste Goten” of  “wijze Goten” betekent, maar het betekent in elk geval geen “Westelijke Goten”. Het heterogene karakter van de groep maakt dat ze archeologisch nauwelijks zichtbaar zijn, zodat we hun omzwervingen vooral kennen uit geschreven bronnen. Dit is anders dan de Franken, die hun gewassen en hun boerderijtypen meenamen over de Rijn en archeologisch wel zijn aan te wijzen.

Om hun eis – land! – kracht bij te zetten, gaf de Visigotische koning Alarik in 410 bevel Rome te plunderen. Tot de buit behoorde de Tafel met de Toonbroden, die de Romeinen ooit hadden meegenomen uit Jeruzalem. Uiteindelijk kregen de Visigoten definitief hun land toegewezen, en wel in Aquitanië, waar veel landerijen leeg stonden. Hun hoofdstad was Toulouse. Dát is dan weer wél hetzelfde als bij de Franken: bij de landname – het germanisme is wel gepast – vestigden beide groepen zich in vaak verlaten gebieden.

Een andere overeenkomst tussen de Franken en de Visigoten: toen ze eenmaal land hadden, vochten ze mee met de Romeinen. Het leger waarmee Rome in 451 Attila en zijn Hunnen versloeg, kende ook Frankische en Visigotische contingenten. Enkele jaren later intervenieerden de Visigoten namens keizer Avitus op het Iberische Schiereiland, waar de Sueben (een andere groep van oorsprong Germaanse migranten) onrustig waren.

Nog een overeenkomst: de zelfromanisering. Net als de Franken gingen ook de Visigoten Latijn spreken. Ze werden ook christelijk: de Germaanse voorouders van de Visigoten hadden zich al bekeerd vóór ze de Donau overstaken, de Franken deden het vermoedelijk na de desintegratie van het Romeinse staatsapparaat in het westen, terwijl de Sueben rond 445 het Niceense credo aanvaardden. (Dat de Franken, zoals vaak wordt beweerd, de eersten waren die deze variant van het christendom aanhingen, is gewoon onwaar.)

Een verschil tussen de Franken en de Visigoten is dan weer dat Rome met de eersten wilde samenwerken maar de laatsten als al te eigenzinnig begon te beschouwen. De Visigoten kregen namelijk steeds meer belangstelling voor de havensteden ten zuidoosten van Aquitanië, in de omgeving van Narbonne. Terwijl Majorianus rond 460 probeerde de Franken te paaien, probeerde hij de Visigoten terug te dringen naar Aquitanië. Later, in 468, zou keizer Anthemius de Visigoten zelfs aanvallen. Toen dat mislukte, achtte de Visigotische koning Eurik zich niet meer gehouden aan welk verdrag met Rome dan ook: hij trok over de Pyreneeën en bezette grote delen van Spanje.

Hiermee viel Romes laatste invloed buiten Italië definitief weg. Terwijl het met goudbetalingen aan het netwerk van Childerik had bijgedragen aan de versterking van het centraal gezag onder de Franken, was dat centrale gezag bij de Visigoten gegroeid doordat de leiders soms in conflict waren met Rome: in Adrianopel, door de hoofdstad te plunderen en door een aanval te overleven. Het resultaat was echter hetzelfde: de Visigotische en Frankische leiders konden alleen besturen door Romeinse praktijken voort te zetten.

Van de Visigoten kennen we diverse rechtsoptekeningen, zoals die van koning Eurik, de Codex Euricianus. Zijn opvolgers zouden verder gaan met het uitvaardigen en codificeren van de wetten. De Franken waren daar wat later mee – of beter: vroege vormen van rechtsoptekening kennen we niet – maar deden eveneens hun best de Romeinse wetten te continueren. Een vergelijkbare parallel is de relatie tot de kerk: zoals de Franken synodes organiseerden in Orleans, zo deden de Visigoten het in Toledo. (De hierboven afgebeelde tichel is afkomstig uit zesde-eeuws Spanje.)

Gestaag groeiden zo twee sterke, geromaniseerde staten. Soms werkten ze samen, soms waren ze in conflict: kort na 500 verdreven de Franken de Visigoten uit Aquitanië, wat overigens niet wil zeggen dat er een grootscheepse migratie plaatsvond. Aquitaanse landgoederen wisselden van eigenaar en de oude grootgrondbezitters vestigden zich op de landgoederen die hun families inmiddels alweer enige tijd bezaten in Spanje. Het eindresultaat was dat de twee staten een natuurlijke grens hadden: de Pyreneeën.

Wat opvalt uit de rechtsoptekeningen is hoe sterk het Rijk van Toledo – om een betere naam te gebruiken dan “het Visigotische rijk” – was geconcentreerd op de koning en het hof. Dat was ook de reden waardoor het uiteindelijk ten onder ging: in 711 was één veldslag, waarbij koning Roderik sneuvelde in een poging zijn laat-Romeinse staat te verdedigen tegen Arabische aanvallers, voldoende om het Rijk van Toledo ten onder te doen gaan. Zonder koning was er nu geen gezag meer en de Arabieren konden Toledo zonder slag of stoot overnemen. Tot de buit die ze op transport naar Damascus zetten, behoorde de Tafel met de Toonbroden.

27 gedachtes over “De Visigoten

  1. Hans Drieenhuizen

    De invallen vanuit Noord Afrika in de 7e en 8e eeuw werden gedaan door “noord marokkaanse” , dus vnl Berberse stammen . Het is was voorbarig die “Arabieren” te noemen??!

    1. Ja, daarin heb je gelijk. Ik wilde het buiten het toch al complexe verhaal houden; je spreekt immers ook van “Duitse bezetter” als de troepen die de bezetting in feite uitvoerden Georgiërs waren. Maar het is wel een belangrijke nuance. Ik zal er nog eens over bloggen.

  2. mnb0

    “twee sterke, geromaniseerde staten”
    Je spreekt jezelf tegen:

    “één veldslag voldoende”
    Het is juist typerend voor de vijf Germaanse opvolgers (de Lombarden reken ik ook mee) dat ze geen sterke, stabiele staat wisten op te bouwen. De Frankische overleefde alleen maar omdat niemand systematisch probeerde de boel over te nemen. Nietttemin is het opmerkelijk hoe slecht ook deze zich verweren kon tegen invallen – en natuurlijk hoe vaak de grenzen veranderden.

    1. Ik denk dat we hetzelfde bedoelen maar er het woord “sterk” anders gebruiken. Ik bedoel dat de staat goed georganiseerd was en geconcentreerd op het centrale hof. Dat maakte de staat sterk en vitaal, maar ook kwetsbaar: viel het hof weg, dan was meteen alles verloren. Een losser georganiseerde staat, zoals de Frankische, had niet zo’n sterk-punt-dat-tegelijk-een-zwakte-was.

      Je kunt een parallel zien in de Parthische en Sasanidische rijken. De Parthen waren losser georganiseerd en overleefden dat hun hoofdstad Ktesifon om de haverklap werd ingenomen. De Sassanieden waren sterker georganiseerd en juist daardoor kwetsbaarder.

      Bottom line is dat de Visigotische staat kwetsbaar was juist doordat ze goed-georganiseerd was. Of je dat “sterk” moet noemen, tja.

    1. Ben Spaans

      Precies, er was geen Byzantijns rijk, wij noemen het alleen maar zo.
      Iets anders, wat is er met de Tafel der Toonbroden gebeurd nadat die naar Damascus is gevoerd?

      1. Byzantijns Rijk: ik denk dat we in ons recht staan onze eigen namen te geven aan dingen. Er is wel een verschil tussen het eerste en het tweede millennium Romeinse geschiedenis, dus een etiket is behulpzaam. Beide eenheden aanduiden met dezelfde naam is even vaak verhelderend als bedrieglijk.

        Tafel met de Toonbroden: niemand die het weet.

        1. Ben Spaans

          Dan dekt Oost-Romeins Rijk de lading misschien beter. Nou weet ik ook wel dat het heel moeilijk is om het begrip Byzantijnen en Byzantijns Rijk te laten vallen. Ik heb alleen de laatste jaren via boeken (b.v. Norman Davies, Vanished Kingdoms, The History of Half-Forgotten Europe (Londen 2011), hoofdstuk 6 (Byzantion: The Star Lit Golden Bough) (boek heeft Nederlandse vertaling)) en webinfo meegekregen hoeveel vooroordelen en snobisme er samenhangen met de termen Byzantijns en Byzantijns. Daar moet men zich toch wel bewust van zijn.

          De Tafel der Toonbroden is zoek? Daar zit een mooie reli-thriller in!

          1. Ben Spaans

            Het boek Vanished Kingdoms heeft trouwens ook een hoofdstuk over de Visigothen, 1. Tolosa: Soujourn of the Visigoths (AD 418-507)

            En de Nederlandse vertaling is: Norman Davies, Vergeten Koninkrijken: de verborgen geschiedenis van Europa, (Amsterdam 2012)

        2. Uit de Wikipedia:
          Volgens moslimkronieken stuurde Tariq de trofee naar de Omajjadenkalief in Damascus, Al-Walid I. Een Mekkaanse kroniek vertelt dat Walid de “tafel van Salomo” liet omsmelten en het goud ter waarde van 36.000 dinar naar Mekka zond om de deuren van de kaäba te bekleden.
          – Leon Yarden, The Spoils of Jerusalem on the Arch of Titus. A Re-Investigation, 1991, p. 84

        3. Jona, ik denk dat we zelf wel namen mogen verzinnen (al begrijp ik niet altijd het nut), maar in het geval van het zgn. ‘Byzantijnse Rijk’ wordt heel vaak gesuggereerd dat er een soort van breuk optreedt. Ergens moet dat ‘Rijk’ beginnen, en verschillende historici/auteurs zoeken naar net zo’n begin als anderen naar een duidelijk moment van het einde van het West-Romeinse rijk zoeken. En dus begint dat ‘Byzantijnse rijk’ soms bij Theodosius, soms bij Diocletianus, etc. Zinloos.

          En dat is nu juist de reden dat ik zo (mordicus) tegen het gebruik van ‘Byzantijnse rijk’ ben. Niet per se vanwege de naam, maar vooral vanwege die valse suggestie. Er verandert namelijk helemaal niets. Er is geen einde van een duidelijke periode, geen ‘opvolgersrijk’ o.i.d. dat doorgaat. De instituten veranderen niet, de staat verandert niet, er is niets gevallen en niets veroverd. De bewoners mekten al helemaal niets en men bleef zichzelf gewoon ‘Romeins’ noemen.

          Maar, gewapend met de ‘valse naam Byzantijns’, staan velen tegenwoordig klaar om dit rijk ‘Grieks’ te noemen, als ware het niet meer ‘Romeins’. Het zal niemand verbazen dat dit vooral vanuit Griekenland gebeurt, waar men (meestal fel) discussieert over deze ‘verandering’ als hadden de Grieken een einde gemaakt aan het Romeinse rijk. Lang leve het nationalisme. Weg met de Byzantijnen. 😉

        4. Henk Smout

          Das (Heilige) Römische Reich (Deutscher Nation), Duits kent alleen het ene Römisch, Nederlands opteert voor Rooms(ch) en niet voor Romeins.

  3. “Om hun eis – land! – kracht bij te zetten, gaf de Visigotische koning Alarik in 410 bevel Rome te plunderen.”

    Ja en nee. Het was een dreigement, en als sterke leider moet je dreigementen durven uitvoeren. Ja, Alaric eiste land, maar veel meer nog eiste hij een statuswijziging. Zijn groep – die groeide bij overwinningen en net zo hard slonk bij nederlagen – stond vooral in de boeken als krijgsmacht. In dienst van Constantinopel, meestal, maar wel als ‘uitzendkrijgsmacht’. Met de status van ‘verbondene’ werden zijn mensen gekleed, gevoed en vooral uitgerust vanuit de Romeinse staatsruif, maar als de veldtocht over was moesten ze het weer zelf rooien. het was vooral díe status die Alaric aangepast wilde krijgen, naar een officiële legermacht. met de staatsmiddelen achter zich zouden zijn aanvoerproblemen permanent zijn opgelost, en zijn status verzekerd.

    Wie weet hoe het de Gothen vergaan zou zijn als Rome had ingestemd? Maar Honorius achtte zich veilig en weigerde hooghartig. Na een paar keer dreigen moest Alaric uiteindelijk wel doorzetten. Zonder twijfel zeer tegen zijn zin, want hij wist donders goed dat deze actie hem permanent in het rijtje ‘eeuwige vijanden van Rome’ zou plaatsen. En zo geschiedde. Alaric probeerde nog even tegen de stroom in te roeien door een nep-keizer aan te stellen, maar zijn dood korte tijd later maakte aan alle plannen definitief een einde. Tot Athaulf lukte in Spanje te verwezenlijken wat Alaric in Italië niet gelukt was. Al had Rome daar weinig meer tegenin te brengen.

  4. Henk Smout

    Eenmaal in Aquitanië en het Iberisch Schiereiland kan tegen de ingeburgerde benaming West-Goten geen inhoudelijk bezwaar zijn. Problematisch is de ingeburgerde term gotisch schrift voor (eigenlijk de voorloper van) de Frakturschrift. En wat ervan te denken dat breedlip- en puntlipneushoorn respectievelijk wit en zwart heten?

  5. Onduidelijkheidje in: “Een andere overeenkomst tussen de Franken en de Visigoten: toen ze eenmaal land hadden, vochten ze onder mee met de Romeinen” : moet er een woordje ‘meer’ toegevoegd na ‘onder’ of moet ‘onder’ geschrapt worden?

  6. …kort na 500 verdreven de Franken de Visigoten uit Aquitanië, wat overigens niet wil zeggen dat er een grootscheepse migratie plaatsvond…

    Daar bestaan ook andere meningen over:

    Zie: http://www.spainthenandnow.com/spanish-history/visigoths-in-spain/default_154.aspx

    citaat: ‘Although they controlled much of the peninsula from Toulouse at first, the Visigoths finally moved en masse through the Pyrenees early in the 6th century. Their decision was prompted by a series of defeats, and the death of their king, Alaric II (r 484-507) at the hands of the Franks from the north. (The issue between Franks and Visigoths came to a head when the king of the Franks, Clodoveo/ Clovis (r 481-511), converted to Catholicism. His quarrel with Alaric had a decided religious overtone directed against the Arian beliefs of Alaric and his followers).’

    Dat ze erg gericht waren op het hof zou je misschien kunnen afleiden uit het feit dat hun vertrek naar Spanje volgde op de dood van hun koning. Maar godsdienstige redenen hadden dus ook een invloed, naast de militaire nederlagen en de migratie naar Spanje die vrij korte tijd en ‘en masse’gebeurde, althans volgens deze bron.

    Ook interessant is de zogenaamde Visigothische paradox: hoewel ze maar twee eeuwen over praktisch het gehele Iberische schiereiland geheerst hebben, hebben ze weinig van hun eigen cultuur in Spanje achtergelaten (taal inbegrepen). Daarom kregen ze later ook de naam Invisigothen

    Citaat uit dezelfe bron: “For many people the Visigothic contribution to Hispanic civilisation seems inexistent or at best marginal. The contributions of the “Invisigoths” (as they have succinctly been called (see http://www.gadling.com/2010/12/31/the-visigoths-spains-forgotten-conquerors/) suffer badly, wedged as they are between great legacies of the Romans and the Moors (the word usually used to refer to Muslim entering Spain in 711, irrespective of ethnic origin). Indeed, the “significance” of the Visigoths might be defined paradoxically by what they did not do. They left little art: some gold and silver work (including some striking votive crowns), figurative carvings, but no individual pieces of sculpture’.

    Over de oorsprong van de nog niet gesplitste Gothen vond ik interessant:
    http://www.kortlandt.nl/publications/art198e.pdf

      1. De kenschetsing ‘en masse’ kan verwarrend zijn. Tegenwoordig worden de aantallen van de ‘migranten’ niet meer hogen geschat dan enige tienduizenden, en zeker niet als homogene etnische groepen. De Goten beheersten inderdaad ook al delen ten zuiden van de bergen, dus zullen er ook niet zo heel veel verhuisd zijn. De impact van Goten en dergelijke groepen is vooral te zoeken in hun militair overwicht in regio’s die al eeuwen gedemilitariseerd waren.

  7. Gé Ostendorf.

    Over boeken gesproken … Ik heb een MOOC-cursus over Historical Fiction gedaan (University of Virginia: Plagues, Witches and War). Een van de boeken die ter sprake kwamen en die ik daarna gelezen heb was Jurji Zaidan, The Conquest of Andalusia.
    De titelpagina noemt het “A historical novel describing the history of Spain and its circumstances before the Muslim conquest, the conquest itself under the command of Tariq ibn Ziyad, and the death of Roderic, the king of the Visigoths.”
    Het is vertaald uit het Arabisch. Ik heb het als Kindle book.
    Het is een zeer romantisch verhaal, maar gaf mij een nieuwe kijk op dit stuk geschiedenis.

  8. jacky Goris

    Wat de tafel met de toonbroden betreft: werd die niet samen met de menora geroofd door de Vandalen bij hun plundering van Rome in 455 en meegenomen naar hun machtsbasis in Carthago?. Allen zouden ze daar nooit zijn aangekomen: volgens Gibbon is het schip s dat de cultusvoorwerpen vervoerde gezonken.

    Een andere uitleg geeft de in het Grieks schrijvende Byzantijnse historicus Procopius van Caesarea (een stad in het noorden van Palestina), die leefde van ca. 500 tot 562 o.t., Volgens hem heeft de Oost -Romeinse keizer Justinianus de menora en de tafel naar “de christenen in Jeruzalem” gestuurd. Hij deed dat omdat een Joodse burger hem erop had gewezen dat de voorwerpen onheil brengen aan wie ze in bezit heeft . Volgens Procopius hadden de tempelschatten deel uit uitgemaakt van de oorlogsbuit die Justinianus’ generaal Belisarius, wiens secretaris Procopius was, in 534 mee naar Constantinopel had gebracht nadat hij de Vandalen had verslagen en Carthago weer bij het (Oost-) Romeinse rijk had ingelijfd. Samen met de andere buit werden ze meegedragen in de triomftocht van Belisarius.

    Jacky Goris

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s