Zes vragen aan Piet Gerbrandy

Elfde-eeuws portret van Boëthius

De vaste lezers van deze blog kennen inmiddels de rubriek “zes vragen”, waarin oudheidkundigen vertellen wat ze nu eigenlijk doen. Dat zijn namelijk lang niet altijd de activiteiten waarmee het vakgebied in het nieuws komt. Vandaag is het woord aan classicus Piet Gerbrandy.

Wat bestudeert u?
Mijn onderzoeksveld is nogal breed – ik ben er nooit zo goed in geslaagd me ergens in te specialiseren – maar ik houd me als classicus het liefst bezig met Latijnse teksten die zich bevinden op het snijvlak tussen poëzie, filosofie en religie, met als voornaamste focus de Late Oudheid (vierde t/m zevende eeuw) en de twaalfde eeuw; maar ik maak ook weleens een uitstapje naar het Grieks. Ik ben vooral geïnteresseerd in werken waarvan niet helemaal duidelijk is tot welk genre ze nu eigenlijk behoren, en die je in zekere zin experimenteel kunt noemen. Dat raakt aan mijn andere hoedanigheid: ik bestudeer ook hedendaagse Nederlandstalige poëzie. Verder houd ik me bezig met retorica en poëtica (ik vertaalde Quintilianus’ Opleiding tot redenaar en Aristoteles’ Poëtica).

Lees verder “Zes vragen aan Piet Gerbrandy” →

De naam van de roos

In het begin was het woord, dat al vrij snel werd gevolgd door taalplezier. Mensen kunnen niet alleen communiceren maar hebben er ook over nagedacht hoe ze dat het prettigst en effectiefst doen. Een mooie metafoor verduidelijkt. Een elegante opbouw verheldert. Esprit houdt de aandacht vast. Wie woorden zo gebruikt dat mensen luisteren of lezen met plezier, communiceert effectiever.

Om het tekstplezier te vergroten, kun je gebruik maken van citaten. Je kruidt er je tekst mee en behaagt je lezer, die zich gevleid voelt omdat je een brede algemene ontwikkeling bij hem veronderstelt. De beste manier om te citeren is het niet al te nadrukkelijk te doen, zodat degene die de verwijzing herkent erom kan glimlachen, maar degene die haar niet herkent niet het gevoel heeft iets te missen. Het eerste gebod bij een goed citaat is, om Joost Zwagerman aan te halen, dat elke boerenlul de tekst moet kunnen blijven begrijpen.

Lees verder “De naam van de roos” →