In Jan van Akens recentste roman Het xoanon zitten wappies achter het Palladium aan, een oud beeld van de godin Athena dat, als het gevonden kan worden, de wereldgeschiedenis misschien een andere loop kan geven. Dat beeld was volgens de antieke bronnen afkomstig uit het oude Troje en belandde uiteindelijk, na wat omzwervingen, in Constantinopel.
Of beter, een van die beelden belandde in Constantinopel. Er zijn er minstens zestien geweest, die alle dienden als een soort talisman die deze of gene stad moest beschermen. We weten van elf Griekse en vijf Italische steden dat ze een Palladium bezaten.
Oké, het zou wat overdreven zijn te zeggen dat iederéén de Ilias en de Odyssee kent. Maar toch. Een Trojaans Paard, een odyssee, de twistappel: het zijn maar wat voorbeelden die het dagelijkse taalgebruik hebben bereikt. En weet je, de Ilias en de Odyssee zijn maar twee van de twaalf gedichten van de zogeheten Epische Cyclus. De tien andere zijn verloren en wie de twee bewaarde teksten kent, kan een vermoeden hebben van de aard van het verlies. Immens.
De epische cyclus vertelt het Griekse verhaal van de wereld vanaf de schepping tot de terugkeer van de helden van de Trojaanse Oorlog. Hoe de gedichten tot stand zijn gekomen, is – oudheidkunde zijnde oudheidkunde zijnde de wetenschap van de dataschaarste – onbekend. Het lijkt er echter wel op dat de Ilias en de Odyssee, die altijd aan Homeros zijn toegeschreven, de oudste gedichten zijn.
Vandaag begint de Week van de Klassieken. Het woord “klassiek” is zo’n term waar iedereen een eigen betekenis aan geven kan. Voor sommigen is het een aanduiding voor iets dat hen inspireert, voor anderen duidt het op een maatstaf, voor weer anderen slaat het op Griekenland en Rome, en ook zijn er mensen die het associëren met een oorsprong. Het een sluit het ander niet uit en het is allemaal waar voor Homeros. Talloze auteurs hebben aansluiting gezocht bij de Griekse dichter; het ethos van de homerische helden heeft gegolden als maatstaf voor adeldom; en de dichter staat aan het begin van de Griekse literatuur.
Het afgezaagde grapje dat die Griekse literatuur begon op een hoogtepunt en dat het sindsdien alleen maar minder is geworden, is natuurlijk onzin. Er spreekt echter erkenning uit dat Homeros iets bijzonders heeft gemaakt. Alle reden om het, bij het begin van de Week van de Klassieken, eens over hem te hebben. Het komt dan goed uit dat ik in mijn reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, deze week het korte achtste hoofdstuk kan behandelen, dat is gewijd aan de Griekse “dark ages” ofwel de Vroege IJzertijd ofwel de periode tussen 1200 en 800 v.Chr.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.