Het Palladium

Palladium (Altes Museum, Berlijn)

In Jan van Akens recentste roman Het xoanon zitten wappies achter het Palladium aan, een oud beeld van de godin Athena dat, als het gevonden kan worden, de wereldgeschiedenis misschien een andere loop kan geven. Dat beeld was volgens de antieke bronnen afkomstig uit het oude Troje en belandde uiteindelijk, na wat omzwervingen, in Constantinopel.

Of beter, een van die beelden belandde in Constantinopel. Er zijn er minstens zestien geweest, die alle dienden als een soort talisman die deze of gene stad moest beschermen. We weten van elf Griekse en vijf Italische steden dat ze een Palladium bezaten.

Troje

Maar ook al waren er diverse Palladia, hét Palladium was dat van Troje. Het zou ooit uit de hemel zijn komen vallen – een gangbaar sprookjesmotief – en in de aloude stad in een tempel zijn geplaatst. Volgens de Kleine Ilias, een van de gedichten uit de Epische Cyclus, roofden de Griekse helden Diomedes en Odysseus het beeld, waardoor Troje geen goddelijke bescherming meer had en rijp was voor inname.

Arktinos van Milete of Aischylonos, de dichter van de Ilioupersis (“de val van Troje”), vertelt een ander verhaal. Het beeld was een geschenk van Zeus en het beeld dat de Grieken roofden, was slechts een kopie.noot Geciteerd door Dionysios van Halikarnassos, Romeinse Oudheden 1.69. (Dit bewijst dat de Ilioupersis later is gecomponeerd dan de Kleine Ilias. Dat is raar, omdat de Kleine Ilias een vergaarbak is van materiaal dat niet in de Ilias, Aithiopis en Ilioupersis was opgenomen.) Het was dit beeld, het echte dus, dat door Aeneas zou zijn meegenomen naar Italië en dat uiteindelijk in Rome was beland.

Rome

Daar zou het zijn bewaard in de ronde tempel van Vesta. Archeologen hebben in het podium van dat heiligdom een ruimte gevonden die alleen vanuit de tempel toegankelijk was en hebben geopperd dat het Palladium hier werd bewaard, maar dat is alleen maar speculatie. Je zou minimaal moeten weten hoe het beeldje eruit heeft gezien, en de beschrijvingen spreken elkaar tegen:

  • een staande godin met de armen wijd uitgestrekt (enigszins als een T),
  • een zittende godin (enigszins als een Sedes Sapientiae),
  • een krijger met een schild aan de ene arm en een speer in de aanslag (enigszins als een Athena Promachos).

In elk geval: in het jaar 241 v.Chr., tegen het einde van de Eerste Punische Oorlog, redde de hogepriester het beeld uit een brandende tempel. Plinius de Oudere vertelt:

Opperpriester Lucius Caecilius Metellus bracht zijn oude dag door zonder licht in zijn ogen, die hij had verloren toen hij het Palladium meenam uit het heiligdom van Vesta, weliswaar om een memorabele reden, maar met dit desastreuze resultaat. Men mag hem daarom niet ongelukkig noemen, maar kan toch ook niet zeggen dat hij gelukkig was. De Romeinse overheid verleende hem iets wat sinds de stichtingstijd niemand anders ten deel viel, namelijk dat hij, steeds als hij naar de Senaat wilde gaan, werd vervoerd met een koets: een groot en verheven voorrecht, maar wel ter compensatie van het verlies van zijn ogen.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 7.141.

Keizer Augustus zou later het Palladium – of een kopie, alweer – in zijn eigen paleis hebben geplaatst. In ieder geval werd in de vierde eeuw een Palladium vanuit Rome overgebracht naar Constantinopel.

De historische waarheid is vermoedelijk gewoon dat diverse steden vanouds zo’n beschermgodin hadden. Een cultus uit de Archaïsche Periode, die zich zal hebben verspreid in de zesde eeuw. Dat was de tijd waarin Italische steden allerlei Griekse verhalen en culten overnamen. Later wilde men toch weten waarom er zoveel van die beelden waren, en bedacht men verhalen over de roof van kopieën. Groter dan dit hoeven we het niet te maken. Wij zijn immers geen wappies.

Deel dit: