De Bekaavallei

De Bekaavallei

Zo nu en dan haalt de Bekaavallei (wat je in het Libanees overigens uitspreekt als Be’aa) het Nederlandse of Belgische nieuws. En dat is meestal geen goed nieuws. Het betekent doorgaans dat Israëlische straaljagers stellingen hebben gebombardeerd van de Hezbollah, een door Iran bewapende en gesteunde sji’itische militie, die zich ten doel heeft gesteld een einde te maken aan de zionistische entiteit in Palestina. De Bekaavallei was al in de eerste jaren van de Libanese Burgeroorlogen het doelwit van zulke acties.

Van noord naar zuid

Zo is het ook vroeger geweest en zo zal het ook nog wel even zijn, want de Bekaavallei is van enig strategisch belang. Het is namelijk een belangrijke noord-zuid-verbinding. Ook heden ten dage is, zelfs wanneer er geen grenzen zouden zijn, de kustweg van Turkije naar Egypte moeilijk begaanbaar. De Libanonbergen reiken namelijk in het westen tot aan de zee. Daarom is, voor wie uit Turkije naar het zuiden reist, de weg door het binnenland, aan de oostelijke zijde van het gebergte, het eenvoudigste. Je reist dan als het ware door een sleuf, van de zee gescheiden door de Libanon, en van de Syrische woestijn gescheiden door de Antilibanon. Anders geformuleerd: de weg van Antiochië (het huidige Antakya) naar het zuiden loopt door een slenk. Feitelijk is de Bekaa het noordelijkste deel van de verzameling slenken die zich uitstrekt tot in Mozambique.

Lees verder “De Bekaavallei”

Armenië in Libanon

Musa Dağ, de Mozesberg, verrijst even ten noordwesten van Antiochië. Hier lagen ooit zes Armeense dorpen, al bewoond door Armeniërs sinds de Middeleeuwen en misschien nog wel langer. In juli 1915 kregen de bewoners van de Ottomaanse autoriteiten opdracht zich klaar te maken voor verhuizing – en de dorpelingen wisten dat dit neerkwam op deportatie. De Armeense genocide was in april van dat jaar al begonnen met een moordpartij in Constantinopel.

De vierduizend bewoners van de zes dorpen trokken zich terug op de berg zelf, legden loopgraven aan, oefenden zich in het schieten en wachtten op de onvermijdelijke aanval. Die volgde inderdaad, maar de belegerden wisten de soldaten af te slaan, waarop de Ottomaanse troepen besloten de dorpelingen uit te hongeren. Een paar van hen wisten naar Iskenderun – dat toen nog Alexandretta heette – te komen, deels lopend langs de kust, deels zwemmend, in de hoop dat daar schepen zouden liggen van de Entente, maar vergeefs.

Lees verder “Armenië in Libanon”

De Armeense genocide: Verzet

De resten van de oude stad van Van; citadel in de achtergrond, minaret iets links van het midden.

[Vijfde deel van een serie van zes; het eerste is hier.]

Natuurlijk verzetten de Armeniërs zich. De Armeense genocide hing immers al een kleine kwart eeuw in de lucht en het is niet voor niets dat Talaat Pasha eerst de Armeense dienstplichtigen uit het leger haalde en ontwapende. Zoals al aangegeven bood de bevolking van de oostelijke stad Van weerstand. Cevdet Bey, een zwager van minister van oorlog Enver Pasha, slaagde er niet in de stad in te nemen, wat hem er niet van weerhield het platteland te terroriseren. Uiteindelijk waren het de Russen die Van ontzetten en de macht overnamen in de gebieden rond het Van-meer.

Toen de Ottomaanse legers de Russen terugdreven, vluchtten de Armeniërs met hun bevrijders mee naar Oost-Armenië (d.w.z. het door de Russen beheerste deel van het gebied, de huidige republiek). Wie Van tegenwoordig bezoekt, zal ten zuiden van de citadel een eenzame minaret zien staan en links en rechts nog wat muren. Dat is alles wat resteert van de oude stad.

Lees verder “De Armeense genocide: Verzet”

Gebroken arm

Vluchtelingenopvang, Sidon

Van het Libanese stadje Anjar naar het volgende stadje, Zahlé, zal alles bij elkaar zo’n tien kilometer zijn. Wie de weg afrijdt, ziet overal de tentenkampen waar Syrische vluchtelingen worden opgevangen. Dat is sowieso geen vrolijke aanblik, maar het treft je zeker als je ziet dat een van die kampen grenst aan een vuilnisbelt. Het officiële vluchtelingenaantal bedraagt 1,8 miljoen. (Ter vergelijking: er wonen in Libanon vier miljoen Libanezen en officieel 400.000 Palestijnse vluchtelingen.)

De autoriteiten doen wat ze kunnen. Er zijn allerlei hulporganisaties actief, maar de problemen zijn groter dan menselijkerwijs valt te overzien. Over oplossen heb ik het dan nog niet. Ik weet dat Saoedi-Arabië eens tenten stuurde, die vervolgens slecht bestand bleken tegen de slagregens die hier in de winter kunnen vallen. Er wordt onderwijs gegeven aan de kinderen en er was een donatie van schoolboeken, maar de leerkrachten hadden er weinig aan omdat een deel van de kinderen ongeletterd was.

Lees verder “Gebroken arm”

Opnieuw: Syrische vluchtelingen

Opvan van Syrische vluchtelingen, Sidon

Een tijdje geleden blogde ik over de Syrische vluchtelingenproblematiek. Volgens de UNHCR gaat het om ruim twee miljoen mensen, waarvan er zo’n 720.000 in Libanon zijn aangekomen, een land met vier miljoen inwoners dat ook al onderdak biedt aan 400.000 Palestijnen.

Je kunt proberen zoiets aanschouwelijk te maken: het is alsof drie miljoen Duitsers en een half miljoen Belgen plotseling in Nederland komen wonen. Maar ook zo’n rekenexercitie helpt je niet echt verder. Een groot artikel in het NRC Handelsblad, vorig weekend, behandelde de situatie in Beiroet, maar de eigenlijke opvang is dichter bij de grens. Daarom heb ik Maya eens wat vragen gesteld, een Libanese uit een stadje op zo’n twintig kilometer van de Syrische grens, in de Bekaavallei.

Lees verder “Opnieuw: Syrische vluchtelingen”