De Bekaavallei

De Bekaavallei

Zo nu en dan haalt de Bekaavallei (wat je in het Libanees overigens uitspreekt als Be’aa) het Nederlandse of Belgische nieuws. En dat is meestal geen goed nieuws. Het betekent doorgaans dat Israëlische straaljagers stellingen hebben gebombardeerd van de Hezbollah, een door Iran bewapende en gesteunde sji’itische militie, die zich ten doel heeft gesteld een einde te maken aan de zionistische entiteit in Palestina. De Bekaavallei was al in de eerste jaren van de Libanese Burgeroorlogen het doelwit van zulke acties.

Van noord naar zuid

Zo is het ook vroeger geweest en zo zal het ook nog wel even zijn, want de Bekaavallei is van enig strategisch belang. Het is namelijk een belangrijke noord-zuid-verbinding. Ook heden ten dage is, zelfs wanneer er geen grenzen zouden zijn, de kustweg van Turkije naar Egypte moeilijk begaanbaar. De Libanonbergen reiken namelijk in het westen tot aan de zee. Daarom is, voor wie uit Turkije naar het zuiden reist, de weg door het binnenland, aan de oostelijke zijde van het gebergte, het eenvoudigste. Je reist dan als het ware door een sleuf, van de zee gescheiden door de Libanon, en van de Syrische woestijn gescheiden door de Antilibanon. Anders geformuleerd: de weg van Antiochië (het huidige Antakya) naar het zuiden loopt door een slenk. Feitelijk is de Bekaa het noordelijkste deel van de verzameling slenken die zich uitstrekt tot in Mozambique.

Niet alleen vermijdt de reiziger in de Bekaavallei de moeilijke kustweg, hij heeft ook het voordeel van een veelvoud aan pleisterplaatsen, waar makkelijk eten te krijgen valt. Door de vallei lopen namelijk de rivieren de Asi (Orontes) en de Litani. Ze ontspringen in de omgeving van het huidige Baalbek, wat een oeroude naam moet zijn, afgeleid van iets als Baäl Nebeq, “heer van de bron”. Het enorme heiligdom heette vanaf de hellenistische tijd Heliopolis, “zonnestad”, maar die aanduiding heeft de oude Kanaänitische naam niet doen vergeten.

De regio heette in de hellenistische tijd ook wel het “Holle Syrië”, Koilè Syria, wat een logische aanduiding is. Het gebied was lange tijd in bezit van de Ptolemaïsche koningen, ofschoon het eigenlijk toebehoorde aan de Seleukiden. Er zijn diverse oorlogen om het Holle Syrië gevoerd. Ik zei al dat de Bekaavallei ook vroeger het toneel was van gewelddadige confrontaties.

Arameeërs en Aramese mythen

Vanaf pakweg het jaar 1000 v.Chr. maakte de vallei deel uit van het land waar Aramees werd gesproken, al is de laatste jaren dankzij het onderzoek naar duizenden en duizenden inscripties duidelijk geworden dat er ook altijd Arabischsprekenden hebben gewoond. De Grieks-Romeinse geograaf Strabon vertelt dat in zijn tijd, rond het begin van onze jaartelling, Chalkis de hoofdstad was van de Arabischsprekende stam der Itureeërs.

Strabon kent ook een Aramese mythe over een draak die hij aanduidt met de Griekse naam Tyfon. Deze zou zijn getroffen door een bliksemschicht en zich onder de grond hebben verborgen, een gang hebben gegraven, een soort ondergrondse rivier zijn geworden en uiteindelijk in de vorm van een bron weer boven zijn gekomen. Dit kan niet anders zijn dan een van de oorspronkelijke mythen van Baalbek.

Een andere oude mythe is te vinden in het vijfde tablet van het Epos van Gilgameš, waarin de held en zijn vriend Enkidu vechten tegen een monster genaamd Humbaba. Tijdens dit gevecht breekt de berg Hermon af van de Cederbergen; wij zouden zeggen dat de zuidelijke uitloper van de Antilibanon afbrak van de Libanon. Een andere herinnering aan het monster dat hier gewoond zou hebben, is een plaats genaamd Taaniyëel, wat “monster van God” betekent.

Een heilig landschap

Kortom, een landschap vol rivieren, vruchtbare gronden, monsterlijke verhalen, een grote weg en een belangrijk heiligdom. Het kon niet anders dan dat dit een pelgrimsroute werd en langs de weg naar Baalbek stonden dan ook diverse kleinere heiligdommen, zoals de vier tempels van Nihata en de heiligdommen van Qsarnaba. De noord-zuid-weg  kreeg even verderop gezelschap van de weg die vanuit Byblos over de bergen was gekomen.

De regio maakte achtereenvolgens deel uit van de Romeinse provincie Syrië, van het Byzantijnse Rijk, van het Kalifaat van Damascus. De weg van Damascus naar de haven kust was een tijd lang een van de belangrijkste routes in de Arabische wereld en het is geen toeval dat de kaliefen bij Anjar een stad bouwden: halverwege de reis, nadat je de Antilibanon over was en voordat je begon aan de reis over de Libanon, was het in Anjar goed toeven. Toen de hoofdstad van het Kalifaat werd verplaatst naar Bagdad, raakte deze weg in verval.

Waarheen nu?

Tegenwoordig is het een religieus gevarieerd gebied. In het zuiden en noordoosten wonen sji’ieten, elders wonen maronitische en Grieks-orthodoxe christenen. In Anjar is een vestiging van Armeense vluchtelingen. Er leven nog wat nomaden en sinds de Arabische Lente zijn er talloze Syrische vluchtelingen. Niet zelden werken die, onderbetaald, op de boerderijen.

De relaties zijn doorgaans harmonieus, maar er zijn ontsporingen. Ik weet van een christelijke geestelijke die de zoon van een sji’itische leider doopte en daar grote problemen mee heeft gehad. Wie er desondanks om wil glimlachen, zou de film Et Maintenant, On Va Où? van Nadine Labaki eens moeten kijken: een grappige film waarin de vrouwen van een dorp onder de rook van Baalbek proberen hun heetgebakerde echtgenoten in toom te houden. Uiteindelijk biedt de film geen oplossing, maar tot dat moment valt er even te lachen.

Deel dit:

Een gedachte over “De Bekaavallei

Reacties zijn gesloten.