Romeinse landbouw

Een “vallus”, Gallische oogstmachine (Institut archéologique, Arlon)

Toen Umberto Eco het manuscript van De naam van de roos naar een uitgever bracht, zei die dat het een prachtboek was maar dat het begin te lang was. Het verhaal kwam te traag op gang. Eco schijnt te hebben gezegd dat hij wilde dat de lezer aan het ritme van de Middeleeuwen gewend raakte. Het lijkt me eerlijk gezegd wat overdreven dat je zo meer van een roman zou genieten. Maar toch. Het is ook niet helemáál onzinnig dat je, als je je bezighoudt met een onderwerp, een soort gevoel moet hebben voor het ritme, de natuur, de omgangsvormen, de vanzelfsprekendheden.

Boerderijstage

De ideale oudheidkundige heeft een tijdje op een boerderij gewerkt. Hij weet wat het is om door de dieren en de seizoenen een ritme opgelegd te krijgen. Hij herkent dat het onvermijdelijk is kuddes te verweiden – en wat dit betekent voor de verspreiding van informatie. Hij weet wat het betekent als de oogst mislukt en begrijpt dat je, om je risico’s te spreiden, het liefst velden gebruikt aan twee zijden van een heuvel. Hij begrijpt wat het is om, totdat je tot de aarde terugkeert, te moeten zweten voor het brood.

Lees verder “Romeinse landbouw”

Slicher van Bath

Gevelsteen van een ploegende boer (Stoofsteeg, Amsterdam)

Ik weet dat het volgende voor menigeen grenst aan complete waanzin, maar ik ben de laatste dagen bezig met een boek met de titel De agrarische geschiedenis van West-Europa (500-1850). Het is geschreven door Bernard Slicher van Bath, het is alweer een halve eeuw oud (gepubliceerd in 1960) en het vormt geweldige lectuur.

Wie nu twijfelt aan mijn verstandelijke vermogens heeft grosso modo vermoedelijk wel gelijk, maar eventuele gekte kan niet worden afgeleid uit mijn boekenkeuze. Agrarische geschiedenis is namelijk interessanter dan je zou denken, al helpt het wel als je geschiedenislerares op de middelbare school mw Van der Woude was, wier echtgenote Ad een bekende economisch historicus is geweest; en het helpt ook al als je aan de universiteit een docent heb gehad als de te jong overleden P.W. de Neeve, die zijn fascinatie met de antieke agrarische geschiedenis (die Slicher van Bath niet behandelt) uitstekend aan zijn studenten wist over te dragen. Niet aan zijn collega’s overigens: ik herinner me hoe Henk Versnel bij de herdenking van zijn overlijden een borrel achteroversloeg met de woorden dat hij even wat boeren moest wegspoelen.

Lees verder “Slicher van Bath”