Bronkritiek

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Archeologisch Museum, Cherchell)

Oudheidkundigen, en dan vooral de wat meer op teksten gerichten onder hen, maken onderscheid tussen bronkritiek en tekstkritiek. Over het laatste heb ik al vaker geschreven: het is de bepaling van wat eeuwen geleden iemand op papyrus of perkament heeft gezet. De kritiek betreft de overlevering in de meestal middeleeuwse handschriften, meervoud, waarvan we de tekst niet zomaar kunnen aanvaarden maar eerst moeten toetsen. Daarbij passen filologen de Lachmannmethode toe. In de praktijk betreft het vooral Griekse en Romeinse teksten. Egyptische en spijkerschriftteksten zijn namelijk meestal op slechts een kleitablet of één papyrus zijn overgeleverd, zodat er weinig valt te vergelijken.

Bronkritiek

Bronkritiek is de vooral voor oudhistorici belangrijke volgende stap: is de informatie in een bron te herleiden tot een eerdere auteur? Dit is belangrijk, want die eerdere auteur stond dichter bij de beschreven gebeurtenissen en heeft vermoedelijk scherper zicht. Als de evangeliën van Marcus en Lukas elkaar tegenspreken, gaat de voorkeur uit naar Marcus, omdat hij de bron is van Lukas; Lukas geldt dan als “elimineerbaar”.

Lees verder “Bronkritiek”

Papyrussnipper: Ilias

Fragment uit de Ilias (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis)
Fragment uit de Ilias (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis)

Tot de uitvinding van de boekdrukkunst door Laurens Janszoon Coster Johannes Gutenberg konden teksten alleen worden vermenigvuldigd door ze met de hand over te schrijven. De simpele gevolgtrekking is dat wij antieke teksten dan en slechts dan kennen als er middeleeuwse kopiisten waren.

De flessenhals zit in de zesde, zevende en achtste eeuw. We weten dat allerlei belangrijke teksten in de Late Oudheid nog in omloop waren. In de late vierde eeuw was er zelfs een enorme kopieeractiviteit. Tot in de vijfde eeuw was het corpus van antieke letteren daardoor nog min of meer intact.

Lees verder “Papyrussnipper: Ilias”