De Lachmannmethode

We hebben weinig teksten uit de Oudheid over. Wat we wél hebben, zijn kopieën uit de Middeleeuwen, die echter vol schrijffouten zitten. Ik blogde vorige maand over zo’n manuscript. Lange tijd hebben oudheidkundigen gedacht dat hoe ouder de handschriften waren, hoe kleiner de kans was op vergissingen. Daar is wel iets voor te zeggen, maar in de Renaissance realiseerde de Italiaanse geleerde Angelo Poliziano zich dat dit niet het laatste woord behoeft te zijn.

Stel je voor dat een Romeinse schrijver twee klerken heeft, een nauwkeurige en een slordige, en dat die elk een kopie maken van een tekst. Latere generaties lazen die teksten, ze sleten, en er kwamen kopiisten die ze opnieuw overschreven, waarna de oude kopieën werden weggegooid. In de vijfde eeuw n.Chr., toen er een einde kwam aan de antieke overschrijfactiviteit, waren er zo twee families van manuscripten, een die was afgeleid van de slordige kopie en een die afstamde van de nette. In de Vroege Middeleeuwen gingen de meeste manuscripten verloren, maar in de tijd van Karel de Grote kwamen er weer kopiisten, die toevallig een net exemplaar vonden en kopieerden, waarmee de tekst weer onder de mensen kwam en kopiisten kreeg, tot tijdens de Renaissance de eerste wetenschappelijke uitgave werd gemaakt. Wanneer nu een classicus anno vandaag een vierde-eeuws exemplaar zou vinden uit de slordige manuscriptenfamilie, zou hij daaraan, volgens het principe “ouder is beter”, de voorkeur moeten geven, hoewel het in feite gaat om een tekst vol slordigheden.

Het is daarom beter naar alle manuscripten te kijken, waarbij geldt dat teksten die evident van een nog bestaand exemplaar zijn overgeschreven, mogen worden genegeerd (“geëlimineerd”). Een moderne uitgave van een antieke tekst bevat daarom een lijst met de nog bestaande (“overgeleverde”) antieke handschriften. Van de zesenveertig middeleeuwse handschriften met de tekst van Herodotos’ onderhoudende Historiën, kunnen er negenendertig worden genegeerd. De andere zeven staan op het plaatje hieronder aangegeven met hoofdletters, onderaan.

hdt

In deze stamboom zijn de handschriften A, B en C aan elkaar verwant omdat ze afstammen van een verloren maar reconstrueerbaar manuscript [a]. Iets soortgelijks valt te zeggen van R, S en V, die zijn afgeleid van [r]. Dit zijn dus twee families. Door vergelijking van D en het gereconstrueerde handschrift [r] kan [d] worden gereconstrueerd, en door dit weer te vergelijken met [a], arriveren we bij [x]. Hiervan stammen alle overgeleverde handschriften af, wat overigens niet wil zeggen dat dit het origineel is. De reconstructie komt echter dichter in de buurt van de oorspronkelijke tekst dan elk van de overgeleverde handschriften.

Op deze wijze komen classici tot alleszins redelijke benaderingen van de originelen. Het feit dat er door de onvermijdelijke schrijffouten veel varianten kunnen zijn van een tekst, blijkt zo geen nadeel maar een voordeel, want hierdoor kunnen we de tekst van de oorspronkelijke auteurs reconstrueren met een hogere mate van betrouwbaarheid.

Een echte geleerde is natuurlijk pas overtuigd als hij zo’n reconstructie kan toetsen, en dat blijkt gelukkig ook weleens mogelijk. Bij de papyrusteksten die men in de negentiende en twintigste eeuw heeft gevonden in Egypte, zaten fragmenten die overeen bleken te stemmen met wat onderzoekers aan de hand van deze reconstructiemethode al hadden voorgesteld. Het is een kleine steekproef, maar voldoende om te weten dat de methode betrouwbaar is.

Poliziano was de eerste die zich het potentieel realiseerde, maar classici zijn nog eeuwen bezig geweest om de methode te verbeteren. Ze vond haar moderne vorm in het oeuvre van de Zweedse jurist Carl Johan Schlyter (1795-1888) en werd door de Duitse classicus Karl Lachmann (1793-1851) zó systematisch gepropageerd dat men is gaan spreken van de Lachmannmethode. De evolutiebiologen die in de negentiende eeuw concludeerden dat mensen en apen een gemeenschappelijke voorouder moesten hebben, ontleenden er inspiratie aan. De belangrijkste erfgenaam van Poliziano is, zo beschouwd, Charles Darwin.

2 gedachtes over “De Lachmannmethode

  1. Henk Smout

    Citaat uit het zesde hoofdstuk van deel I van ‘The Descent of Man’ uit 1871:
    “And as man from a genealogical point of view belongs to the Catharrhine or Old World Stock, we must conclude, however much the conclusion may revolt our pride, that our early progenitors would have been properly thus designated.”
    Dat is geen slap verzachtend praatje over ‘gemeenschappelijke voorouder’, Darwin schrijft dat mensen niet zomaar van apen afstammen, maar geeft ook aan binnen welke subgroep dat is geweest.

  2. Roger Van Bever

    Interessante informatie. Ik meen dat ik de naam van Lachmann eerder gezien heb in de discussie over de synoptische evangeliën en dat hij de sequentie van Augustinus die lang stand gehouden heeft, namelijk Mattheüs – Marcus – Lucas op grond van de filologische eigenschappen en vormen omgedraaid heeft in Marcus – Mattheüs – Lucas. Wat een monnikenwerk moet dit geweest zijn!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s