De eerste Olympische Spelen

Griekse worstelaars (Nationaal Museum, Athene)

Het overaanbod aan sport schijnt de meest opgegeven reden te zijn waarom mensen hun krantenabonnement beëindigen. Misschien geldt dat ook voor uw belangstelling voor deze blog, maar hoewel u wellicht nu al afhaakt, blog ik vandaag over de Olympische Spelen. De antieke.

De traditionele foto van “Vestaalse Maagden” die “het aloude Olympisch vuur” ontsteken is ons dit voorjaar gelukkig bespaard gebleven, maar u zult de komende tijd ongetwijfeld lezen dat de Olympische Spelen komen uit Griekenland. Ze zouden volgens de ene traditie zijn gesticht door de legendarische halfgod Herakles en volgens een andere traditie teruggaan op de lijkspelen voor de al even legendarische Pelops. Zo’n dubbele traditie in een mythische wereld is natuurlijk onzin en oudheidkundigen nemen daarom 776 v.Chr. als wat serieuzer te nemen stichtingsjaar. Dat de Olympische Spelen een Griekse uitvinding zouden zijn, betwijfelt echter niemand.

Lees verder “De eerste Olympische Spelen”

Hefaistos

Hefaistos en Thetis op een wandschildering uit Pompeii (Museo archeologico nazionale, Napels)

Aan het einde van het eerste boek van de Ilias presenteert Homeros een goddelijk gezelschap dat gezellig achteroverleunend bekers met nectar nuttigt. Ze krijgen bijgeschonken door een god wiens gehink “homerisch gelach” ontketent. De schlemiel was Hefaistos, god van de smeedkunst. Niet alleen liep hij mank, hij was ook nog eens lelijk en werd bovendien bedrogen door zijn echtgenote. Hij was echter ook listig en zijn twee rechterhanden waren onmisbaar, zowel voor de goden als Griekse helden en stervelingen.

Volgens de oude Grieken bestierden twaalf belangrijke goden de wereld vanaf hun zetel op de Olympos. De Olympische goden waren sterk, mooi, wijs en krachtig om maar een paar positieve eigenschappen te noemen. Ze konden echter ook wraakzuchtig, listig, vertoornd en jaloers zijn en draaiden hun hand er niet voor om een mensenleven overhoop te halen. Kortom: het waren net mensen. Tot dit wispelturige dozijn behoorde ook de smid Hefaistos, bij de Romeinen bekend als Vulcanus.

Lees verder “Hefaistos”

Het hijgend hert

Hert met slang (Keizerlijk Paleis, Constantinopel)

U kent wellicht het beroemde psalmvers, berijmd door Lucretia van Merken (1721–1789):

‘t Hijgend hert, de jagt ontkomen,
schreeuwt niet sterker naar ‘t genot
van de frissche waterstroomen
dan mijn ziel verlangt naar God.

Hier wordt de dorst van het hert in verband gebracht met de vervolgingsjacht waaraan het dier juist is ontsnapt, maar dat is vrije fantasie. De Bijbel verklaart de dorst van het hert in het geheel niet, van schreeuwen is geen sprake en zelfs hijgen doet het niet, volgens de NBV21-vertaling:

Lees verder “Het hijgend hert”