Een Bijlmerliedje

De laatste keer dat ik Diana Tjin sprak, was bij me in de straat. Een paar maanden geleden. Ik kwam uit de supermarkt, zij was op weg naar haar kinderen en zo kruisten onze wegen. Van een tweet wist ze dat ik haar boek las, ik vertelde dat ik het leuk vond, ze zei dat het niet al te autobiografisch was en vervolgens gingen we elk ons weegs. Wat ik maar zeggen wil: ik ken de schrijfster van Een Bijlmerliedje persoonlijk. Haar vorige roman, Het geheim van mevrouw Grünwald, speelt zich zelfs af in onze buurt en ik schreef er al eens over.

Ook met de Bijlmermeer, de Amsterdamse stadswijk waar Tjins tweede roman zich afspeelt, heb ik een persoonlijke band omdat ik er een blauwe maandag heb gewoond en ik er nog altijd regelmatig kom. De slechte reputatie die de wijk ooit had, was wat overdreven maar ook niet onverdiend, en daarom ben ik blij dat Tjin de Bijlmer toont zoals ze was vóór de verloedering begon. Ze heeft er namelijk eveneens gewoond en in die zin is haar boek autobiografisch, maar hoofdpersoon Sheila is dus niet Tjins alter ego. Althans, dat zei ze me zelf.

Lees verder “Een Bijlmerliedje”

Duitse Surinamers

Ik mag dan wonen in de Amsterdamse Dodedichtersbuurt, met straten die een rijk literair leven suggereren, de buurt zélf lijkt niet vaak te zijn beschreven. Ik was daarom meteen geïnteresseerd toen ik hoorde dat Het geheim van mevrouw Grünwald, de debuutroman van Diana Tjin, zich voor een groot deel afspeelt in Amsterdam-West. En inderdaad, we bezoeken een huis aan de Van Lennepkade, wandelen onder de arcade langs de Kinkerstraat en doen inkopen op de Ten Katemarkt. Een feest der herkenning.

***

Wat ik dan weer niet herken, en waarom ik het boek niet alleen leuk maar ook interessant vond, is het verhaal van de Duitsers die in de jaren dertig woonden in Suriname en aan het begin van de Tweede Wereldoorlog door de Nederlandse gouverneur Johannes Kielstra werden geïnterneerd op plaatsen waarvan de namen me tot nu toe weinig zeiden: in de voormalige plantage Mariënburg, in een ressort Groningen en aan de Copieweg. Twee andere interneringskampen, de Jodensavanne en Fort Zeelandia, komen terloops aan bod – en de laatste naam is natuurlijk bekend van de decembermoorden. Het feit dat ik in deze alinea al zeven links aanbreng illustreert dat ik Het geheim van mevrouw Grünwald minder heb gelezen als roman over een jonge vrouw die een familiegeheim ontdekt dan als een verslag over een mij niet heel goed bekend stuk koloniale geschiedenis.

Lees verder “Duitse Surinamers”