Een dobbelsteen uit Tarente

Griekse dobbelsteen (Winckelmann-cenotaaf, Triëst)

Zomaar even een huis-tuin-en-keuken-museumvoorwerp: een dobbelsteen van terracotta. Het ding is vervaardigd in de vijfde eeuw v.Chr. en gevonden in Tarente in de hak van Italië. Hoe het in de Noord-Italiaanse stad Triëst is terechtgekomen, weet ik niet. Wellicht een verzamelaar uit het noorden of een Adriatische zeeman die koopwaar herkende.

Dat er geen stippen of cijfers op staan, is niet ongebruikelijk. In de Oudheid gebruikte men wel vaker woorden. In dit geval staat er ΚΥ, ΔΥΟ, ΤΡΙΑ, ΤΕΤΟ, ΠΕΝ en ϜΕξ. Het eerste is vermoedelijke een afkorting van κύβος, “dobbelsteen”, terwijl het laatste woord in klassiek Grieks gespeld zou zijn als ἕξ, “zes”. De spelling met een letter /w/ ervoor (ϝέξ) is Dorisch, het Griekse dialect dat men sprak in Tarente.

Lees verder “Een dobbelsteen uit Tarente”

Dobbelende Germanen

Speelbord uit Vimose

De Germanen, die verdobbelden hun vrouwen: ik weet niet waar het idee vandaan is gekomen, maar het lijkt een misverstand dat is ontstaan door een passage uit TacitusGermania. Die passage is overigens al bizar genoeg. Hier is ze, vertaald door Vincent Hunink:

Dobbelen doen de Germanen, wonderlijk genoeg, nuchter en als iets ernstigs. Met zoveel fanatisme in winnen of verliezen dat ze als alles is verspeeld bij de laatste en uiterste worp hun vrijheid en lichaam inzetten. De verliezer gaat vrijwillig in slavernij: hoe jong ook, hoe sterk ook, hij laat zich dan boeien en verkopen. Zo ijselijk consequent kan men zijn in iets verkeerds. Zelf spreken ze van “erezaak”. Zulke slaven verhandelt men, om ook zelf de smaad van zo’n zege kwijt te raken. (Tacitus, Germania 24)

Lees verder “Dobbelende Germanen”

Teerlingen werpen

Dobbeltoren (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Vorig jaar publiceerde Vincent Hunink zijn vertaling van de boeken 13 en 14 van Martialis, Feest in het oude Rome, waarvoor ik de beeldredactie verzorgde. In deze boeken wijdt de dichter gedichtjes aan allerlei hapjes en cadeautjes zoals de Romeinen die aan elkaar gaven tijdens het feest van Saturnus. Een van de gedichtjes was gewijd aan een turricula, een “torentje”. Dat was een instrument waarmee mensen eerlijk konden dobbelen. In het gedichtjes is de dobbeltoren aan het woord.

Een slinkse hand gooit kootjes graag
zoals hij zelf heeft voorgekookt.
Maar lukt dat metterdaad met mij?
Dan heeft hij puur geluk.

Lees verder “Teerlingen werpen”