Hunebed van de dag: D44 (Westenesch-Zuid)

Hunebed D44 bij Westenesch

Volgens Herman Clerinx, de auteur van Een paleis voor de doden, lijkt het op twee na zuidelijkste hunebed in Nederland, “meer op een collectie opgewaaide stenen dan op een hunebed”. En ook: “Het monument heeft zelfs een poos als varkenshok dienst gedaan.” Tot overmaat van ramp “staat een van de dekstenen apart”. Zoveel is duidelijk: Clerinx is geen fan van hunebed D44, dat even ten westen van Emmen ligt. Je fietst er langs als je op weg bent naar D50 en D51 bij Noord-Sleen. In zijn Gids voor de hunebedden noemt Wijnand van der Sanden het “onherkenbaar verstoord”, ondanks een restauratie in 1961. Afmetingen zijn niet te geven.

Het gaat om twee draagstenen, een deksteen en een deksteen die even verderop is neergezet. Niet veel, inderdaad, maar ik vind de negatieve beoordelingen een beetje sneu voor de boer op wiens erf dit trechterbekergraf staat. Dit hunebed is namelijk het enige in Drenthe dat in particulier bezit is – de andere zijn eigendom van Staatsbosbeheer en Het Drentse Landschap – en dat betekent dat de eigenaar er maar voor te zorgen heeft. Hij zou er in principe toegangsgeld voor kunnen vragen maar doet dat niet. In plaats daarvan zorgt hij ervoor dat het terreintje langs de weg schoon en verzorgd blijft.

Lees verder “Hunebed van de dag: D44 (Westenesch-Zuid)”

Hunebed van de dag: D45 (Emmerdennen)

Hunebed D45 bij Emmen (Emmerdennen)

Voor het op drie na zuidelijkste hunebed in Nederland, hunebed D45, zijn we weer in Emmen. Dit is echt de hunebeddenhoofdstad van ons land, want je kunt hier twaalf trechterbekergraven zien: beginnend bij D47 en D46 in een oostelijke nieuwbouwwijk, fiets je naar D45 (waarover zo meteen meer), en dan verder naar het drietal D38-D39-D40 op het Emmerveld ten noorden van de stad, waarna je over de grote weg teruggaat naar D41. Hier ga je de es op, heen en weer naar D42, waarna je terugkeert en je weg zuidwaarts vervolgt naar het langgraf D43. Neem dan, even na de grote kruising, de Westenescherstraat en je komt bij het kleine D44, om te eindigen bij D51 en D50. Daarvandaan kun je nog naar de Papeloze Kerk D49, maar je kunt ook naar Emmen terugfietsen, een hotel nemen en de volgende dag naar de dierentuin gaan.

Hunebed D45 is een van de interessantere. Het is om te beginnen flink groot: 18½ meter lang en 4½ meter breed. De kransstenen zijn er nog. Maar het is vooral de plaats die het bijzonder maakt. Hunebedden.nl legt uit:

Lees verder “Hunebed van de dag: D45 (Emmerdennen)”

Hunebed van de dag: D43 (Emmen)

Hunebed D43 bij Emmen

Het op zes na zuidelijkste hunebed in Nederland is een rare snoeshaan. D43 is werkelijk kolossaal. Waar een lengte van een meter of vijftien voor zo’n trechterbekergrafmonument al heel aanzienlijk is, strekt de buitenkrans van zwerfkeien zich hier uit over een afstand van een ruim veertig meter. De krans is bijna zeven meter breed. Hunebed D43 is eigenlijk een beetje een on-Drents grafmonument: een zogeheten langgraf, ofwel een hunebed zonder dekstenen. Die kennen we eigenlijk vooral uit Duitsland. Dit is de meest westelijke en het enige binnen de Nederlandse grenzen.

Langgraf

In feite plaatsten de hunebedbouwers hier twee graven in één lange, gedeelde steenkring. De lokale naam is dan ook De Grafkelders, meervoud. De ingesloten graven zijn dan weer wat aan de kleine kant: het noordelijke, met de ingang naar het oosten, meet 4½ bij drie meter en het zuidelijke, met de ingang naar het westen, is ruim acht meter lang en bijna drie meter breed. Binnen de krans liggen ze ruwweg in elkaars verlengde, zich uitstrekkend van noord naar zuid, wat voor hunebedden ongebruikelijk is. Meestal zijn ze op het oosten gericht.

Lees verder “Hunebed van de dag: D43 (Emmen)”

Hunebed van de dag: D51 (Noord-Sleen)

Hunebed D51 bij Noord-Sleen

Het op zeven na zuidelijkste hunebed in Nederland is D51, een ganggraf dat zich bevindt op een boogscheut van D50. Het is 12¼ meter lang en 3½ meter breed, dus aan de forse kant.

Voor nogal wat auteurs is D51, in vergelijking met D50, een beetje een tegenvaller. Herman Clerinx schrijft in Een paleis voor de doden dat het er wat zielig bij staat; Hunebeddeninfo.nl vindt dat D51 schraal afsteekt bij zijn broer; Hunebedden.nl typeert het als onttakeld; de Wikipedia noemt het zwaar beschadigd. Wijnand van der Sanden heeft er in de Gids voor de hunebedden ook niet veel over te melden en gaat, zoals gezegd, in op astronomische speculaties.

Hunebed D51 bij Noord-Sleen

Ik weet niet of ik het met deze kwalificaties eens ben. Zou hunebed D51 ergens anders in Drenthe hebben gestaan, zonder buurman, dan zou het vermoedelijk niet zulke misprijzende commentaren hebben uitgelokt. Het is namelijk best een mooi monument. Gelukkig zijn deze twee hunebedden alleen vanuit het zuiden te bereiken, fietsend of wandelend over de Hunebedweg in Noord-Sleen, zodat u altijd eerst D51 ziet, links van de weg, en pas daarna D50, rechts en iets verderop.

Albert van Giffen, de archeoloog die als geen ander een rol speelde in het wetenschappelijke onderzoek naar de Drentse trechterbekercultuur, heeft de kelder van D51 willen onderzoeken, maar constateerde dat er weinig eer aan viel te behalen. Alles was al doorwoeld.

Enfin. Hunebed D51 is prima te bereiken op een fietstochtje rond Emmen. Alle hunebedden daar zijn makkelijk op één dag te doen.

Meer weten over de Trechterbekercultuur?

Google Earth: hier. Bezocht op 22 april 2020, fietsend van Emmen naar Meppel.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Hunebed van de dag: D42 (Westenesch-Noord)

Hunebed D42 op de Westenesch

’s Neêrlands op acht na zuidelijkste hunebed ligt even ten westen van Emmen en heet D42. Herman Clerinx schrijft in Een paleis voor de doden dat

dit het enige Nederlandse hunebed is waarvan de toegang werd gevormd door een gang met aan beide zijden liefst drie paar poortzijstenen. Maar daarvan valt helaas niet veel meer te zien; het hunebed is groot maar onvolledig.

Sterker, van die tweemaal drie poortstenen resteren alleen de kuilen. Maar groot is het zeker! Het is op een span na zeventien meter lang en is 4½ meter breed. De hunebedbouwers leverden geen half werk hier. Het ligt bovendien prachtig in de bosrand, aan het einde van de westelijke es van Emmen. Het gebied heet ook wel Stiencamp. In feite een van de mooiste plekken om verliefd te worden op het Drentse landschap.

Lees verder “Hunebed van de dag: D42 (Westenesch-Noord)”

Hunebed van de dag: D50 (Noord-Sleen)

Hunebed D50 bij Noord-Sleen

We beginnen het nieuwe jaar met goede wensen én een joekel van een hunebed, namelijk D50. Met een lengte van zeventien en een breedte van 4½ meter is ’s lands op negen na zuidelijkste trechterbekergrafmonument echt een kanjer. Archeologen duiden hunebedden met deze lengte wel aan als ganggraf.

D50

Hunebed D50 ligt even ten noordwesten van Noord-Sleen, een dorpje tussen de twee wegen die van Emmen naar het westen leiden. (Voor fietsers: de grote weg is niet ideaal. Neem de zuidelijke route over de Westenesscherstraat en Slenerweg, en sla na Noord-Sleen rechtsaf de Hunebedweg op.) Het is niet alleen een groot monument, het is ook nog voorzien van de kransstenen, dat wil zeggen de kring van stenen aan de voet van de dekheuvel. Albert van Giffen heeft die in 1965 weer hersteld en heeft met plombes de plaats van de verdwenen poortstenen aangegeven. Onderzoek heeft hij hier nooit gedaan en ook daarna is de kelder niet opgegraven.

Hunebed D50 bij Noord-Sleen

Het wonderlijke is over dit hunebed, dat ik zelf reken tot de allermooiste, weinig te zeggen is. Herman Clerinx schrijft in Een paleis voor de doden alleen dat “groot en behoorlijk compleet” is en dat de kransstenen er nog zijn. Dan is de Wikipedia informatiever. Die meldt op gezag van schrijver Gerrit Jan Zwier dat hunebed D50 een geliefde plek is voor new-agers, die hierheen komen om rituelen uit te voeren, offers te brengen en “te doen wat hun gevoel hun ingeeft”.

Astronomie

Wijnand van der Sanden begint in de Gids voor de hunebedden ineens te vertellen dat de hunebedden een oost-west-oriëntatie hebben. 85% van de grafmonumenten wijkt hooguit 15˚ naar het noordwesten tot 30˚ naar het zuidoosten. Dat is ruwweg tussen de noordelijkste opkomst van de (midzomer)zon en de zuidelijkste (midwinter)maan. Ik geloof ongezien dat de hemellichamen op die momenten op die plekken op de horizon opkomen, maar ik ben sceptisch. Ik wil toch eerst weten wat er gebeurt als je je beperkt tot pakweg 75%: dan krijg je een smallere band en dan kun je verdedigen dat de hunebedbouwers gefascineerd waren door deze of gene ster.

Even verderop ligt aan dezelfde Hunebeddenweg hunebed D51. In onze strikte volgorde van noord naar zuid kan dat echter niet het volgende monument zijn. Dat is D42, weer wat dichter bij Emmen.

Meer weten over de Trechterbekercultuur?

  1. Over dit hunebed: Hunebeddeninfo.nl en er is een opvallend mooie foto op Hunebedden.nl
  2. Het Hunebedcentrum in Borger, het Drents Museum in Assen en het Muzeeaquarium in Delfzijl

Google Earth: hier. Bezocht op 22 april 2020, fietsend van Emmen naar Meppel.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Hunebed van de dag: D41 (Emmen)

Hunebed D41 bij Emmen op een lentedag

Het op tien na zuidelijkste hunebed in Nederland ligt aan de noordwestelijke rand van Emmen. Eigenlijk ligt het prachtig: iedereen die de stad binnenrijdt, ziet het liggen en ook de bewoners van enkele flatgebouwen zien erover uit. Dit is echte een monument dat deel uitmaakt van de leefomgeving en ik vermoed dat dit, gelegen langs een drukke weg, het meest bekeken hunebed ter wereld moet zijn.

Groot is hunebed D41 ondertussen niet. Het is nog geen zes meter lang en maar 2¾ meter breed. De hunebedbouwers hebben weleens harder aan een graf gewerkt. Het is echter wel een van de best-bewaarde hunebedden van het land. Hunebed D41 is namelijk het laatste dat is ontdekt: tot 1809 lagen de grote stenen goed beschermd in de grafheuvel, waardoor weer en wind er eeuwenlang weinig vat op hebben gehad.

Lees verder “Hunebed van de dag: D41 (Emmen)”

Hunebedden van de dag: D38, D39 en D40 (Emmerveld)

Hunebed D40 op het Emmerveld

Met de drie hunebedden op het Emmerveld naderen we Emmen, wat de hunebeddenhoofdstad van Nederland mag heten. Het stikt daar namelijk van de trechterbekergraven. Het drietal ligt een halve kilometer ten noorden van de stadsrand, op een stuk heide in het bos, en vormt een enorme driehoek, puntend naar het zuidoosten. Groot zijn ze overigens niet. Het noordwestelijke hunebed D38 is met een lengte van acht en een breedte van drie het grootst; het vijfentwintig meter zuidelijker gelegen D39 meet 4½ bij 2½; het oostelijke hunebed D40 is met een lengte van bijna vijf meter en een breedte van nét 3½ meter ook al niet bepaald groot, al is het wel het opvallendst.

Het nooit wetenschappelijk onderzochte hunebed D38 is nog in bezit van iets dat lijkt op een dekheuvel, al is het nauwelijks te zien. Het tweede hunebed, D39 dus, had die ook, maar er is weinig meer van over. Je ziet het omdat de draagstenen grotendeels begraven zijn. Dat bleek voldoende om vast te stellen dat deze dekheuvel in twee fasen is opgeworpen: de eerste tijdens de trechterbekertijd, de tweede een half millennium later.

Lees verder “Hunebedden van de dag: D38, D39 en D40 (Emmerveld)”