Hunebed van de dag: D44 (Westenesch-Zuid)

Hunebed D44 bij Westenesch

Volgens Herman Clerinx, de auteur van Een paleis voor de doden, lijkt het op twee na zuidelijkste hunebed in Nederland, “meer op een collectie opgewaaide stenen dan op een hunebed”. En ook: “Het monument heeft zelfs een poos als varkenshok dienst gedaan.” Tot overmaat van ramp “staat een van de dekstenen apart”. Zoveel is duidelijk: Clerinx is geen fan van hunebed D44, dat even ten westen van Emmen ligt. Je fietst er langs als je op weg bent naar D50 en D51 bij Noord-Sleen. In zijn Gids voor de hunebedden noemt Wijnand van der Sanden het “onherkenbaar verstoord”, ondanks een restauratie in 1961. Afmetingen zijn niet te geven.

Het gaat om twee draagstenen, een deksteen en een deksteen die even verderop is neergezet. Niet veel, inderdaad, maar ik vind de negatieve beoordelingen een beetje sneu voor de boer op wiens erf dit trechterbekergraf staat. Dit hunebed is namelijk het enige in Drenthe dat in particulier bezit is – de andere zijn eigendom van Staatsbosbeheer en Het Drentse Landschap – en dat betekent dat de eigenaar er maar voor te zorgen heeft. Hij zou er in principe toegangsgeld voor kunnen vragen maar doet dat niet. In plaats daarvan zorgt hij ervoor dat het terreintje langs de weg schoon en verzorgd blijft.

De vervallen staat zal te maken hebben met het feit dat, net als met hunebedden  als D2 en D14, is geprobeerd D44 te slopen. In de achttiende eeuw vond men de stenen namelijk nuttig om waterkeringen te versterken. In de apart staande deksteen zijn de boorgaten nog goed zichtbaar, maar uiteindelijk is deze steen de dans ontsprongen.

In de buurt moet overigens hunebed D44a hebben gelegen, dat nog door Johan Picardt is gezien. De Coevordense geleerde schijnt het echter niet te hebben herkend als hunebed. In elk geval is het er niet langer.

Meer weten over de Trechterbekercultuur?

Google Earth: hier. Bezocht op 22 april 2020, fietsend van Emmen naar Meppel.