De hunebedbouwers

Hunebed D18 bij Rolde.

Een tijdje geleden fietste ik van Groningen naar Assen en passeerde ik een hunebed. Het stond daar gewoon in het landschap, stil en onverstoorbaar. Er ging iets sereens van uit. Dit was iets dat er al eeuwen, millennia was, even vanzelfsprekend als het opkomen van de zon of de wisseling van de seizoenen. Het monument was op een wonderlijke manier aantrekkelijk.

Ik besloot dat ik álle tweeënvijftig Drentse hunebedden wilde bekijken en ben inmiddels, enkele fietstochtjes later, op de helft. Ik blogde al eens over de Papeloze Kerk aan de weg van Sleen naar Schoonoord. Ook het Groningse hunebed dat vlakbij Delfzijl is gevonden, heb ik inmiddels gezien. Het staat opgesteld in het museum Muzeeaquarium.

Trechterbekercultuur

De hunebedden zijn gebouwd tussen pakweg 3400 en 3000 v.Chr. door mensen die behoren tot de Trechterbekercultuur. Ze zijn genoemd naar hun aardewerk, dat een vrij karakteristieke vorm heeft. Hieronder twee voorbeelden.

Twee trechterbekers (Muzeeaquarium, Delfzijl)

Je ziet dezelfde vorm in deze versierde beker.

Beker uit Helvesiek (Drents Museum, Assen)

Boeren

De mensen van de Trechterbekercultuur waren geen jagers en verzamelaars meer maar landbouwers. Hieronder is een reconstructietekening van een boerderij met een spieker. Let op de ploeg die links staat. (Ik weet niet wie deze mooie tekening heeft gemaakt.)

Een boerderij met spieker uit de tijd van de Trechterbekercultuur (Muzeeaquarium, Delfzijl)

Hoewel op de Balkan al koper en goud werd bewerkt en in het Middellandse Zee-gebied de Bronstijd op het punt stond te beginnen, gebruikten de mensen in de Lage Landen nog stenen voorwerpen. Deze messen zijn opgegraven in Elp.

Deze stenen messen uit Elp kunnen wat jonger zijn dan de Trechterbekercultuur. Het Drents Museum dateert ze vrij ruim tussen 3400 en 1900 v.Chr.

De mensen droegen sieraden, zoals deze kralen van barnsteen.

Barnstenen kralen (Muzeeaquarium, Delfzijl)

Ook het laatste plaatje komt uit het Muzeeaquarium. Het toont de kleren die de hunebedbouwers droegen. Als u mocht denken dat het rood wat al te fel is, dan kan ik u gerust stellen: er zijn inderdaad aanwijzingen dat men verfstoffen had om zo de kleding te kleuren.

Trechterbekermensen (Muzeeaquarium, Delfzijl)

Boeken

Er zijn verschillende boeken over de hunebedbouwers. Ik schreef al eens over Een paleis voor de doden. Over hunebedden, dolmens en menhirs van Herman Clerinx en voeg vandaag de Gids voor de hunebedden in Drenthe en Groningen toe van Wijnand van der Sanden, de oud-conservator van het museum in Assen. Allebei aanbevolen.

17 gedachtes over “De hunebedbouwers

  1. Ja, mijn vrouw en ik hebben ook een week doorgebracht in Drenthe en alle hunebedden bezocht. Die op de Hondsrug zelf hebben we gefietst. Mooie fietstochten zijn dat, Is het jou ook opgevallen dat de hunebedden over het algemeen op het hoogste punt liggen? Je fietst vals plat omhoog (alsof er iets klem zit in je achterwiel) en zodra het fietsen ineens gemakkelijker gaat, weet je dat je het hunebed voorbij bent. Geniet er van!

  2. Eigenlijk te gek voor woorden dat je nog speciaal moet vermelden dat kleding al geverfd kon worden. De in berenvellen gehulde wilde uit de prehistorie is er kennelijk zo ingeramd dat het bij menigeen nog steeds niet is ingedaald dat er al duizenden jaren hoogwaardige textiel vervaardigd werd: ongeverfd, geverfd en al dan niet met ingeweven patronen.

    1. Robert

      ” dat kleding al geverfd kon worden”
      Ik denk niet dat Jona dit schrijft, hij vestigt alleen de aandacht op de felheid van de rode kleur.

      1. FrankB

        Nee, hij vestigt de aandacht op heel wat meer:

        “er zijn inderdaad aanwijzingen dat men verfstoffen had om zo de kleding te kleuren”.

    2. Rob Duijf

      Ik vraag me af welke kleurstoffen hiervoor werden gebruikt? Rode oker is ongeschikt om textiel te verven.

      De kostbare rode kleurstof Kermes wordt gewonnen uit schildluizen en was in de vroege steentijd al bekend, maar komt uit het zuiden.

      https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Kermes_(kleurstof)

      Meekrap levert een felrode kleurstof, maar deze plant komt oorspronkelijk uit het mediterrane gebied.

      https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Meekrap

      Het zou kunnen wijzen op handelscontacten?

    1. Ja, G1 (Noord-Laren) ligt ongeveer 100 meter van de grens met Drenthe af. Eigenlijk ligt die grens dus 100 meter verkeerd 🙂 .

      Er zijn overigens meer hunebedden in Groningen geweest, maar die zijn inmiddels verdwenen. G2 en G3 bij Glimmen en misschien ook nog G4 bij Onnen

  3. Tommy Heyman

    ik word dan ook compleet mesjogge van een artikel over “menhirs” dat in de zomer werd gepubliceerd op de website van de Vlaamse openbare omroep… een verzoek tot rechtzetting werd compleet genegeerd, terwijl sinds datering met C-14 (organisch materiaal onder de menhir) genoegzaam bekend is dat ook deze werden ‘opgericht’ door de klokbekercultuur en dat over een eventueel later ‘hergebruik’ door druïden door geen enkele bron gewag wordt gemaakt, laat staan dat hiervoor archeologisch bewijs is gevonden…

    https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/08/03/het-monument-van-de-boswachters-een-mooie-plek-waar-je-rustig-k/

    1. FrankB

      Het is troostvol te leren dat niet alleen Nederlandse media er een potje van maken. Ik bedoel maar, zelfs Asterix en Obelix geeft het artikel verkeerd weer.

      “Zo draagt Obelix een menhir op zijn rug, iets wat mooi in het verhaal past, maar wat de druïden van België niet doen.”
      Verrassing – Panoramix is ook nooit met een menhir op zijn rug getekend.

  4. Rob Duijf

    Volgens mij is de mooie ‘urn uit Zeijen (Drents Museum, Assen)’ op jouw foto een standvoetbeker, herkenbaar aan de voet en de typische versiering.

      1. Rob Duijf

        Standvoetbekers (die uit Zeijen is een heel mooi en gaaf exemplaar) behoren tot de laatneolitische enkelgrafcultuur die volgt op de trechterbekercultuur.

        Standvoetbekercultuur is een verouderde term. Voorheen werd ook wel gesproken over strijdhamercultuur.

        Standvoetbekers hebben een ‘voet’ en de kenmerkende touw- of visgraatversiering. Vandaar in de bredere zin ook wel touwbeker genoemd, naar de touwbekercultuur. De standvoetbeker is hiervan echter een typisch Noord-Nederlandse en Noordwest-Duitse vertegenwoordiger.

        Er is wel standvoetbekeraardewerk aangetroffen in hunebedden, zoals D30.

  5. Theo Joppe

    Het leukste van de hunebedden in Rolde (ik woon er vlakbij) vind ik altijd de ligging. Om er te komen moet je langs -leuker nog: door- de begraafplaats, die nog altijd wordt gebruikt. Het geheel ligt aan de voet van de Middeleeuwse kerk. Hier worden dus al dik vijfduizend jaar Roldenaren begraven, en dat is heel bijzonder. Voor de modernisten onder ons: achter de hunebedden ligt nog altijd het tracé van het smalspoortreintje dat tot in de vijftiger jaren tussen Assen en (dacht ik) Veendam tufte.
    Verder is Rolde overigens niet zo boeiend. Maar er zit wel een goede, ouderwetse Chinees, en dat wordt zo langzamerhand ook cultureel erfgoed…

  6. Rob Duijf

    ‘(…) het tracé van het smalspoortreintje (…)

    Dat loopt van Rolde naar Gasselternijveen. Het Pieterpad (LAW9) van Pieterburen naar de St-Pietersberg (of andersom, naar believen) voert er overheen. Als in de lente de brem in bloei staat, loop je er tussen geelgroene wanden omhuld door die heerlijke, diepe meigeur.

  7. H.H. Verveer

    Ik heb in het verleden het grote hunebed van Borger een aantal malen bezocht. De eerste maal toen er een houten keet stond waarin wat vondsten werden getoond. Toen had je een mooi overzicht over de omgeving en begreep waarom dat hunebed nou precies daar was gebouwd. Vorig najaar wederom toen dat museum er stond. Niets ten nadele van dat museum, maar het heeft plaats en ligging van het grote hunebed volledig verpest. Een enorme misser.

Reacties zijn gesloten.