Alle hunebedden

Hunebed D54 bij Havelte

Het beste was dus tot het laatste bewaard. Deze zomer vinkte ik de drie laatste exemplaren af op mijn lijstje van hunebedden. Anderhalf jaar daarvoor had ik het plan opgevat ze allemaal eens te bezoeken. Dat plan beloofde immers leuke fietstochtjes voor de perioden zonder lockdown, en dat in een van de mooiste gebieden van Nederland: Drenthe. Het laatste deel van de buit haalde ik binnen op 20 augustus in Havelte, waar twee van die oude grafmonumenten zijn, en in Diever, waar ook hunebeddenvorser Albert van Giffen (1884-1973) begraven ligt. Dit drietal behoorde tot het mooiste en lag in een zonovergoten, schitterend landschap. Fiets van Diever verder via de radiotelescoop van Dwingeloo en je dag is goed.

Trechterbekercultuur

Vermoedelijk ten overvloede: hunebedden zijn van enorme zwerfkeien gemaakte grafmonumenten en behoren tot de zogeheten Trechterbekercultuur. Die moet u tussen 3350 en 2750 v.Chr. plaatsen, dus terwijl in Egypte de Naqada-tijd overgaat in het Oude Rijk en terwijl in Mesopotamië de stedelijke cultuur zich ontwikkelt. De bouw van de hunebedden staat daarvan los, maar Drenthe was via Roemenië, waarvandaan de hunebedbouwers incidenteel metaal importeerden, verbonden met het Nabije Oosten.

Door de aard van de Drentse bodem bleven menselijke resten in de grafmonumenten slecht bewaard, maar archeologen hebben wel aardewerk en werktuigen gevonden. We weten verder zeker dat de Trechterbekercultuur een boerensamenleving was. Verder vermoeden we dat de hunebedden, waar de voorouders rustten, tevens dienden om aan te geven “dit gebied hier is van ons”.

De naam “hunebedden” is misschien aanleiding voor een misverstand. Het woord herinnert niet aan de Hunnen maar aan de hunen ofwel reuzen. Dat waren de bouwers immers, dachten de eerste, zeventiende-eeuwse onderzoekers. Mensen als dominee Johan Picardt en de Groningse dichteres Titia Brongersma, die bij het hunebed bij Borger onderzocht.

Hunebed D15 bij Loon

Sloop en onderzoek

Ooit waren er in Drenthe zeker tachtig hunebedden. Tegenwoordig zijn er nog tweeënvijftig. Ze hebben geleden onder moedwillige sloop. De zware stukken steen  bleken namelijk nuttig voor de versterking van de dijkbeschoeiingen toen de paalwormepidemie vanaf 1730 Nederland trof. In de negentiende eeuw zijn verschillende grafmonumenten “onoordeelkundig gerestaureerd”, wat een eufemisme is voor het verwijderen van de dekheuvels. Daardoor kwamen de stenen  vrij te liggen, wat een ons vertrouwd plaatje opleverde, maar niet bijdroeg aan de conservering.

Pas na de Tweede Wereldoorlog is vastgesteld dat die dekheuvels vaak in twee of drie fasen waren gebouwd, ook ná de Trechterbekertijd. De monumenten waren dus oorspronkelijk deels onbedekt. De grafvelden zelf bleven, ook toen men geen hunebedden meer bouwde, nog eeuwenlang in gebruik.

Trechterbeker uit Hunebed D26 (Hunebedcentrum, Borger)

Het echte wetenschappelijk onderzoek is pas een eeuw geleden begonnen. Na J.H. Holwerda (die de hunebedden D19 en D20 bij Drouwen verkende) zijn vooral de al genoemde Albert van Giffen en Jan Albert Bakker belangrijk. Van Van Giffen is de aanduiding: de D staat voor Drenthe en binnen die provincie loopt de nummering losjes van noord naar zuid. Er zijn ook hunebedden in Groningen (G). Enkele Overijsselse, Friese en Utrechtse hunebedden zijn of geruimd of ten onrechte op de lijst gezet.

Deze blog

Vandaag begin ik aan een drieënveertig delen tellende & vele weken durende reeks “het hunebed van de dag”. Van noord naar zuid krijgt u van elk hunebed een foto en wat beknopte toelichting. Toelichting waarvoor ik geen enkele originaliteit claim, aangezien ik die heb ontleend aan Herman Clerinx’ mooie boek over de Trechterbekercultuur, Een paleis voor de doden. Over hunebedden, dolmens en menhirs, en aan Wijnand van der Sandens Gids voor de hunebedden in Drenthe en Groningen. Beide boeken verschenen in 2017. Verder vindt u veel informatie op Hunebeddeninfo.nl en Hunebedden.nl.

Hunebed D17 bij Rolde

Hieronder is een tabel waarmee u de hunebedden van uw keuze kunt opzoeken. Ik voorzie dat de reeks doorloopt tot eind januari 2022. Anders gezegd, de linkjes zijn er maar de artikelen zijn er nog niet. Hunebed G5 zal later vandaag als eerste online gaan.

D1 (Steenbergen) D2 (Westervelde) D3 (Midlaren) D4 (Midlaren)
D5 (Zeijen) D6 (Tynaarlo) D7 (Schipborg) D8 (Anloo)
D9 (Annen) D10 (Gasteren) D11 (Anloo) D12 (Eexteres)
D13 (Eext) D14 (Eexterhalte) D15 (Loon) D16 (Balloo)
D17 (Rolde) D18 (Rolde) D19 (Drouwen) D20 (Drouwen)
D21 (Bronneger) D22 (Bronneger) D23 (Bronneger) D24 (Bronneger)
D25 (Bronneger) D26 (D’veld) D27 (Borger) D28 (Buinen)
D29 (Buinen) D30 (Exloo) D31 (Exloo) D32 (Odoorn)
D34 (Odoorn) D35 (Valthe) D36 (Valthe) D37 (Valthe)
D38 (Emmerveld) D39 (Emmerveld) D40 (Emmerveld) D41 (Emmen)
D42 (Westenesch) D43 (Emmen) D44 (Westenesch) D45 (Emmen)
D46 (Emmen) D47 (Emmen) D49 (Schoonoord) D50 (N-Sleen)
D51 (N-Sleen) D52 (Diever) D53 (Havelte) D54 (Havelte)
G1 (Noordlaren) G5 (H’klooster) D55” (Gasselte)

Zoals gezegd heb ik met deze stukjes geen enkele pretentie, behalve u te laten delen in het plezier dat ik zelf heb gehad aan enkele fietstochtjes door mooie landschappen. Voor echte informatie moet u zijn bij het Muzeeaquarium in Delfzijl, het Hunebedcentrum in Borger, het Drents Museum in Assen en de boeken en websites die ik in de stukjes zal noemen. Ook wil ik nog even noemen dat ze daar in die noordelijke contreien geweldige limoncello maken.

Moderne reconstructie van een hunebed (Hunebeddencentrum, Borger)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

8 gedachtes over “Alle hunebedden

  1. FrankB

    “Er zijn ook hunebedden in Groningen (G).”
    Het is altijd fijn als mijn geliefde provincie positief in het nieuws komt, maar dit is een tikje overdreven.

    http://www.hunebedden.nl/g01.htm

    Aardrijkskundig gezien is Noordlaren Drenthe.
    G5 is wel uniek, maar weer geen rijksmonument. Als chauvinist vind ik het natuurlijk volkomen terecht dat die vandaag al aan bod komt.

Reacties zijn gesloten.