Hunebed van de dag: D43 (Emmen)

Hunebed D43 bij Emmen

Het op zes na zuidelijkste hunebed in Nederland is een rare snoeshaan. D43 is werkelijk kolossaal. Waar een lengte van een meter of vijftien voor zo’n trechterbekergrafmonument al heel aanzienlijk is, strekt de buitenkrans van zwerfkeien zich hier uit over een afstand van een ruim veertig meter. De krans is bijna zeven meter breed. Hunebed D43 is eigenlijk een beetje een on-Drents grafmonument: een zogeheten langgraf, ofwel een hunebed zonder dekstenen. Die kennen we eigenlijk vooral uit Duitsland. Dit is de meest westelijke en het enige binnen de Nederlandse grenzen.

Langgraf

In feite plaatsten de hunebedbouwers hier twee graven in één lange, gedeelde steenkring. De lokale naam is dan ook De Grafkelders, meervoud. De ingesloten graven zijn dan weer wat aan de kleine kant: het noordelijke, met de ingang naar het oosten, meet 4½ bij drie meter en het zuidelijke, met de ingang naar het westen, is ruim acht meter lang en bijna drie meter breed. Binnen de krans liggen ze ruwweg in elkaars verlengde, zich uitstrekkend van noord naar zuid, wat voor hunebedden ongebruikelijk is. Meestal zijn ze op het oosten gericht.

Hunebed D43 bij Emmen

Om het helemaal vreemd te maken loopt de stenenkrans die de twee graven omgeeft, heel ver naar het zuiden door: het is alsof er nog een derde monument moest worden omgeven. In 1913 heeft J.H. Holwerda naar een extra graf gezocht, maar niets gevonden. Wat wel werd gevonden: een offerkuil, die aanvankelijk buiten de stenenkrans lag maar binnen het complex werd getrokken door de krans naar het zuiden te verlengen. Ten westen van het langgraf waren nog twee offerkuilen, maar de stenenkrans is nooit uitgebreid om ook die te omvatten. Het lijkt erop dat dit grafmonument tot in de Bronstijd bezoekers heeft gehad.

Restauraties

Hunebed D43, dat in de zeventiende eeuw bekend heeft gestaan als Bruyn Stien, is lange tijd in gebruik geweest om afval te dumpen. Dat veranderde in 1869, toen het “ondeskundig werd gerestaureerd”: het Drentse eufemisme voor het verwijderen van de dekheuvel. De restauratie die Albert van Giffen in 1960 uitvoerde, was volgens hedendaagse inzichten ook niet zo best, want hij metselde de ruimtes tussen de kransstenen dicht met keitjes. Dit is problematisch, zoals ze kunnen uitleggen bij het Thermenmuseum in Heerlen, want cement en natuursteen hebben een andere uitzettingscoëfficiënt, waardoor ze verschillend reageren op temperatuurwisselingen. Een stenen monument komt zo vol spanningen te zitten en maakt zichzelf kapot.

Tot 1870 heeft een eindje ten zuiden van D43, nog een hunebed gestaan. Van Giffen duidde het aan als D43a. Daar zijn negentig potten gevonden, die de hele hunebeddenperiode besloegen.

Meer weten over de Trechterbekercultuur?

  1. Over dit hunebed: Wikipedia, Hunebeddeninfo.nl en Hunebedden.nl
  2. Het Hunebedcentrum in Borger, het Drents Museum in Assen en het Muzeeaquarium in Delfzijl
  3. Herman Clerinx, Een paleis voor de doden. Over hunebedden, dolmens en menhirs (2017; bespreking)
  4. Wijnand van der Sanden, Gids voor de hunebedden in Drenthe en Groningen (2017)

Hunebed D43 staat even ten noordwesten van Emmen op wat bekendstaat als de Schimmeres, recht achter museumboerderij De Nabershof. Je loopt naar het grafmonument via een wat mottig volkstuinencomplex.

Een niet zo verhelderende foto op Google Earth vindt u hier. Bezocht op 22 april 2020, fietsend van Emmen naar Meppel.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

6 gedachtes over “Hunebed van de dag: D43 (Emmen)

  1. Huibert Schijf

    Een odd case. Dat is altijd interessant. Is er enige aanleiding om te denken het hier om ‘Duitse’ bouwers gaat?

  2. Ha! Mijn favoriet!

    “een zogeheten langgraf, ofwel een hunebed zonder dekstenen. Die kennen we eigenlijk vooral uit Duitsland.”

    Daar komen ze inderdaad veel vaker voor dan in Nederland, maar ze zijn vooral bekend in Denemarken waar er zeker nog duizend zijn (zoek op langdysse). Daar zijn ook langere bij (denk aan 100 meter) en eentje heeft zelfs 5 graven! Op het eiland Møn is er eentje heel mooi gerestaureerd, Grønsalen (zie https://en.wikipedia.org/wiki/Gr%C3%B8nsalen). In Duitsland is Kleinenkneten (zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Kleinenknetener_Steine nummertje II) ook gerestaureerd, maar daar zijn ze wat uitgeschoten met het zand.

    “Duitse” bouwers? Mwah. Drenthe hoort gewoon bij de “Duitse” Trechterbekercultuur , de hunebedden zijn daarvan niet te onderscheiden. In dat gebied staan een aantal langgraven waarvan eentje bij een later gelegde grens per ongeluk aan de verkeerde kant is terecht gekomen. Gezien de aantallen lijkt het idee van een langgraf uit Denemarken te komen, maar mogelijk is men er in Duitsland wat minder zuinig op geweest dan in Denemarken, dus heel zeker is dat niet.

Reacties zijn gesloten.