Voor-westerse geschiedenis (13) het ritme

De Romeinse kalender, beginnend op 1 maart (Archeologisch museum, Sousse)

Je hoort natuurlijk te zeggen dat de Griekse poëzie begon met het hoogtepunt, de Ilias, maar om eerlijk te zijn heb ik meer plezier beleefd aan de Werken en Dagen van Hesiodos. In zo’n 800 regels biedt het leerdicht, dat vermoedelijk iets jonger is dan de homerische poëzie, om te beginnen enkele mythen over het moeilijke leven in de voor-westerse wereld. Het idee dat er ooit een gouden eeuw was maar dat we inmiddels leven in een tijd van ijzer, is hier te vinden. Vervolgens legt Hesiodos uit hoe men, ondanks de moeilijkheden die inherent zijn aan het leven in deze wereld, toch succes kan hebben – mits men de eigen boerderij op orde heeft.

Eerste goede raad: zorg dat je een huis, een ploeg en een vrouw hebt – en die vrouw moet een slavin zijn, je echtgenote komt later nog wel. Daarna biedt Werken en Dagen een overzicht van de boerenkalender. Hier is een vrij bewerkt overzicht.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (13) het ritme”

Tweemaal de Gouden Eeuw

Of Hesiodos een historisch personage is, staat te bezien, maar dat heeft antieke beeldhouwers er niet van weerhouden zijn portret te maken. Deze mooie kop is in het British Museum, Londen.

1.

Oké, die Gouden Eeuw, waar komt die nou weer vandaan? Antwoord: dat weten we niet. De oudste vermelding van de mythe is te vinden in de Werken en dagen van de Griekse dichter Hesiodos, die u moet plaatsen in de achtste eeuw v.Chr. Zoals wel meer mensen in de Oudheid meende hij dat het in de loop der tijden van kwaad tot erger was gegaan. Eerst was er een paradijselijke gouden eeuw, toen een zilveren eeuw, een bronzen eeuw, een eeuw van helden en tot slot een ijzeren eeuw.

En daarmee hebben we het probleem bij de kuif. Vier metalen van afnemende waarde onderbroken door een eeuw van helden. Het lijkt erop dat Hesiodos zich de Mykeense tijd herinnerde en die integreerde in een ouder mythisch schema. Er moet dus vóór Hesiodos een verhaal zijn geweest over vier tijdperken. We vinden die een slordige acht eeuwen ná Hesiodos bij de dichter Ovidius, die dus weliswaar jonger is, maar een oudere fase documenteert in een traditie die we niet kennen. Cassius Dio maakte het lijstje overigens nog beter door een gouden eeuw te laten degenereren tot ijzer en roest.

Lees verder “Tweemaal de Gouden Eeuw”

Het noodlot van een ketter

Adriaan Koerbagh (1633-1669) leefde in het Amsterdam van de Gouden Eeuw, stamde uit een van de betere families en kwam in juridische moeilijkheden. Dat laatste brengt met zich mee dat er een dossier over hem is aangelegd, zodat een historicus zijn leven kan benutten om een schets te geven van het leven in de stad die, zoals Vondel schreef, “als Kayserin de croon draeght van Europe”.

Bart Leeuwenburghs Het noodlot van een ketter is echter niet geschreven als illustratie van het dagelijks leven in het zeventiende-eeuwse Holland. Dat is slechts de aantrekkelijke bonus die je krijgt in dit boek over het begin van de radicale Verlichting. Koerbagh stond namelijk met beide benen in het intellectuele leven van zijn tijd, waarin een nieuw, materialistisch wereldbeeld begon aan zijn opmars. Sterker nog, de jonge Amsterdammer – hij werd slechts zesendertig jaar oud – liep in de voorhoede en werd als eerste onder vuur genomen.

Lees verder “Het noodlot van een ketter”