Caesarius van Heisterbach

Caesarius van Heisterbach met een novice

De abdij van Heisterbach, aan de voet van het Zevengebergte in het Rijnland, zal wel voor eeuwig geassocieerd worden met een van de middeleeuwse bewoners: Caesarius, die u moet plaatsen tussen 1180 en 1240. Ten behoeve van zijn novicen noteerde hij tal van stichtelijke anekdotes (exempelen), die vaak over het kloosterleven gaan, maar even zo vaak over het dagelijks leven buiten de abdij. Caesarius van Heisterbach maakte visitatiereizen door onder meer de toenmalige Nederlanden, waar hij allerlei verhalen optekende over wonderen, visioenen en verschijningen.

Zoals we straks zullen lezen, ging hij nauwkeurig te werk. Hij had de intentie de historische werkelijkheid vast te leggen. Kortom: we hebben hier te maken met één van de schaarse schriftelijke middeleeuwse bronnen van Nederlandse volkscultuur.

Lees verder “Caesarius van Heisterbach”

De Friese vrijheid

Een blijde (Fries Museum, Leeuwarden)

De drie maanden die ik in 2018 doorbracht in Friesland behoren tot de gelukkigste van mijn leven. Ik heb er een zwak aan overgehouden voor het Fries Museum in Leeuwarden. En omdat ik de Middeleeuwen interessant vind zonder er heel veel van te weten, was ik blij dat er een expositie was over de Friese landen in de Late Middeleeuwen: Vrijheid, Vetes, Vagevuur. Voor het goede begrip: de Friese landen grensden rond 1000 in het zuidwesten aan de Rijn en in het oosten aan – naar keuze – de Dollard, de Jade, de Elbe of de Deense istmus. Het gaat in elk geval om het gebied langs de Waddenzee.

De Karolingen hadden de regio onderworpen en gekerstend, maar ze behield een zekere onafhankelijkheid. Echte onderwerping van het gebied zal voor de Ottoonse, Salische en Staufische vorsten ook weinig prioriteit hebben gehad. Het gebied lag perifeer. Bovendien grensde het aan zee, konden de bewoners zich betrekkelijk eenvoudig verplaatsen en had je er weinig aan de ruiterlegers die destijds het voornaamste instrument waren om gezag af te dwingen. Het zal keizer Sigismund niet heel zwaar zijn gevallen om in 1417 de de facto Friese vrijheid in een oorkonde ook de iure te erkennen. Een iets jongere tekst, het Fivelgoër handschrift, zegt het poëtisch:

De Friezen zijn vrij, zowel de geborenen als de ongeborenen, zolang de wind van de wolken waait en de wereld bestaat.

Lees verder “De Friese vrijheid”