Wat is volkscultuur? (1)

De gebroeders Grimm

[Eerder dit jaar overleed Hans Overduin, die me een groot aantal blogs naliet over volkscultuur, een onderwerp waar hij graag over vertelde. Hij schreef ook twee stukjes waarin hij uitlegde wat de wetenschappelijke bestudering van de volkscultuur inhield. Vandaag het eerste van die twee blogjes; morgen het tweede.]

Anders dan eerbiedwaardige disciplines als wiskunde en astronomie, is de bestudering van de volkscultuur een jonge wetenschap. Ze is eigenlijk pas in de tweede helft van de vorige eeuw tot wasdom is gekomen. Dat ging gepaard met vallen en opstaan, waarbij fouten werden gemaakt waar we nog steeds last van ondervinden. Die fouten zijn op zich ook weer spannende materie. Ik ken wetenschappers wier dag je kunt verknallen door in verband met de volkscultuur de term “Germanen” te laten vallen.

De bestudering van de volkscultuur is echter een echte wetenschap, en zoiets vertaalt zich in bijvoorbeeld een eigen terminologie. Ik zal proberen wat orde in de chaos te scheppen. Daarbij ga ik niet in op het begrip “volkscultuur” zelf in; wat hieronder kan worden verstaan, blijkt uit de geschiedenis van het fenomeen.

Enkele begrippen

Ik ga uit van twee begrippenparen:

  • volkenkunde en etnologie enerzijds
  • volkskunde en folklore anderzijds.

De eerste twee begrippen komen uit de culturele antropologie. Etnologie kun je definiëren als “de bestudering van breed gedragen cultuurverschijnselen in hun historische, sociale en geografische dimensie, waarbij ze deze dimensies opvat als dynamische, groepsgebonden processen van betekenisgeving en toe-eigening”. Volkenkunde is een inmiddels wat verouderde term om hetzelfde te zeggen.

De bijna gelijkluidende term volkskunde, eveneens verouderd, kan gezien worden als etnologie in engere zin – Europese of Nederlandse etnologie. Het doel van deze discipline is om inzicht te krijgen in het leven van alledag en de daarmee samenhangende cultuurverschijnselen. Deze sociale wetenschap wordt in Nederland hoofdzakelijk gepraktiseerd aan het Meertens Instituut in Amsterdam.

Folklore

De meest problematisch term van het viertal hierboven is folklore. Dat is niet alleen omdat dit begrip een weinig positieve overdrachtelijke betekenis heeft gekregen, maar vooral doordat niet iedereen er hetzelfde onder verstaat.

We kunnen voor wellicht voor één keer het beste uitgaan van de etymologie. Het is een samengesteld Engels woord dat ik persoonlijk graag spel met een verbindingsstreepje: folk-lore. Met folk wordt (uiteraard) het “gewone volk” bedoeld, terwijl lore vertaald kan worden met “overlevering”. Het is dus de overlevering van de cultuur van het volk. Hier stuiten we op een probleem waar de bestudering van de volkscultuur mee kampt en dat ze deelt met de oudheidkunde, namelijk het gebrek aan (schriftelijke) bronnen.

De ontdekking van het volk

Ik ga bij de geschiedenis van de bestudering van de volkscultuur gemakshalve uit van de traditionele tweedeling “volkscultuur versus elitecultuur”. Later kwam men er weliswaar achter dat het zo simpel niet ligt, maar dat is stof voor een ander blogje. Verder beperk ik mij vanuit praktisch oogpunt tot de volkscultuur van West-Europa sinds de Middeleeuwen.

Toen – in de Middeleeuwen – was het verschil tussen volkscultuur en elitecultuur klein. De elite nam op haar eigen manier deel aan de cultuur van het volk. Dit varieerde van totale onderdompeling (carnaval) tot afstandelijke observatie. Na de Middeleeuwen ontwikkelde de elite echter een meer eigen cultuur. Aan het einde van de achttiende eeuw was de breuk nagenoeg compleet.

De rationalisering was dankzij de Verlichting intussen zo ver voortgeschreden dat een reactie volgde. Vooral in Duitsland kregen de Romantiek en de “Sturm und Drang” gestalte. De ontdekking van het “volk” toont zich in woorden als Volkslieder, Volksmärchen, Volkssage, Volksspiel en Volksbuch. Engeland deed in 1846 de term folk-lore zijn intrede. Kortom, “het volk” was ontdekt.

De eenvoudige boer kreeg de reputatie van “edele wilde”. De invloed van Herder en gebroeders Grimm was enorm, ook in het buitenland. De dichter Ludwig Tieck, die dweepte met het volksboek, vervaardigde eigen versies van de Vier heemskinderen en De schone Magelone. De Franse schrijver Chateaubriand behandelde in zijn Génie du christianisme (1802) onder meer de dévotions populaires, de officieuze religie van het volk, die hij beschouwde als een belichaming van de harmonie van volk, natuur en godsdienst. Ook de volksmuziek werd ontdekt en men ontfermde zich enthousiast over de volksmuziek. Zo bewerkte Joseph Haydn (1732-1809) een paar honderd Schotse volksliederen.

Oorzaken

Er waren drie oorzaken van de herontdekking van de volkscultuur:

  1. de verfijnde kunst van de elite werd op een gegeven moment als te gepolijst, te artificieel ervaren;
  2. de regels van het classicisme ten aanzien van bijvoorbeeld het toneelspel (eenheid van tijd, plaats en handeling) werden ervaren als benauwend en beperkend;
  3. de vruchten van de Verlichting waren in veel landen (zoals Duitsland en Spanje) weinig geliefd, aangezien ze kwamen uit het vijandige Frankrijk. Volkscultuur sloot naadloos aan bij het opkomend nationalisme.

Feitelijk behoedde de elite de schat der volkscultuur niet alleen voor vergetelheid, maar ging ze er ook mee aan de haal. In zekere zin was dat een herstel van de situatie uit de Late Middeleeuwen en de Renaissance, toen de elite zich ook op een haar eigen manier ontfermde over de volkscultuur.

De gevestigde kunstenaars begonnen de volkscultuur naar hun hand te zetten. Oude gebruiken werden opnieuw ingevoerd (het carnaval van Keulen bijvoorbeeld), waarbij men negeerde dat de volkscultuur sinds de Middeleeuwen niet onveranderd was gebleven.

Ongehinderd door wetenschappelijke onderzoeksmethoden schreven romantische volkscultuurkenners oude gebruiken en riten toe aan de Germanen, Kelten en Romeinen. Met wetenschap in de huidige betekenis van het woord had het allemaal weinig te maken. Niet voor niets heeft het handboek van Ton Dekker De Nederlandse volkskunde (2002) als ondertitel: De verwetenschappelijking van een emotionele belangstelling.

Morgen meer.

[Een postume gastbijdrage van de eerder dit jaar overleden Hans Overduin. Dank je wel Hans, waar je ook bent.]

Deel dit:

13 gedachtes over “Wat is volkscultuur? (1)

  1. FrankB

    “Feitelijk behoedde de elite de schat der volkscultuur niet alleen voor vergetelheid, maar ging ze er ook mee aan de haal.”
    In de muziek zien we dit in het gebruik van volksliedjes. De Russische Groep van Vijf propageerde dit; ook Tsjaikovsky deed dit (Tweede Symphonie, Ouverture 1812).

    1. FrankB

      De site spreekt op geen enkele wijze tegen dat Zwarte Piet een racistisch verschijnsel is – en zeker niet betreffende onze tegenwoordige tijd.

  2. Willem Visser

    Ben van Aarle.
    Het artikel bij de link die je plaatste besteed slechts een paar zinnen aan Zwarte Piet. Wil je echt meer weten over hem dan kan ik je het artikel aanbevelen in de gelijknamige Facebook-groep:
    “Hoe Zwarte Piet de slavernij hielp afschaffen”.

      1. Wat je hier aansnijdt, is interessant. Wie bepaalt wanneer en met welke criteria een culturele uiting een bepaald karakter heeft?

        Ik ben met je eens dat het verleden niet belangrijk is, net zo min als de etymologie van een woord vastlegt wat een woord tegenwoordig betekent. Maar ik heb er nog geen echt alternatief voor gezien, behalve dan dat de ene groep ervaring centraal stelt (“wij ervaren ZP als racistisch en dus is het racisme”) en een andere groep intentie (“het is niet zo bedoeld en dus is het geen racisme”).

        Mijn onvrede over de discussie is dat dit kentheoretische aspect niet centraler staat; mijn onvrede over het geheel zit bij het feit dat mensen die zich op het intentie-standpunt stellen, eigenlijk zeggen “we hoeven geen rekening te houden met anderen”. Dat is oerhollands bot.

        1. Willem Visser

          Je stelt dat ‘het verleden niet belangrijk is’, maar heb je het dan over het verleden van 160 jaar geleden waar FrankB op doelde, of het meer recentere verleden? Ik weet nog dat midden jaren ’80 niemand van mijn studiegenoten het ooit had over ‘Zwarte Piet is racisme’. ‘Zure regen’ was toentertijd een hot item; zelfs onder degenen die zoals ik Culturele Wetenschappen studeerden.
          Dat als racistisch ervaren van Zwarte Piet is dus hooguit een item van de laatste 2 of 3 decennia, en dan nog alleen in Nederland want in de oude overzeese gebiedsdelen wordt het nog volop gevierd. We zien dat jaarlijks voorbijkomen want voorstanders van Zwarte Piet plaatsen dan filmpjes waarop met name mensen van kleur zich vrolijk uitdossen als Zwarte Piet.

  3. Fried Deelen

    Het wordt nog complexer als we buiten Europa treden, en ook rekening houden met het marxisme waarvan ik niet de enige zal zijn die het in de studietijd rijkelijk tot zich nam. Misschien loop ik op de volgende bijdrage(s) vooruit, misschien ook niet.
    De vorig jaar overleden filosoof en historicus Enrique Dussel (UNAM, wetenschappelijke kwalificaties ontbreken hem niet) merkte op dat we, als het erom gaat de sociale geschiedenis van de Cariben te begrijpen, aan ‘klasse’ weinig hebben; er zijn nauwelijks fabrieksarbeiders. In die termen vielen slavernij en ongelijkheid niet te verklaren. ‘Ras’ bleek ook niet te werken. ‘Volk’ zou daar veel beter voor geschikt zijn. Fidel Castro had het aanhoudend over ‘het Cubaanse volk’ dit en dat, en José Carlos Mariátegui stelde dat er in Peru geen arbeidersklasse was maar wel een uitgebuit indiaans volk. Toen hij zich vanuit dat inzicht met de politiek begon te bemoeien werd dat meteen als ‘populisme’ afgedaan. In Argentinië gebruikten de marxisten diezelfde term, maar dan om hun ongenoegen over een politieke stroming als het peronisme te uiten die veel steun vanuit de bevolking kreeg maar, naar hun mening, de belangen van het volk niet diende.
    En zo verder. Misschien een beetje alien, maar als het over ‘het volk’ gaat hoort het er wel bij. Met ‘volkscultuur’ wordt het nog een beetje ingewikkelder. Het kost moeite dezelfde taal te blijven spreken.

      1. Fried Deelen

        Nou ik erover nadenk zijn er wel raakvlakken met de lijn die een dichotomie ziet tussen volkscultuur en elitecultuur zoals Overduin het stelt. In zijn jonge jaren kon Dussel er niet genoeg van krijgen Domingo Faustino Sarmiento door de mangel te halen, die in een roman uit 1845 voor de keus tussen civilización y barbarie had gesteld. De barbaarsheid was alles wat Indiaans, Afroamerikaans of Spaans was; die ongeletterde halfwilde boeren waren gelukkig met hun armoede. De beschaving en vooruitgang daarentegen waren stedelijk, en afkomstig uit Duitsland e.a. Ook hier was er dus een breuk tussen volkscultuur en elitecultuur. De minachting voor het volk droeg er uiteraard toe bij dat (al dan niet marxistische) wetenschappers de volkscultuur omhelsden en gingen onderzoeken.

Reacties zijn gesloten.