De Dei Consentes

De porticus van de Dei Consentes (rechts), met links de Saturnustempel en vooraan de tempel van Vespasianus

Een van de opvallendste en tegelijk minst bekende monumenten van het oude Rome is te zien op de oostelijke helling van het Capitool, vanaf het Forum Romanum bezien recht achter de Tempel voor Saturnus en voor de massieve bogen van het gebouw dat bekendstaat als Tabularium. Of die laatste naam verdiend is, is een andere kwestie. Maar het gaat me vandaag om bovenstaand portiek. Het was gewijd aan de Dei Consentes, wat een andere naam was voor de twaalf Olympische goden. Die klinken ons vertrouwd in de oren en ook er zijn meer cultusplaatsen voor dit dozijn bekend, zoals het Dodekatheon van Barcelona. Desondanks is de verering van deze twaalf redelijk zeldzaam in de antieke cultuur.

De Romeinen hebben de cultus voor dit twaalftal ingevoerd in 217 v.Chr., aan het begin van de Tweede Punische Oorlog. Hannibal was de Alpen overgestoken, bedreigde Italië en de schrik zat er goed in. De geschiedschrijver Titus Livius vertelt dat aan de eerste plechtigheid alleen mensen mochten deelnemen die enig bezit hadden en dus zorg droegen voor het algemeen welzijn. De logica van het “dus” was dat alleen mensen met eigen land krijgsdienst deden en belasting betaalden. Van de armen, die ten tijde van oorlog niets – althans geen land – hadden te verliezen, werd niet verwacht dat ze oprecht bezorgd zouden zijn om de openbare orde en vrede:

Lees verder “De Dei Consentes”

Ovidius in Amsterdam

(Prinsengracht 535, Amsterdam)

Zoals de lezer van deze kleine blog inmiddels weet, vind ik de Amsterdamse gevelsteentjes erg leuk. Het zijn kleine kunstwerkjes die makkelijk in de handboeken kunstgeschiedenis hadden gekund, maar waar kunsthistorici om een of andere reden niet naar omzien. Dat het Rijksmuseum er enkele heeft, is een positieve uitzondering.

Het gevelsteentje hiernaast is te zien aan de Prinsengracht 535 en toont een kikker. Niet dat er kikkers zitten in de Prinsengracht, maar dat is niet zo belangrijk. Prinsen heb ik er ook nooit gezien, trouwens. Het gaat me nu even om de Latijnse woorden quamquam sunt sub aqua, die zijn ontleend aan de Metamorfosen van de Latijnse dichter Ovidius. De volledige regel luidt quamquam sunt sub aqua, sub aqua maledicere temptant, “hoewel ze onder water zijn, proberen ze ook onder water kwaad te spreken”.

Lees verder “Ovidius in Amsterdam”