Vragen rond de jaarwisseling (3)

Een van de onderstaande vragen gaat over de vegetatieloze Atheense Akropolis

Net als vorig jaar gebruik ik de laatste blogjes van 2023 om uw vragen te beantwoorden. Gisteren behandelde ik vragen over de oude talen. Vandaag behandel ik acht andere vragen. Hier zijn de eerste vijf.

Was de Akropolis in Athene in de Oudheid ook de boomloze steenvlakte die hij nu schijnt te zijn?

Deze vraag legde ik voor aan Eric Moormann, die onlangs samen met Janric van Rookhuijzen een boek publiceerde over de Akropolis: De Akropolis van Athene. Geschiedenis van een mythisch icoon. Moormann bevestigde het: waarschijnlijk was er ook destijds al weinig vegetatie. Er is de beroemde put uit de Bronstijd om water op de berg te krijgen.

En er is natuurlijk een beroemde anekdote, te vinden bij Herodotos, dat de olijfboom die de godin Athena ooit aan haar stad had geschonken, niet kapot te krijgen was: de dag nadat de stad was geplunderd en de boom verbrand, was er alweer een nieuwe scheut.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (3)”

Mondelinge literatuur: Curtius of Anchouros?

Olielampje (Rheinisches Landesmuseum, Trier)

De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius kan het vaak aardig vertellen. Hier is, in de vertaling van mw. Van Katwijk-Knapp, een verhaal uit het zesde boek van zijn Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad:

In hetzelfde jaar zakte, naar men zegt, ten gevolge van een aardbeving of een andere natuurkracht ongeveer in het midden van het Forum de grond tot een onpeilbare diepte weg, waardoor een reusachtige kloof ontstond. Iedereen droeg aarde aan, maar men zag geen kans die bodemloze afgrond te vullen. Ten slotte gingen ze zich op aanwijzing van de goden afvragen wat de grootste kracht van het Romeinse volk uitmaakte; want, zo verkondigden de zieners, dat moest daar geofferd worden, als ze wilden dat het Romeinse Rijk eeuwig zou blijven voortbestaan.

Volgens het verhaal wees Marcus Curtius, een voortreffelijke jonge krijgsman, hen terecht: hoe konden ze eraan twijfelen of er iets goeds bestond dat meer karakteristiek was voor de Romeinen dan wapens en moed? … Hij hief de handen ten hemel, strekte ze toen uit naar de gapende kloof in de aarde en naar de schimmen van de onderwereld, en wijdde zich ten dode. Daarna besteeg hij in volle wapenrusting zijn paard, dat zo schitterend mogelijk was opgetuigd, en wierp zich in de afgrond. Een menigte van mannen en vrouwen gooide wijgeschenken en vruchten op hem neer.

Lees verder “Mondelinge literatuur: Curtius of Anchouros?”