Een gesprek over kleuren bij Aulus Gellius

De Romeinse auteur Aulus Gellius (tweede eeuw na Chr.) beschrijft in zijn boek Attische Nachten een interessant gesprek over kleuren tussen twee intellectuelen uit zijn tijd, Favorinus van Arelate en Marcus Cornelius Fronto. Interessant is dat ze werkelijk over de linguïstische betekenissen van bepaalde kleurwoorden spreken en niet over het mengen van pigmenten. Favorinus zegt:

Er is meer verschil in de waarneming van onze ogen dan we in de woorden voor kleuren kunnen uitdrukken. Want om andere tekortkomingen buiten beschouwing te laten: voor de primaire kleuren rood (rufus) en groen (viridis) hebben we weliswaar maar één woord, terwijl er allerlei nuances zijn. Dit gebrek aan woorden zie ik in het Latijn meer dan in het Grieks. Weliswaar is de kleur rufus afgeleid van rubor (roodheid), maar vuur is een ander rood dan bloed, purper, saffraan of goud, en toch benoemt het Latijn deze afzonderlijke tinten rood niet met eigen, aparte woorden, maar vat het ze allemaal samen met die ene uitdrukking rubor – tenzij het een naam ontleent aan de zaak zelf en bijvoorbeeld zegt vurig (igneus), vlammend (flammeus), bloedig (sanguineus), saffraankleurig (croceus), purperen (ostrinus), gouden (aureus). Want de kleuren russus en ruber zijn weliswaar afgeleid van het woord rufus, maar verklaren niet al zijn eigenschappen. Daarentegen lijken ξανθός, ἐρυθρός, πυρρός, κιρρός en φοῖνιξ bepaalde gradaties rood weer te geven, doordat ze het ofwel versterken, verzwakken of door een gemengde nuance afzwakken.noot Aulus Gellius, Attische Nachten 2.26.

Lees verder “Een gesprek over kleuren bij Aulus Gellius”

De begrafenis van Julius Caesar (1)

Marcus Antonius (Koninklijke bibliotheek van België, Brussel)

De reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden” nadert haar einde. Vandaag 2069 jaar geleden deed Caesar immers niets meer want hij was dood. De moordenaars hadden zich verscholen op het Capitool en hadden het initiatief gelaten aan de consul, Marcus Antonius, die een compromis had voorgesteld: amnestie voor de daders indien ze ermee akkoord gingen dat Caesars maatregelen van kracht blijven.

Daarmee waren de moordenaars akkoord gegaan – en zo verspeelden ze hun voornaamste troef: dat ze hadden gestreden voor de principes van de rechtsstaat. Marcus Junius Brutus had zijn best gedaan het doden van de dictator te presenteren als de executie van een crimineel en had de andere samenzweerders ervan overtuigd dat ze niet ook Marcus Antonius moesten doden. Dan zouden ze zich immers verlagen tot het principeloze niveau van de machtspolitiek. Door in te stemmen met het compromis, deden de moordenaars dat evengoed. Met wat goede wil kunnen we de Tweede Burgeroorlog nog interpreteren als een opstand van één man tegen het legitiem gezag, maar vanaf nu was het factie tegen factie. De Romeinse Republiek was in Munda strijdend ten onder gegaan, op 18 maart was ook de politieke fictie gestorven.

Lees verder “De begrafenis van Julius Caesar (1)”