
[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich werkelijk in de klassieke letteren wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit aanschuiven bij een collegereeks. Voor de Latijnse literatuur kun je verder Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus lezen, maar voor de Griekse en christelijke literatuur bestaat zo’n boek niet.]
Vandaag behandel ik het antieke genre waarvan ik gisteren beargumenteerde dat het eigenlijk geen “geschiedschrijving” zou moeten heten. De redenen: de Griekse en Latijnse schrijvers konden nauwelijks echte archiefratten zijn, ze zagen geschiedschrijving vaak als een morele exercitie en ze hadden een methodisch individualistische visie op causaliteit. De antieke geschiedschrijving is kwalitatief even ver van de moderne geschiedschrijving verwijderd als alchemie van chemie en astrologie van astronomie. Omdat we geen echte term hebben om het antieke genre aan te duiden, zal ik het ook maar geschiedschrijving noemen, maar het schuurt.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.