
Een bezoek aan het oud-Griekse heiligdom Delfi vergt voorbereiding. Je moet er vroeg in de ochtend zijn, vóór de toeristenbussen aankomen uit Athene, dus een hotel ter plekke is aanbevolen; en de opgraving maakt het meeste indruk als de toeristen, rond lunchtijd, weer zijn vertrokken. Dan is het heet, de cicaden zijn stil, en je staat alleen onder de brandende stralen die de zonnegod op je laat neerdalen. Ik weet het: de gelijkstelling van de orakelgod Apollo aan de zonnegod Helios is niet klassiek Grieks, maar wie rond een uur of drie op een middag in augustus door Delfi dwaalt, ervaart de identificatie als volkomen logisch.
De Wagenmenner van Delfi
Het museum ligt even verderop. Het beste moment om er naartoe te gaan, is als de toeristen net zijn aangekomen en op de eigenlijke opgravingen rondlopen. Het museum is nooit echt rustig, maar je kunt er volop genieten: de reliëfs van het schathuis van de Sifniërs, de beelden van – naar men zegt – Kleobis en Biton – en de Romeinse sculptuur. En uiteraard het pronkstuk: de Wagenmenner. Ik denk dat het beeld bij mij in mijn top-tien staat van voorwerpen die ik ronduit mooi vind.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.