Een nieuwe chronologie voor de Inka’s

Een Inka (Museo de América, Madrid)

De geschiedenis herhaalt zich niet en de wetenschapsgeschiedenis doet dat in principe evenmin. Maar soms toch wel. De koolstofrevolutie die ooit de chronologie van de Oude Wereld op z’n kop zette, herhaalt zich nu in de Nieuwe Wereld.

De koolstofrevolutie in de oude wereld

Wat was er ook alweer aan de hand? De chronologie van de slotfase van de Europese Prehistorie was lange tijd gebaseerd op teksten. Grote archeologen als Oscar Montelius en Gordon Childe hadden een soort spreadsheet van de diverse culturen gemaakt, wisten welke oude culturen min of meer gelijktijdig waren, en konden dit overzicht koppelen aan Egypte, waar geschreven koningslijsten bestonden. Dit was een vrij grof chronologisch frame, maar het was beter dan niets.

Lees verder “Een nieuwe chronologie voor de Inka’s” →

Koolstofdatering: het reservoireffect

Tipasa: opgraving met kans op reservoireffect

Zoals gezegd zorgt het iets grotere gewicht van het koolstof-14-atoom voor licht afwijkend gedrag van dat atoom, waardoor een koolstofdatering te oud of te jong kan uitvallen. We hebben gezien dat hiervoor valt te corrigeren. Daarmee zijn echter nog niet alle processen ondervangen die ervoor zorgen dat een organisch voorwerp aangerijkt of verarmd raakt met koolstof-14.

Koolstofdatering: het reservoireffect

Eén van die processen is het reservoireffect: de omgeving kan functioneren als een plaatselijk reservoir van extra koolstof-14, of juist een tekort daaraan, wat leidt tot verkeerde dateringen.

Neem hard water met veel kalk. Kalksteen is eigenlijk een organisch materiaal(skeletresten van micro-organismen) en kan miljoenen jaren oud zijn, waardoor het vrij is van koolstof-14. Dat is allemaal allang radioactief vervallen. Wanneer de kalk oplost in water of wordt meegenomen door een rivier, kan een gebied ontstaan waarin alle levende wezens minder koolstof-14 bevatten dan normaal. Er is dus sprake van verarming. Dateringen vallen te oud uit.

Lees verder “Koolstofdatering: het reservoireffect” →