De Libanese burgeroorlogen (7)

Tyrus, monument voor de gedode Unifil-soldaten

[Dit is het zevende deel van een serie van dertien artikelen. In het voorafgaande beschreef ik de eerste ronde van de burgeroorlog, die leidde tot de Syrische bezetting. Het eerste deel is hier.]

In het voorjaar van 1978 slaagden Palestijnse strijders erin bij Haifa in Israël aan land te gaan, een paar toeristen op het strand te doden, een bus te kapen en de passagiers dood te schieten. In totaal kwamen zevenendertig Israëli’s om. Dat bracht Israël ertoe om een veiligheidszone in het zuiden van Libanon in te stellen, die zich uitstrekte tot aan de rivier de Litani, die tien kilometer ten noorden van Tyrus uitmondt in zee.

De Veiligheidsraad eiste dat Israël zich zou terugtrekken en stelde UNIFIL in om ervoor te zorgen dat de rust in het zuiden van Libanon bewaard zou blijven. Officieel zou het vredesleger het hele gebied tussen de Litani en de Israëlisch-Libanese grens moeten beheersen, maar zo ver kwam het niet. In de zuidelijke helft van het gebied ontstond vrij plotseling een pro-Israëlische, christelijke militie die zich aanduidde als het Zuid-Libanese Leger en werd gecommandeerd door majoor Saad Hadad. De reden lijkt te zijn geweest dat, als het erom ging de PLO in toom te houden, Israël meer vertrouwen had in zijn eigen factotum dan in de internationale troepen. Het was niet wat de VN had bedoeld, maar in ieder geval trokken de Israëli’s zich terug. Alles bij elkaar had de operatie slechts drie maanden geduurd.

Het zou te ver gaan de situatie in de rest van het land, dat nog steeds was bezet door Syrië, te typeren als volkomen rustig. Veel Palestijnen waren vanuit het zuiden gevlucht naar Sidon en Beiroet, wat leidde tot spanningen in de kampen. Belangrijker echter was het conflict tussen de milities van de christelijke families Franjieh en Gemayel. Tegen de achtergrond speelde een traditionele vete tussen het stadje Ehden, waar de Franjiehs vandaan komen, en Bsharre, waar een bondgenoot van Gemayel woonde, Samir Geagea. Aan deze vete kwam een voorlopig einde toen in 1978 de laatsten de eersten door middel van een brute overval uitschakelden.

Was dit een plaatselijke aangelegenheid, dat lag anders toen in 1980/1981 de falangisten begonnen met de aanleg van een weg over de Sannine, het deel van het Libanongebergte in het midden van het land. Het doel was om het christelijke stadje Zahlé in de Bekaavallei te ontsluiten, hoewel de Grieks-orthodoxe bewoners niet werkelijk zaten te wachten op hulp van de maronitische Falange. De Syriërs legden de aanleg van de weg dan ook heel anders uit: in feite werd een aanvalsroute geopend waarlangs Israël, dat de falangisten traditioneel voorzag van wapens, de Bekaavallei kon binnenvallen en de aanvoerlijnen van het Syrische bezettingsleger afsnijden. Om die reden zegden de Syriërs de samenwerking met de maronieten op. De verwoesting van Zahlé ging daarna in een moeite door.

Zo zag de politieke kaart er eind 1981 heel anders uit dan in 1977. Destijds hadden Syrië en de maronieten gevochten tegen de PLO; zonder dat dit hardop was gezegd, hadden ze het vuile werk opgeknapt voor Israël. Vier jaar later had Israël in het zuiden een dubbele buffer tegen de PLO geschapen: het Zuid-Libanese Leger en UNIFIL. Tegelijk was in het noorden een einde gekomen aan de alliantie tussen de maronieten en de Syriërs. De laatsten zochten en vonden nu aansluiting bij de PLO, terwijl de eersten hun contacten met Israël versterkten.

De nieuwe allianties bereidden zich langzaam maar zeker voor op een conflict. Israël bleef aanvallen uitvoeren op Palestijnse doelen en toen het daarbij eens twee Syrische helikopters neerschoot, reageerde Syrië met de installatie van luchtdoelgeschut in de Bekaavallei. Het was duidelijk dat Libanon het strijdtoneel zou gaan worden van een oorlog van Israël en de Falange tegen de PLO, die meende sterk genoeg te zijn voor dit conflict nu het een bondgenoot had gevonden in Syrië, dat op zijn beurt kon terugvallen op de Sovjet-Unie.

[wordt vervolgd]

Een gedachte over “De Libanese burgeroorlogen (7)

  1. MNb

    “De reden lijkt te zijn geweest …”
    Een Nederlandse UNIFIL militair die bij maatschappijleer over zijn ervaringen kwam vertellen bevestigde dat. Ook na de terugtrekking had hij de handen vol aan Israëlische soldaten die zich niets aan de bestandsafspraken gelegen lieten liggen.

    “Zo zag de politieke kaart er …”
    De West-Europese Middeleeuwen zijn er niets bij. Tegen die tijd ben ik opgehouden alle ontwikkelingen te volgen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s