Prinses Marianne in Palestina

Prinses Marianne was een dochter van de Nederlandse koning Willem I en zijn echtgenote Wilhelmina. Rond haar twintigste trouwde ze met Albrecht van Pruisen, maar het huwelijk liep op de klippen en ze ontweek haar echtgenoot door vaak op reis te gaan. In juli 1849, kort na de dood van haar broer Willem II, vertrok ze weer eens, ditmaal naar Sicilië, Egypte en het Heilig Land. Reisgenoten hebben dagboeken bijgehouden en brieven geschreven, die door Kees van der Leer en Marieke Spliethoff zijn gebruikt om een mooi, pas uitgekomen boekje te maken, Op reis met prinses Marianne. Ik pik er wat krenten uit.

De negentiende-eeuwse en antieke Levant

Maar eerst wat context. Vanaf 1831 was de Levant bezet geweest door troepen van Muhamad Ali, de naar onafhankelijkheid strevende bestuurder van Ottomaans Egypte. De bezetter had het gebied in revolutionair tempo gemoderniseerd, wat had geleid tot grote onrust. In 1840 was weliswaar een einde gekomen aan het Egyptisch gezag, maar de onvrede was gebleven; ik citeerde Gérard de Nerval al eens. Traditionele leiders, die het vertrouwen van de bevolking hadden, waren verdwenen, en konden niet langer bemiddelen. Dit zou in 1860 leiden tot een geweldsuitbarsting zoals het Midden-Oosten al heel lang niet had gezien.

Lees verder “Prinses Marianne in Palestina”

Druzen en Maronieten (2)

Christelijke vluchtelingen

In 1860 brak een grootschalige burgeroorlog uit tussen de Druzen en de Maronieten in het Libanongebergte. Het conflict hing al een tijd in de lucht en zou uiteindelijk ook Damascus treffen. Er zijn allerlei verslagen van de verschrikkingen uit deze dagen, die uiteindelijk leidde tot een Franse interventie. Een van de ooggetuigen was de Britse consul in Beiroet, Charles Churchill, die was getrouwd met een Libanese en in het land woonde. Hun dochters zouden trouwen met Druzische prinsen.

Zijn verslag van de eerste gevechten, te vinden in The Druzes and the Maronites under the Turkish Rule from 1840 to 1860 (1862), is verward en op allerlei punten onjuist. Hij maakt echter duidelijk dat de Ottomaanse autoriteiten, die aanvankelijk nog het gezag hadden om een conflict te temperen, uiteindelijk de situatie niet meer controleerden. Het boek eindigt met een Havelaar-achtig appel aan de Europese vorsten om te interveniëren.

***

Op 3 augustus 1859 vond er een ernstig incident plaats tussen de Druzen en de Maronieten in het dorp Beit Mery, op drie uur afstand, in de bergen, van Beiroet. De aanleiding was een ruzie tussen een Druzische en een christelijke jongen.

Lees verder “Druzen en Maronieten (2)”

Op bezoek in Libanon (3): de maronieten

De Qadishavallei, de heilige vallei van de maronieten.

De maronieten zijn een van de belangrijkste christelijke groepen in Libanon. Waar die groep precies vandaan komt, is een ingewikkeld verhaal, waarvan het deel over een Arabische migratie vanuit Jemen naar het noorden (dankzij die Arabische inscripties waarover we het hier al eens hadden) inmiddels geldt als achterhaald en waarvan het deel over christelijke disputen en monotheletisme te ingewikkeld is om te herhalen. Wie Sint-Maron was, is ook nogal lastig. Waarom de maronieten Syrië hebben opgegeven en zich hebben teruggetrokken in Libanon, is helemaal ingewikkeld.

De maronieten

Gelukkig is het enige dat u weten moet wel simpel: ze werden rond 1100 bedreigd door Byzantijnen, Fatimiden en Seljuken, en kozen daarom voor samenwerking met de Kruisridders. Een samenwerking die lang niet altijd harmonisch was maar die wel betekende dat de maronieten zich meer en meer zijn gaan beschouwen als oostelijke buitenpost van de rooms-katholieke kerk. De maronitische “patriarch van Antiochië en het gehele Oosten”, Bechara Boutros al-Rahi, is tegelijk kardinaal van Rome. De maronitische basiliek in Beiroet is een kopie van de Maria Maggiore en maronitische geestelijken volgen een deel van hun opleiding in Rome.

Lees verder “Op bezoek in Libanon (3): de maronieten”

Libanees dagboek: de Bekaavallei

Moderne dansers voor een filmpje dat ongetwijfeld in Libanon nog eens op TV te zien zal zijn

Drie jaar geleden toonde de Bekaavallei nog allerlei soorten akkerbouw en veeteelt, maar inmiddels zijn er alleen graanvelden. Een monocultuur. Door de enorme economische crisis heeft Libanon de valuta niet meer om voedsel te importeren en het land schakelt steeds meer over op de productie van het eigen eten. Dat betekent dat het geen agrarische producten heeft om te exporteren, wat weer betekent dat er geen vreemde valuta binnenkomen, zodat het aanschaffen van buitenlandse producten lastig wordt.

Baalbek

Enfin. We reden naar Baalbek, waar een van de grootste tempelcomplexen uit de oude wereld is te zien. Dit was de vrije dag in mijn programma, dat verder toch vooral om Byblos draait. Er waren in Baalbek weinig toeristen en degenen die we zagen, waren allemaal jonge Libanezen, afgewisseld met een fotograaf die een kapiteel vanuit alle mogelijke en onmogelijke hoeken stond te fotograferen. Een archeoloog dus, die werkte aan AutoCad-data.

Lees verder “Libanees dagboek: de Bekaavallei”

Kort Libanees (5)

Je hoort wel zeggen dat in de Middeleeuwen de diverse steden ernaar streefden de hoogste kerktoren te bouwen. Of het waar is, weet ik niet, al ken ik een anekdote over twee dorpen uit Friesland die voor een wat latere periode precies dit soort kerktorenrivaliteit veronderstelt.

In Libanon spelen dit soort zaken in elk geval werkelijk. De skyline van Beiroet kende geen werkelijke uitschieters, tot de maronieten een kerk voor Sint-Joris bouwden. Daar staat nu de Hariri-moskee naast, die nog groter is. Wie langs de kust naar Byblos rijdt, ziet het beeld van Onze Lieve Vrouw van Harissa en het twaalf meter hoge beeld van Christ Roi hierboven, dat ik vanmiddag fotografeerde vanuit een rijdende bus. De Bekaavallei in het oosten van het land bleef niet achter: in Zahlé hebben ze een Maria-beeld geplaatst op een enorme toren, van waaruit ze de hele vallei overziet.

Lees verder “Kort Libanees (5)”

In Libanon (3)

Wadi Brissa (detail)

Een lezer die even oplettend is als geïnteresseerd in mijn persoonlijke wederwaardigheden – en het is een van de leuke kanten van bloggen dat je zulke virtuele vrienden krijgt – zou hebben kunnen constateren dat er een complete dag zoek was tussen de gebeurtenissen in het eerste en het tweede stukje over mijn crashbezoek aan Libanon. Ik had u gisteren achtergelaten in een berghut in de noordelijke Libanonbergen en vervolgde vanmiddag met een snel geschreven verslag van de avond in Zahlé. Deze avond een stukje over zaterdag.

We zijn eerst naar Hermel gereden en daarvandaan naar Wadi Brissa, waar ik al heel lang naartoe wilde. Om precies te zijn: sinds 2008, toen ik op de Babylon-expositie in het Louvre enorme wandtekeningen zag van deze Babylonische reliëfs, waarin koning Nebukadnezar de wereld liet weten hoe geweldig hij wel niet was. We vonden het dorpje zonder veel problemen en vroegen nog even de weg aan twee heren, die langs de weg een kopje koffie zaten te drinken.

Lees verder “In Libanon (3)”

In Libanon (2)

Ik zou niet nu in Libanon zijn als mijn zakenpartner en zijn echtgenote niet, toen we in 2012 in een hotel in Chtaura verbleven, na het ontbijt naar hun hotelkamer waren teruggegaan. Ik bleef achter in de lobby en om de tijd te doden knoopte ik een praatje aan met de jonge vrouw achter de balie. Ik had ontdekt dat Libanon een prachtig land was voor toerisme, vertelde ik, en ik wilde een groepsreis gaan organiseren – wist zij misschien welke agenten er waren? We hebben niet lang gesproken, want daar kwamen mijn reisgenoten al aanlopen, maar zo maakte ik kennis met Maya.

Een paar maanden later was ik ter voorbereiding van die groepsreis opnieuw in Libanon en spraken we elkaar opnieuw. Weer een paar maanden later vond de geplande reis plaats en op een avond ben ik uit eten geweest met twee medereizigsters, met Maya en met haar zus Miriam. Eind 2013 kwamen de twee zussen naar Nederland. Mijn bewondering voor ze groeide toen ze allebei goede banen opgaven om vluchtelingenwerk te gaan doen. Ik blogde daar al eens over (123, 4). We spreken elkaar niet wekelijks of zelfs maar maandelijks, maar ik mag de twee zussen graag en het is onmogelijk hun niet het beste te gunnen.

Lees verder “In Libanon (2)”

Gebroken arm

Vluchtelingenopvang, Sidon

Van het Libanese stadje Anjar naar het volgende stadje, Zahlé, zal alles bij elkaar zo’n tien kilometer zijn. Wie de weg afrijdt, ziet overal de tentenkampen waar Syrische vluchtelingen worden opgevangen. Dat is sowieso geen vrolijke aanblik, maar het treft je zeker als je ziet dat een van die kampen grenst aan een vuilnisbelt. Het officiële vluchtelingenaantal bedraagt 1,8 miljoen. (Ter vergelijking: er wonen in Libanon vier miljoen Libanezen en officieel 400.000 Palestijnse vluchtelingen.)

De autoriteiten doen wat ze kunnen. Er zijn allerlei hulporganisaties actief, maar de problemen zijn groter dan menselijkerwijs valt te overzien. Over oplossen heb ik het dan nog niet. Ik weet dat Saoedi-Arabië eens tenten stuurde, die vervolgens slecht bestand bleken tegen de slagregens die hier in de winter kunnen vallen. Er wordt onderwijs gegeven aan de kinderen en er was een donatie van schoolboeken, maar de leerkrachten hadden er weinig aan omdat een deel van de kinderen ongeletterd was.

Lees verder “Gebroken arm”

Opnieuw: Syrische vluchtelingen

Opvan van Syrische vluchtelingen, Sidon

Een tijdje geleden blogde ik over de Syrische vluchtelingenproblematiek. Volgens de UNHCR gaat het om ruim twee miljoen mensen, waarvan er zo’n 720.000 in Libanon zijn aangekomen, een land met vier miljoen inwoners dat ook al onderdak biedt aan 400.000 Palestijnen.

Je kunt proberen zoiets aanschouwelijk te maken: het is alsof drie miljoen Duitsers en een half miljoen Belgen plotseling in Nederland komen wonen. Maar ook zo’n rekenexercitie helpt je niet echt verder. Een groot artikel in het NRC Handelsblad, vorig weekend, behandelde de situatie in Beiroet, maar de eigenlijke opvang is dichter bij de grens. Daarom heb ik Maya eens wat vragen gesteld, een Libanese uit een stadje op zo’n twintig kilometer van de Syrische grens, in de Bekaavallei.

Lees verder “Opnieuw: Syrische vluchtelingen”

De Libanese burgeroorlogen (7)

Tyrus, monument voor de gedode Unifil-soldaten

[Dit is het zevende deel van een serie van dertien artikelen. In het voorafgaande beschreef ik de eerste ronde van de burgeroorlog, die leidde tot de Syrische bezetting. Het eerste deel is hier.]

In het voorjaar van 1978 slaagden Palestijnse strijders erin bij Haifa in Israël aan land te gaan, een paar toeristen op het strand te doden, een bus te kapen en de passagiers dood te schieten. In totaal kwamen zevenendertig Israëli’s om. Dat bracht Israël ertoe om een veiligheidszone in het zuiden van Libanon in te stellen, die zich uitstrekte tot aan de rivier de Litani, die tien kilometer ten noorden van Tyrus uitmondt in zee.

Lees verder “De Libanese burgeroorlogen (7)”