Livius’ brievenbus

Voor de Livius.org-website krijg ik bijna dagelijks post, soms met goede raad. Als iemand me corrigeert en blijkt dat ik me heb vergist, verbeter ik het. Althans, in principe. Er zijn namelijk twee problemen.

Eén probleem is dat de website, die is opgezet in 1995, langzamerhand op andere software moet gaan draaien en daarom grondig moet worden geherstructureerd. Ik stel zoveel mogelijk werk uit tot na die herstructurering, om niet twee keer naar dezelfde teksten te hoeven kijken. Zodoende blijft de aanvulling die een van de trouwste lezers van deze blog heeft geschreven, nu al maanden liggen. Het goede nieuws van dit front is dat ik inmiddels een offerte voor de herstructurering heb liggen en dat er ook een fonds zou kunnen zijn dat het, onder bepaalde voorwaarden, gaat betalen.

.

Wat bij de trage behandeling van de mail ook een rol speelt, is dat de website voor mij persoonlijk steeds meer een open zenuw is. Dat is het tweede probleem. De site voldoet, zoals ik al vaker heb aangeven, niet aan de basiseisen voor goede wetenschapscommunicatie. Ik leg de methode niet uit en ik annoteer óf niet óf academisch, maar nooit zoals het moet op een website voor het grote publiek. (Voor een academicus functioneren noten en literatuurlijst om iets te controleren, voor een leek functioneren ze als ladder naar de wetenschap toe.) Momenteel is Livius.org een mislukt project: noodzakelijk en zelfs urgent doordat de universiteiten het online laten afweten, maar van onvoldoende kwaliteit. Reëel probleem, verkeerde oplossing.

Kortom, de site zélf moet een andere structuur krijgen en de aangeboden informatie moet beter worden gestructureerd. Tot het zover is, beperk ik veranderingen tot dat wat echt urgent is, en dat gebeurt – zij het op de achtergrond – eigenlijk voortdurend. Ik heb daarmee ook geen moeite. De Oudheid hoeft niet te worden opgeleukt om interessant te zijn.

Dit laatste is helaas niet vanzelfsprekend. De scheldkanonnade die ik elke week ontvang, komt steevast uit één van drie hoeken. Er zijn, om te beginnen, mensen die de Oudheid misbruiken voor nationalistische agenda’s. Denk hier aan Grieken en Macedoniërs, aan Israëli’s en Palestijnen, aan Armeniërs of aan Iraniërs. Ik ben de enige niet die het aan de stok heeft met nationalisten: ik heb al eens geblogd over de oudhistoricus die binnen drie mailtjes een godwin te pakken had van een Koerdische nationalist.

De tweede hoek betreft religie. Er zijn nogal wat mensen die de resultaten van oudheidkundig onderzoek gebruiken om te bewijzen dat de Bijbel gelijk heeft. Zolang ze dat doen om gemoedsrust te vinden, heb ik daartegen geen bezwaar, maar mijn correspondenten worden niet zelden geleid door een tweede agenda: het historisch gelijk van de Bijbel gebruiken om ook een moreel gelijk in het heden te halen. Dat leidt tot een onnadenkende vorm van magnieterij die mij buitengewoon kan ergeren. Ook het omgekeerde komt voor: mensen die oudheidkundig onderzoek gebruiken om te bewijzen dat het christendom alleen maar leentjebuur heeft gespeeld bij andere religies en dat mensen als keizer Constantijn hypocrieten waren, om zo het geloof in het heden in diskrediet te brengen. Ik vind het prima als mensen debatteren over de vraag of meer of minder christendom de mensheid anno 2013 gelukkiger maakt, maar het zou fijn zijn als de Oudheid daarvoor niet steeds werd misbruikt.

De derde soort scheldpartijen is de subtielste: mensen die vinden dat de Oudheid relevant zou moeten zijn of actueel. Maar dat is de oude wereld doorgaans niet. Er zijn wel dingen in het verre verleden ontstaan, maar die functioneren nu heel anders of zijn op allerlei manieren zó veranderd dat je er verstandiger aan doet te kijken hoe ze in het heden functioneren dan hoe ze dat in de Oudheid deden. Wie naar de rechter gaat, heeft meer aan het Nieuw Burgerlijk Wetboek dan aan kennis van het Romeins Recht.

Uit deze hoek komt vaak de retorisch bedoelde vraag of ik dan graag irrelevant werk doe. Het antwoord is dat ik daar, net als een muzikant in het Concertgebouw of een filmacteur, totaal geen moeite mee heb en dat de Oudheid ook zonder actualiteit of relevantie ongelooflijk interessant en leuk is. Hierover binnenkort meer.

5 gedachtes over “Livius’ brievenbus

  1. Jona,

    Ik voel met je mee! Omdat gedeelde smart halve smart schijnt te zijn, wil ik je -voor wat het waard is- vertellen dat blaters uit categorie 1 en 2 regelmatig ook de natuurkunde en techniek misbruiken.

    Een mooi voorbeeld was bijv. toen E(!)SA austronaut Andre Kuipers weer was geland, Geert Wilders per twitter benadrukte dat “Andre een Nederlandse held” is. Ook JET, waarvoor ik jaren werkte, is een puur Europees project. Een collega moest een keer een groep van de British Association of Engineers rondleiden, en ja hoor .. een van de gasten kon niet nalaten om iedere drie minuten (geen grap!) te benadrukken dat JET een BRITS project zou zijn.

    Geheel gefantaseerd, maar dat weerhoudt de nationalist niet. Ook mensen met een sterke religieuze orientatie menen uit de natuurkunde van alles te kunnen afleiden:

    Klimaatprobleem? ‘Logisch’ –> Moderne zondvloed!
    Atoombommen? Logisch –> Armageddon!
    Higgs Boson, a.k.a. ‘the god particle’? ‘Logisch’ –> Fysici bewijzen dat god bestaat.
    Big Bang? ‘Logisch’ –> Creatie van het universum is aangetoond.

    Sterkte!

  2. MNb

    “Momenteel is Livius.org een mislukt project”
    Lariekoekeritis. Dat hangt namelijk af van de doelen die je jezelf stelt. Als het doel is betrouwbare info te geven over de menselijke geschiedenis tot ongeveer 500 CE van Europa en wat aangrenzende gebieden is je project meer dan geslaagd.
    Dit schrijf ik niet om je te weerhouden van de herstructurering, maar om je erop te wijzen dat die alleen voor verbetering kan zorgen als je ook een open oog hebt voor alles wat er wél goed aan is. En dat is veel.
    In aanvulling op MdB: wat jij te verduren hebt is nog niets vergeleken met Amerikaanse evolutiebiologen, die ook nog eens een politieke strijd moeten voeren.
    In dit verband heb ik een verzoek. Vooral met de Mount Everest heb je er al aandacht aan besteed, maar ruim in je nieuwe structuur een aparte plaats in voor drogredeneringen, opgesplitst naar type. Dat is handig voor je medestanders. Dankzij de scheldkannonades heb je voorbeeldmateriaal genoeg, lijkt me.

  3. MNb

    Over die relevantie heb ik de laatste weken een beetje na lopen denken. Het antwoord zou wel eens simpel kunnen zijn.
    Eén van de oudste vragen die de mens zichzelf stelt is: waar komen wij vandaan?
    De wetenschap is aardig op weg om daar een coherent antwoord op te geven. Dat begint met het natuurkundig onderzoek van de Oerknal en dat eindigt met de krant van gisteren. Ergens tussenin zit jouw vak, net zo onmisbaar voor dat antwoord als elke andere discipline dat zich ermee bezig houdt.
    Je begrijpt dat dat wetenschappelijke verhaal mij als atheïst veel en veel sterker fascineert dan welk religieus verhaal dan ook. En ik ben vast niet de enige.

Reacties zijn gesloten.