Tambora

Het was een klein stukje in Kijk, een kleine veertig jaar geleden: iedereen kende de uitbarsting van de Krakatau, las ik, maar niet heel lang daarvoor was er, eveneens in Nederlands-Indië, een veel grotere vulkaanuitbarsting geweest, die de hele wereld had geschokt. Ik heb dat altijd onthouden, zelfs al wist ik de naam van de vuurspuwende berg niet meer. De wereldwijde impact van de vulkaanuitbarsting stond vanaf toen ergens op mijn mentale landkaart, met nog zoveel andere weetjes die je als jonge puber opdoet uit Kijk, uit de boeken van Jules Verne, uit Kuifje.

Tambora, zo heette de vulkaan, hij beheerste het eiland Soembawa en hij ontplofte in 1815. “De grootste natuurramp sinds mensenheugenis” noemt Philip Dröge de gebeurtenis in zijn boek De schaduw van Tambora, dat een paar weken geleden is verschenen. Ik heb het in één adem uitgelezen. Het is jaloersmakend goed.

Hoewel het boek begint met de uitbarsting zelf, gaat het daar eigenlijk niet over. Het gaat vooral over de gevolgen. Simpel gezegd: de explosie had de kracht van 34.000 megaton TNT of, zoals Dröge het aanschouwelijk maakt, “anderhalf keer de verzamelde explosieve kracht van alle kernwapens die de grootmachten in de Koude Oorlog op elkaar hadden gericht”. Door de aardschokken veranderde het landschap en ontstond een vloedgolf. 150 kubieke kilometer gesteente werd ruim veertig kilometer de lucht in geblazen, dwars door de ozonlaag heen. Stenen zo groot als auto’s vielen neer in de omgeving, de as dwarrelde wat later neer en bedekte enorme gebieden, terwijl de uitgebraakte zwavel het langst bleef zweven. Die werd door de wind verspreid – over Nederlands-Indië, over Bengalen, Zwitserland en de oostkust van Amerika.

Dröge zou zich hebben kunnen beperken tot het beschrijven van de feiten en ook dat zou zeker een interessant boek hebben opgeleverd: dat het in Rome in de winter van 1815/1816 tweeëntwintig graden vroor is op zich al illustratief genoeg. Hij heeft echter de beschikking over allerlei dagboeken en andere ego-documenten, zodat hij goed kan aangeven wat de gewone mensen zoal hebben meegemaakt in het zomerloze jaar 1816.

In Zwitserland mislukten de oogsten – Dröge gebruikt de correspondentie van een hervormingsgezinde plattelandspastoor – en sommige mensen trokken weg, door het ook al getroffen Rijnland om naar Amerika te kunnen doorreizen via Amsterdam, waar reders genadeloos misbruik maakten van de hulpeloze landverhuizers. Dit was het moment waarop de massamigratie naar de Verenigde Staten op gang kwam, wat in de Verenigde Staten de trek naar het Westen weer stimuleerde.

Het is niet de enige wereldhistorische gebeurtenis die Dröge in verband brengt met de fall-out van de Tambora. In Europa probeerden de regeringen de situatie te redden door exportverboden op levensmiddelen, zoals de beruchte Britse graanwetten. In de Verenigde Staten realiseerde men zich het belang van goede handelsroutes en besloot men tot het graven van het Erie-Kanaal, wat weer tot gevolg had dat New York zou uitgroeien tot de machtigste stad ter wereld.

Turner,
Turner, “De ondergang van Karthago” (1817)

Andere voorbeelden zijn wat minder wereldschokkend. Een van Dröges leukste observaties is dat het mogelijk is dat de schilderijen van William Turner en Caspar David Friedrich, met hun bleke licht, precies weergeven hoe de atmosfeer er destijds uitzag. De beschrijving van de Poolzee in Marie Shelleys Frankenstein zou lijken op het Zwitserland van die tijd. Zelfs de uitvinding van de fiets zou samenhangen met de uitbarsting van Tambora.

Kan het morgen weer gebeuren? De Vulkanische Explosiviteitsindex plaatst het in perspectief. Normale uitbarstingen vallen in de vierde of vijfde categorie en zijn niet zeldzaam. Uitbarstingen van de zesde categorie (honderd keer erger dan die uit de vierde categorie en tien keer erger dan die uit categorie vijf) zijn zeldzamer: de Pinatubo (1991) is een voorbeeld. De Tambora was nog eens tien keer heftiger en is eigenlijk alleen vergelijkbaar met de uitbarsting van de Thera in de zeventiende eeuw v.Chr.

cd_fiedrich_greifswald
Friedrich, “Greifswald” (1817)

Een goed boek roept vragen op. Voor mij, oudheidkundige, is dat die naar de aard van het 4200 BP Climate Event, als in een enorme crisis het Oude Rijk in Egypte en het Rijk van Akkad in Irak ten onder gaan. Andere lezers zullen andere vervolgvragen hebben. Het kan makkelijk, want Dröge behandelt het onderwerp in zijn totaliteit, waar mindere auteurs zich zouden hebben beperkt tot hun eigen tuintje: de vulkanologie, de geneeskunde, de geschiedvorsing, de etnografie, de taalkunde, de astronomie of de literatuurgeschiedenis. Dröge ziet scherp dat wetenschap vooral boeit als specialismen worden vermeden. De schaduw van Tambora is daardoor een geweldig boek.

5 gedachtes over “Tambora

  1. Ben Spaans

    Er is een boek van de Brit David Keys ‘Catastrophe. An investigation in to the origins of the Modern World’ (Londen 1999) waarin wordt betoogd dat er een ‘AD 535 Event’ geweest is dat tot een klimatologische catastrofe geleid zou hebben die alle 6e eeuwse rijken en beschavingen zo erg aantastte dat de wereld nooit meer dezelfde was. Keys betoogt dat dit werd veroorzaakt door een enorme ‘proto-Krakatau caldera’ uitbarsting in waar nu de Straat Sunda ligt. Ik heb nooit kunnen inschatten hoe serieus dit genomen moet worden. Maakt ‘Tambora’ theorieën als deze geloofwaardiger?

  2. Ik zou toch (ook) willen vragen deWikipedia-entry te bekijken, en wel:
    “Year Without a Summer”
    en evt. de studie van Clive Oppenheimer van Cambridge die trouwens ook andere erupties en naweeen heeft bestudeerd

    https://books.google.nl/books?id=qW1UNwhuhnUC&pg=PA264&lpg=PA264&dq=1257+clive+oppenheimer&source=bl&ots=wygCIDnc7f&sig=CHbIOlkAi_8vb_gmTuxi2qfOL44&hl=nl&sa=X&ei=J9hvUNb0NI6R0QXNwYFY#v=onepage&q=1257%20clive%20oppenheimer&f=false

    TAMBORA publicatie, 2003:
    “Climatic, environmental and human consequences of the largest known historic eruption: Tambora volcano (Indonesia) 1815”
    Progress in Physical Geography 27 (2): 230–259

Reacties zijn gesloten.