Prokopios (3)

[Dit is het derde van vijf blogjes over de Byzantijnse geschiedschrijver Prokopios van de hand van Hein van Dolen. Het eerste was hier.]

De keerzijde van de medaille

Terwijl Prokopios zijn Gebouwen aan het schrijven was, vatte hij het plan op om een soort commentaar op zijn grote geschiedwerk, Oorlogen, te maken. Hij was langzamerhand tot het besef gekomen dat hij de zaken daarin veel te rooskleurig had voorgesteld en wilde nu de keerzijde van de medaille tonen. De zo geroemde kwaliteiten van keizer Justinianus werden volgens hem overschaduwd door zijn minder prettige eigenschappen en Theodora was nog een graadje erger. Prokopios besloot de volle waarheid uit de doeken te doen.

Nu was het in die tijd een riskante onderneming om de waarheid te onthullen. Dit was Prokopios zich maar al te goed bewust. Hij zag het gevaar in dat hij door een geheim agent zou worden betrapt en zijn leven op de pijnbank zou eindigen. Niemand was te vertrouwen, zelfs de naaste familie niet. Maar de innerlijke noodzaak om te zeggen wat er werkelijk aan de hand was geweest bleek sterker, en “met klapperende tanden” begon hij aan zijn “enorme taak” om het schandelijke optreden van het keizerspaar én van generaal Belisarius met diens vrouw aan de kaak te stellen.

Anekdota

En dan volgt een ongelooflijke chronique scandaleuse, bekend geworden onder de titel Anekdota, “de onuitgegeven zaken”. In het Nederland weleens aangeduid als De geheime geschiedenis of Verzwegen verhalen.

Het viertal bleek ronduit misdadig te zijn geweest, de twee vrouwen waren van het laagste allooi en de mannen willoze figuren die dansten naar de pijpen van hun heerszuchtige echtgenoten dansten. De vroeger zo opgehemelde keizer was in wezen een meedogenloze geldwolf die onschuldige mensen liet afmaken en alle rangen en standen financieel heeft uitgezogen. Niemand was veilig voor hem, zijn economische politiek was fataal, en alle bevolkingsgroepen, van de senatoren en landbezitters tot de bedelaars toe, werden door hem gedupeerd.

Prokopios vertoont in Anekdota alle kenmerken van iemand die zijn woede lang verbeten heeft en die, nu hij besloten heeft open kaart te spelen, zijn grenzen niet meer kent en al zijn agressie botviert. Ieder boosaardig gerucht, of dat nu waar was of niet, nam de anders zo consciëntieuze geschiedschrijver in zijn schotschrift op. Hij ging zelfs zover dat hij aan de keizer satanische eigenschappen toedichtte: zonder aarzeling vertelt hij hoe het hoofd van Justinianus op een avond plotseling van de romp was verdwenen, terwijl de rest van het lichaam heen en weer bleef rennen, en hoe dit lichaamsdeel op een andere keer in een vormeloze klomp vlees veranderde. Vrome monniken die bij de keizer op audiëntie kwamen, deinsden voor deze boze geest achteruit en zelfs zijn moeder had verteld dat haar zoon verwekt was door een duivel en niet door haar eigen man.

Theodora

Toch kwam Justinianus er nog genadig van af, vergeleken met zijn vrouw Theodora. Ook in haar geval is te zien hoe de houding van Prokopios moet zijn veranderd. Dat blijkt uit een maatregel van de keizerin met betrekking tot de goede zeden. Zij liet op een gegeven moment de prostituees die op het forum werkzaam waren, oppakken en in een tehuis voor gevallen vrouwen aan de overzijde van de Bosporus plaatsen. In Gebouwen wordt haar optreden geroemd als de wijze beslissing van een vorstin die slechts bedacht was op het welzijn van haar onderdanen,noot Prokopios, Gebouwen 1.9.9. maar in Anekdota is het plots een tirannieke daad van Theodora geworden:

Ze liet meer dan vijfhonderd prostituees bijeendrijven. Deze vrouwen waren midden op het forum werkzaam en verkochten zich voor een laag bedrag, net genoeg om van te leven. Nu werden ze naar het vasteland aan de overzijde gevaren en daar opgesloten in een klooster, dat bekend is onder de naam Boetvaardigheid, om tegen wil en dank hun leven te beteren. Helaas sprongen van tijd tot tijd een paar van die vrouwen ’s nachts van het dak en ontkwamen op die manier aan hun onvrijwillige levenswijze.noot Prokopios, Anekdota 17.5-6.

Voor Theodora heeft Prokopios in dit smaadschrift werkelijk geen goed woord over en met kennelijk genoegen beschreef hij haar liederlijke gedrag. Hare Majesteit kwam uit de goot, was seksverslaafd en had vele jaren lang haar brood als prostituee verdiend. Geen man was veilig voor haar, ’s nachts kon ze tien of meer mannen afwerken en

wanneer die dan allemaal volkomen uitgeput waren door het harde werken, ging ze ook nog eens naar hun slaven toe, zo nu en dan wel een stuk of dertig, om met ieder van hen te paren. Maar zelfs dan was haar geslachtsdrift nog niet bevredigd.noot Prokopios, Anekdota.9.5.

Nadat ze het tot keizerin had geschopt, kreeg ze het hoog in haar bol. Alle modder die hij maar bijeen kon graaien heeft Prokopios naar het hoofd van Theodora gegooid, en het relaas van de eindeloze rij van haar wandaden wordt op den duur ongeloofwaardig en gaat zelfs vervelen.

De keerzijde van de keerzijde

Blijkbaar is het Prokopios niet gelukt om iets negatiefs over haar levenswandel te melden sinds zij op de keizertroon zat, anders had hij die kans zeker niet laten lopen. Andere bronnen leveren over dat Theodora het voortreffelijk als keizerin heeft gedaan, zij was verstandig en moedig, en zij was haar man tot grote steun.

Van dezelfde Prokopios, maar dan uit zijn Oorlogen, weten we dat zij gedurende de ergste crisis in de regeringsperiode van Justinianus, het zogeheten Nika-oproer in 532, de enige in het paleis was die het hoofd koel hield en vastberaden bleef. Het volk was in opstand gekomen en de rellen waren zo ernstig geworden dat de keizer overwoog om de benen te nemen en de stad te ontvluchten. Midden onder het crisisberaad kwam Theodora binnen en zij hield een vlammend betoog waaruit het volgende fragment is genomen:

Ieder mens die het daglicht aanschouwt, moet vroeg of laat sterven. Hoe kan een keizer zich permitteren de vlucht te nemen? Ik hoop nooit mee te maken dat ik dit gewaad verlies of de dag moet beleven waarop ik niet langer bij mijn titel van keizerin word aangesproken. Wanneer u, sire, uw huid wenst te redden, staat u niets in de weg. Wij zijn rijk, daar is de zee, en daar liggen onze schepen. Maar bedenk tevoren of u, als u in veiligheid bent, niet zult betreuren dat u de dood niet boven uw behoud hebt verkozen. Wat mij betreft, ik houd me aan de oude spreuk die zegt dat het keizerschap de edelste lijkwade is.noot Prokopios, Oorlogen 1.24.35-37.

Met deze kranige uitspraak heeft zij de situatie gered. Zo presenteert Prokopios niet alleen van Justinianus twee tegengestelde beelden, zoals we zagen aan het begin van het eerste blogje, maar ook van Theodora.

[Wordt vervolgd. Dit was het derde van vijf blogjes over Prokopios van de hand van Hein van Dolen, vertaler van Anekdota. Dank je wel Hein!]

Deel dit:

6 gedachtes over “Prokopios (3)

  1. Ik heb eens gelezen dat Procopius hopeloos verliefd zou zijn geweest op Theodora en dat zijn ‘portret’ van haar voortkwam uit verbittering over de uitzichtloosheid van die liefde.

  2. Ik acht de kans niet uitgesloten dat een andere auteur dit kwalijke epistel heeft neergepend en zich van de naam van de historicus bediende om ofwel zelf onbekend te blijven, ofwel wraak te nemen, ofwel beide.

    De toon van de ene serie werken is zó finaal anders dan de andere dat Prokopios zijn ‘Oorlogen’ nooit zou hebben geschreven als hij Belisarios echt zo haatte.

Reacties zijn gesloten.