Collatio Legum (3): Waar, Waarom, Wanneer

Theodosius II (Bodemuseum, Berlijn)

Vorige keer hebben we de tekst van de Collatio onder de loep genomen. We weten vrijwel zeker dat die is gestructureerd aan de hand van de Tien Geboden. We weten ook zeker dat het doel van de compilatie is om de overeenkomsten te laten zien tussen de Mozaïsche en de Romeinse wetten. De identiteit van de collator is moeilijk vast te stellen, maar het lijkt waarschijnlijk dat hij een christen was.

Waar?

Als we op zoek gaan naar waar de Collatio is geschreven, leiden de sporen alle kanten op. De mogelijke verbanden met de  Codex Theodosianus suggereren een oostelijke plaats van oorsprong, maar de overgeleverde handschriften duiken juist op in Italië, Oostenrijk en recent nog Kroatië. Uiteindelijk lijkt Rome zelf de meest waarschijnlijke kandidaat, al is dat eerder een geleerde gok dan een echte vondst.

Lees verder “Collatio Legum (3): Waar, Waarom, Wanneer”

Maria van Magdala

Dit is vanzelfsprekend Maria van Magdala niet, maar een rijke vrouw uit Galilea zal er niet heel anders uit hebben gezien als de ze dame uit Palmyra (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Maria van Magdala ofwel Maria Magdalena: iedereen heeft van haar gehoord. Desondanks weten we frustrerend weinig over haar.

Wat weten we wel? Om te beginnen: ze kwam uit Magdala ofwel Migdal (“toren”), een vissersdorp aan de Zee van Galilea. Het geniet enige bekendheid omdat er een scheepje is gevonden uit de eerste eeuw dat prompt werd aangeduid als de boot waarin Jezus had gevaren. Dat was zelfs voor Israëlische begrippen excessief. De Bijbel vermeldt geen verblijf van Jezus in het dorp.

Lees verder “Maria van Magdala”

Schrijffouten

Een kopiist aan het werk

Het is menselijkerwijs onmogelijk een tekst van enige lengte te kopiëren zonder een fout te maken. Dat geldt voor u en mij, en dat gold ook voor de professionele schrijvers uit de Middeleeuwen. Hun schrijffouten zijn onderzocht en filologen herkennen veel voorkomende soorten vergissing. Dat is handig. Als je namelijk een raar woord vindt in een manuscript dat je kunt herleiden tot een bekend type schrijffout, heb je enige zekerheid als je dat corrigeert. Of, zoals het in jargon heet, als je een conjectuur voorstelt. Als je daarentegen een raar woord ziet dat zich niet laat herleiden tot een gangbaar soort fout, moet je er rekening mee houden dat het echt een zeldzaam of misschien wel uniek woord is.

Ik bedacht vorige week dat ik daar nog nooit systematisch over had geblogd, hoewel ik op deze blog soms attendeer op schrijffouten. Dus vandaag maak ik die omissie goed. Eerst maar eens de haplografie. Dat is het weglaten van informatie tussen twee dezelfde letters, bijvoorbeeld “banen” in plaats van “bananen”. Soms kan het ook gaan om een paar woorden, bijvoorbeeld als twee zinnen eindigen met hetzelfde woord.

Lees verder “Schrijffouten”

Kon Jezus lezen en schrijven? (1)

Palestijnse synagoge (Museumpark Orientalis)

Afgelopen week kreeg ik van collega Marcel Hulspas de vraag voorgelegd of Jezus analfabeet was. Anders gezegd: kon Jezus lezen en schrijven? Dat is een interessante kwestie, die raakt aan allerlei aspecten van de uitleg van het Nieuwe Testament. Al levert de tekst zélf niet zoveel op.

Jesus schrijft in het zand

Er is één passage waarin duidelijk sprake is van een schrijvende Jezus en dat is Johannes 8.6. De farizeeën en schriftgeleerden leiden een overspelige vrouw – in de middeleeuwse traditie ten onrechte geassocieerd met Maria Magdalena – aan Jezus voor. Ze vragen of hij vindt dat steniging gepast is. Hij schrijft wat in het zand. Als de aanklagers aandringen, merkt hij alleen op dat wie nooit een fout maakte de eerste steen maar moet werpen. De mannen druipen af.

Een mooi verhaal, maar het bewijst weinig. Eén: er staat εγραφεν εις την γην, wat je inderdaad kunt vertalen als “schreef hij in het zand”. Het betekent echter ook “tekende hij in het zand”. Jezus laat zijn minachting blijken door een doodle te tekenen.

Lees verder “Kon Jezus lezen en schrijven? (1)”

Henoch en de voorouders van Jezus

Een detail van de op Henoch terug te voeren “boom van Jesse” uit het Bachkovo-klooster in Bulgarije

Ik eindigde het vorige stukje, waarin ik benadrukte dat de evangelist Lukas probeerde de ontstane conflicten tussen de farizeeën en vroegste christenen te verbergen, met de vraag of dat alles bij Jezus’ geslachtslijst niet wat minder eentonig had gekund. Immers, Mattheüs heeft in zijn evangelie heel wat minder namen nodig om hetzelfde punt te maken en drukt zich bovendien een stuk beknopter uit. (Uiteraard zijn beide genealogieën fictief.)

Lukas heeft echter goede redenen om het namenbestand te vergroten: door Jezus van 76 voorouders te voorzien, behoort hij tot de 77e generatie sinds de schepping, en dat is geen toeval. Voor de goede verstaander had Lukas hier verwezen naar een profetie die was opgenomen in het Boek van Henoch. Daar heb ik het al een paar keer over gehad maar ik moet het toch eens netjes introduceren. Bij dezen.

Lees verder “Henoch en de voorouders van Jezus”

Interpolationenforschung

Justinianus kondigt de codificatie van het Romeins Recht aan. Miniatuur uit de Mainzer editie van 1477, waarvan een exemplaar (vastgebonden aan een ketting) is te zien in de Librije van de Walburgiskerk in Zutphen.

Een van de fundamenteelste vormen van oudheidkundig onderzoek is de tekstconstitutie: het zo goed mogelijk benaderen van de oorspronkelijke tekst van onze antieke bronnen. Daarbij worden middeleeuwse handschriften vergeleken en aan de hand van fouten wordt gekeken wie wat van wie heeft overgeschreven. Zo kunnen verloren gegane handschriften worden gereconstrueerd en die kunnen op hun beurt worden gebruikt om nog oudere handschriften te reconstrueren. U leest er hier meer over of u kunt dit filmpje bekijken.

Maar er is nog een probleem: wat als de gereconstrueerde tekst zélf al aanpassingen bevat ten opzichte van een ouder origineel? Neem de Digesten, de vijftig delen tellende verzameling van Romeins juristenrecht. Keizer Justinianus, die het in de zesde eeuw na Chr. liet optekenen, eiste ook dat tegenspraken werden verwijderd, dat verouderde passages werden gewied en dat onvolkomenheden werden weggewerkt. We hebben dus te maken met een bewerkte, vroeg-Byzantijnse uitgave van opinies van oudere juristen. Zulke bewerkingen heten interpolaties en oudheidkundigen hebben veel energie besteed aan het opsporen van zulke aanpassingen en het reconstrueren van de oorspronkelijke tekst.

Lees verder “Interpolationenforschung”

Weggepoetste informatie (2)

Koranfragment (Institut du monde arabe, Parijs)

[In het op 1 juli te verschijnen boek van wetenschapsjournalist Marcel Hulspas, Mohammed en het ontstaan van de islam, noemt hij een oud Koranmanuscript dat op een ongebruikelijke wijze was gedateerd. Mijn goede vriend Richard Kroes ontdekte dat dat geen toeval was: de vreemde presentatie moet de lezer weg houden van vreemde ideeën. Hij schetste gisteren hoe de Koran is overgeleverd in verschillende reciteerwijzen, de twintig qira’at.]

Die qira’at wijzen op een zekere geschiedenis. Die twintig zijn namelijk alleen de canonieke, erkende reciteerwijzen. Er zijn er meer bekend en in de islamitische literatuur zijn daarnaast vele citaten te vinden van passages die afwijken van de erkende teksten. Vaak zijn dat citaten uit korans die in het bezit zouden zijn geweest van directe volgelingen van Mohammed. Die exemplaren zouden uiteindelijk verloren zijn gegaan tijdens één van de meest ingrijpende hervormingen waar de islamitische traditie herinneringen aan bewaart: het vaststellen van een standaardtekst van de Koran onder de derde kalief Othman (r. 644-656) ten koste van alle andere teksten, die moesten worden verbrand.

Lees verder “Weggepoetste informatie (2)”

Koning Arthur

De Angelsaksische Kroniek zou een verwijzing naar Arthur hebben moeten hebben als dat een historische figuur zou zijn geweest. Hij schittert door afwezigheid.

Tijdens de Britse verkiezingen van twee weken geleden werd op de sociale media een grapje gedeeld dat het misschien beter was geen verkiezingen te organiseren en in plaats daarvan een dame in een meertje te laten zwemmen en haar een zwaard te laten overhandigen aan degene die het beste een regering kon vormen. Uiteraard is dit een knipoogje naar het verhaal van koning Arthur. Geen Brit zal het niet hebben herkend, al zullen er wel Arthurpuristen zijn geweest die herkenden dat the once and future king de macht verwierf door een zwaard te trekken uit een steen.

Wat ik maar zeggen wil: zelfs een onjuiste verwijzing is voldoende om de wereld op te roepen van koning Arthur, koningin Guinevere, de Ronde Tafel, de Heilige Graal, Avalon, Camelot, Lancelot, Gawein en Percival. In zijn boekje King Arthur heeft Nick Higham de ontwikkeling beschreven van deze verzameling culturele symbolen die, enerzijds, de strijd tussen goed en kwaad belichamen en, anderzijds, het Britse karakter van de geschiedenis van Engeland onderstrepen. Het is volgens Higham geen toeval dat de populariteit van Arthur zienderogen toenam na de Tweede Wereldoorlog, toen de Britten weinig liefde voelden voor hun Angelsaksische (ofwel Germaanse ofwel Duitse) verleden.

Lees verder “Koning Arthur”