De Proto-Indo-Europese godsdienst

Mjölnir (Zweeds Historisch Museum, Stockholm)

Binnenkort is in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een expositie over de Bronstijd. Het leek me, zoals ik al eerder schreef, een aardig idee de toenmalige samenleving te beschrijven aan de hand van de taal. Dit Bronstijderfgoed biedt immers een fantastisch venster op een van de toenmalige samenlevingen: de Yamnaya-cultuur in het huidige Oekraïne. Die is gedeeltelijk te reconstrueren aan de hand van de gedeelde woordenschat van latere volken, die het schrift beheersten. De redenering is hierbij dat als iets het geval is geweest in én de Proto-Indo-Europese samenleving rond 3000 v.Chr. én de schrijvende samenlevingen, het eveneens het geval moet zijn geweest in de tussenliggende Bronstijdsamenlevingen.

Vader Hemel

Zo kunnen we ook uitspraken doen over de religie van de Bronstijd. Die was, om te beginnen, polytheïstisch. Iets preciezer: men vereerde – voor zover de documentatie reikt – vooral hemelgoden, en dan vooral Vader Hemel. Die heet in het Grieks Zeus Pater, in het Latijn Ju-piter, in het Indisch Dyaus Pitar. Het tweede element betekent vader, het eerste element, *Dyeus, is afgeleid van een werkwoord dat zoiets als “stralen” of “schijnen” betekent. Datzelfde werkwoord ligt aan de basis voor het woord voor god, dat in het Latijn deus is, in het Indisch devas, in het Keltisch dewos, in het Hittitisch šiuš en in het Gotisch teiws. Het Griekse theos lijkt er weliswaar op maar heeft een andere herkomst.

Lees verder “De Proto-Indo-Europese godsdienst”

De Gallische boerderij

Een Gallische boerderij: reconstructie in de Archéosite, Aubechies.

Een tijdje geleden kocht ik het Dictionnaire de la langue gauloise van Xavier Delamarre en dat heb ik zowaar gelezen. Al eerder blogde ik over de manier van reconstructie, over zomaar wat woorden, over kledingstukken en enkele bekende plaatsnamen. Vandaag neem ik u mee naar een Gallische boerderij.

Om te beginnen hebben we een weide ofwel clunia. Het woord leeft voort in het Iers en enkele andere Keltische talen, en omdat er Griekse en Litouwse parallellen zijn, kunnen we nog wat verder naar terug en een heel oud woord *klopni reconstrueren, wat zoiets betekent als “bewaterd veld”. Plaatsen die naar Gallische weiden zijn vernoemd zijn het Franse Cluny en Clugnat, het Oostenrijkse Clunia, het Britse Clowne en Clunton en nog zo het een en ander van Spanje tot Hongarije.

Lees verder “De Gallische boerderij”

Koning Arthur

De Angelsaksische Kroniek zou een verwijzing naar Arthur hebben moeten hebben als dat een historische figuur zou zijn geweest. Hij schittert door afwezigheid.

Tijdens de Britse verkiezingen van twee weken geleden werd op de sociale media een grapje gedeeld dat het misschien beter was geen verkiezingen te organiseren en in plaats daarvan een dame in een meertje te laten zwemmen en haar een zwaard te laten overhandigen aan degene die het beste een regering kon vormen. Uiteraard is dit een knipoogje naar het verhaal van koning Arthur. Geen Brit zal het niet hebben herkend, al zullen er wel Arthurpuristen zijn geweest die herkenden dat the once and future king de macht verwierf door een zwaard te trekken uit een steen.

Wat ik maar zeggen wil: zelfs een onjuiste verwijzing is voldoende om de wereld op te roepen van koning Arthur, koningin Guinevere, de Ronde Tafel, de Heilige Graal, Avalon, Camelot, Lancelot, Gawein en Percival. In zijn boekje King Arthur heeft Nick Higham de ontwikkeling beschreven van deze verzameling culturele symbolen die, enerzijds, de strijd tussen goed en kwaad belichamen en, anderzijds, het Britse karakter van de geschiedenis van Engeland onderstrepen. Het is volgens Higham geen toeval dat de populariteit van Arthur zienderogen toenam na de Tweede Wereldoorlog, toen de Britten weinig liefde voelden voor hun Angelsaksische (ofwel Germaanse ofwel Duitse) verleden.

Lees verder “Koning Arthur”