Vijf constateringen over religie

safed_yosef_caro5
De hogepriesterlijke zegen (Safed, Yosef Caro-synagoge)

Kent u die mop van die columnist die voor het laatst werd gesignaleerd in het Oezbeeks-Afghaanse grensgebied? Daar zit u nu middenin. Terwijl dit stukje geautomatiseerd online gaat, ben ik op weg naar Termez en als alles naar wens gaat, bezoek ik daar Kara Tepe, de ruïne van een boeddhistisch-klooster-in-Griekse-stijl op de grens van de twee Centraal-Aziatische landen. En dat is waar u mij voor het laatst signaleert, want dit is mijn laatste column.

Niet omdat ik naar het Verre Oosten verdwijn, maar omdat ik redacteur ben geworden van een oudheidkundig publiekstijdschrift dat binnenkort voor het eerst verschijnt. Ik wil daar de komende maanden voldoende tijd voor hebben. En dat betekent dat ik na ruim twee jaar deze column beëindig met vijf constateringen.

*****

De eerste constatering is dat in de Verenigde Staten het draagvlak voor religieus rechts afneemt. Jammer voor een columnist, want als ik even geen stof had, was er altijd Amerika (zoals, zoals). Er is reden om aan te nemen dat deze afname zich zal voortzetten, aangezien het vooral jongeren zijn die een tolerantere, meer open wereldbeschouwing hebben. Niet dat religieus rechts al op korte termijn kan worden afgeschreven, maar er is van onderaf aan iets te veranderen.

Mijn tweede constatering is daarvan het katholieke spiegelbeeld: hier begint een soortgelijke ontwikkeling aan de top, waar paus Franciscus een verademing is na het pontificaat van Benedictus XVI, Johannes Paulus II en Paulus VI. Of de door Franciscus geïnitieerde veranderingen duurzaam zullen zijn, staat echter te bezien. De conservatieven hebben een halve eeuw de gelegenheid gehad hun posities te versterken, zijn in die tijd opgeschoven van behoudend naar reactionair en veranderden – althans in Europa – een brede en sociale volkskerk in een smallere kerk die doctrinair meer op één lijn zat. De mensen die de katholieke kerk hebben verlaten, zullen niet snel terugkomen. De tijd van de grote instituties is voorbij.

Dat lijkt mij een mooie ontwikkeling. Mensen kunnen heel goed voor zichzelf denken. Er is hier echter wel een probleem: vaak is denken zo makkelijk niet. Zijn we enthousiast over iets, we worden kritiekloos; zijn we kwaad, we worden hyperkritisch; in beide gevallen slaan we door. Ooit hadden we theologen en geesteswetenschappers die althans gestructureerd nadachten over levensbeschouwing, maar de theologische faculteiten zijn opgeheven, het geschiedenisonderwijs is gehalveerd en de letterenfaculteiten staren naar hun navel. Dan werk je onwetenschappelijkheid in de hand en roep je bijbels literalisme en neo-atheisme op – en dat is mijn derde constatering.

Een vierde constatering: ik denk dat we de afgelopen twee jaar het begin hebben gezien van het einde van het christendom in de regio waar het is ontstaan, het Midden-Oosten. De laatste christenen in Irak hebben het extreem moeilijk, die in Turkije zitten klem tussen de Koerden en de overheid, die uit Syrië zijn gevlucht en die in Libanon realiseren zich dat hun dagen geteld zijn. Twee miljoen christenen en twee miljoen moslims hielden elkaar daar in evenwicht, maar de komst van twee miljoen Syrische vluchtelingen heeft dat evenwicht onomkeerbaar verstoord. Het land zal islamitisch worden of exploderen.

Mijn laatste constatering is dan weer positiever: het seculiere West-Europa lijkt te begrijpen dat “de” islam niet bestaat en dat afschuwelijke gebeurtenissen als de aanslag in Parijs aberraties zijn. Religie is een supermarkt waaruit elke gelovige neemt wat hij nodig heeft, en het gaat niet aan de Turkse kleermaker of de Marokkaanse caissière aan te spreken op de wandaden van ISIS. Dat is wel eens anders geweest en ik denk dat ons begrip is gegroeid. We zullen niet snel meer meemaken dat een Rushdie Defense Committee aan het Komité Marokkaanse Arbeiders in Nederland vraagt zich te distantiëren van het door ayatollah Khomeiny uitgesproken doodvonnis, en bij wijze van antwoord uitleg krijgt over enerzijds soennieten en sjiieten en anderzijds Arabische seculiere arbeiders en Iraanse religieuze leiders.

*****

Vijf constateringen. Ieder voor zich zal de tegenvoorbeelden kunnen noemen want eerlijk is eerlijk: religieus rechts in Amerika is nog lang niet weg; de katholieke kerk heeft haar morele gezag niet hersteld; sommige bijbels literalisten en angry atheists beschikken wél over intellectuele vermogens; christenen zijn in Israël nog redelijk veilig; en er zijn in West-Europa nog volop mensen die “de” islam zien als wortel van alle kwaad.

We zullen over religie nog wel even doorpraten, want het idee dat de mensheid ooit verlicht zou zijn en de religiositeit zou ontgroeien, lijkt tot op heden net zo onwaar als de mythen waarop de religies zijn gegrondvest. Wij mensen zijn minder rationeel dan we zouden willen.

En met die constatering, eigenlijk de zesde, rond ik mijn laatste column af. Ik dank de redactie van Sargasso voor de ruimte die ik kreeg, ik dank de reaguurders voor hun commentaar, en wens u allen het beste. Live long and prosper.

[Mijn laatste religiecolumn, afgelopen maandag op Sargasso.]

11 gedachtes over “Vijf constateringen over religie

  1. Jarko Aikens

    Proficiat! Heel fraai voor het tijdschrift, jammer voor de lezers van het dagelijkse inspirerende leesvoer…

  2. Mike Uyl

    “En weer sterft er weer een stukje van de nuchterheid in Nederland” . Nou ja , zo erg is het nu ook weer niet, maar ik zal je stukjes missen. Veel succes met het redacteurschap, maar blijf schrijven.

  3. mnb0

    Zesde of zevende constatering: Prediker is niet geheel en al op de hoogte van de laatste ontwikkelingen onder de neo-atheïsten.

    http://freethoughtblogs.com/pharyngula/2015/09/15/hasnt-learned-a-thing/
    http://freethoughtblogs.com/pharyngula/2014/09/12/sam-harris-too-is-this-attitude-contagious/
    http://freethoughtblogs.com/pharyngula/2015/05/03/a-classic-mismatch/

    Dawkins krijgt een soortgelijke behandeling.
    Maar ja, bijhouden wat neo-atheïsten over elkaar schrijven is ook zoveel werk …..

Reacties zijn gesloten.