Romeinse humor

“Het tweede beest rees op uit de aarde en had twee hoorns als een lam maar sprak als een draak. … Wie doorzicht heeft, kan het getal van het beest berekenen: het duidt een mens aan, en het getal is 666.” (Openbaring 13.11, 18; gravure Doré)

Ik ben al een tijdje niet in Rome geweest en eerlijk gezegd: zonder spijt. Ooit kwam ik er twee keer per jaar en schreef ik er een boek over, Stad in marmer, maar kort na de publicatie daarvan ben ik het plezier een beetje kwijt geraakt.

Natuurlijk, er zijn altijd minder leuke kanten geweest. Rome heeft soms iets gruwelijk provinciaals – ik heb lang geleden eens een hele zaterdagmiddag lopen zoeken naar een functionerend fotokopieerapparaat. Ergens rond de millenniumwisseling is er echter iets veranderd. In de jaren negentig waren er eveneens racistische Romeinen, die zich bijvoorbeeld uitleefden op Chinese restaurants, maar de weerzin tegen immigranten werd na pakweg 2000 openlijker en gemener. De musea, waarvan er sommige altijd al druk waren, werden nu helemaal onprettig druk. De stad verslonsde: je zag het vooral op plekken waar de plantsoenendienst minder vaak langs kwam. Waarom zou je een stad ook schoonmaken als de toeristen toch wel komen? De neergang zal samenhangen met het catastrofale economische beleid: waar alle landen van Europa opbloeiden na de invoering van de euro, wist het Italië van Berlusconi er nauwelijks van te profiteren.

De laatste keer dat ik er was, in de winter van 2012, heb ik me er overigens uitstekend vermaakt, want het blijft een unieke stad. En ook al ben ik het echte contact kwijt geraakt, ik denk dat ik zelfs op een afstand iets herken van de Romeinse humor. Ook die is uniek en heeft alles te maken met het speciale karakter van de stad, waar een kleine drie millennia geschiedenis en kunst dwars door elkaar heen lopen en volop aanwezig zijn in het dagelijks leven.

De kont van Bernini’s olifant

Romeinen hebben – misschien niet individueel maar wel als collectief – een enorm goed geheugen. Een heel bekende kerk heet Santa Maria sopra Minerva: de Mariakerk boven de Minervatempel. Archeologen zullen je uitleggen dat het eigenlijk een bijgebouw is van de tempel van Isis, maar de Romeinen hebben eeuwenlang onthouden dat er onder deze kerk een tempel was van een wijsheidsgodin.

Romeinen herinneren zich misschien niet alles correct, maar ze herinneren zich doorgaans méér dan hun machthebbers. En daarmee spelen ze. Voor diezelfde Maria sopra Minerva staat een obelisk, met als sokkel een leuk olifantje, in 1667 gemaakt door Bernini. Zie hierboven. De beeldhouwer paste het ontwerp speciaal aan om het dier zijn kont te laten keren naar het toenmalige klooster van de dominicanen, en dat is geen toeval: Bernini moest niets hebben van de daar gevestigde Inquisitie.

Mussolini's slecht-geplaatste landkaarten
Mussolini’s slecht-geplaatste landkaarten

Of een ander voorbeeld: Mussolini liet een grote weg aanleggen van het Colosseum naar de Piazza Venezia, de Via dell’ Impero, en wilde die versierd hebben met vijf landkaarten. Vier zouden de uitbreiding van het Romeinse Rijk tonen, de vijfde het fascistische imperium. Op zoek naar een leuke plek, koos men voor de achterkant van wat destijds bekendstond als de Basiliek van Constantijn. De Romeinen hebben elkaar aangestoten en gegrinnikt, want dat monument was eigenlijk gebouwd door keizer Maxentius, en was door Constantijn gerecycled. De keizer pronkte dus met andermans veren, zoals de Duce pronkte met andermans wereldrijk.

piazza_martin_luteroEn nu is er een plein, gewijd aan Maarten Luther, de augustijner monnik die de kerk probeerde te hervormen en, toen dat niet lukte, het gezag van de paus afzwoor en ontdekte dat hij in feite een nieuwe kerk had gesticht. Als ik het goed begrijp, hangt het initiatief samen met de pogingen van het Vaticaan de eeuwenoude tegenstellingen binnen het christendom te overbruggen. Sympathiek.

Maar toch. Ergens is een reactionair-roomse ambtenaar die deze locatie heeft voorgesteld en die nu in zijn Romeinse vuistje lacht. Ik vermoed dat inmiddels enkele Romeinen het grapje hebben herkend en met hem mee gniffelen. De Piazza Martin Lutero is namelijk aangelegd bovenop het Gouden Huis van keizer Nero, de christenvervolger die schuilgaat achter het tweede beest in de Openbaring van Johannes (“het getal van het beest is 666”).

Dat er in Rome nog mensen zijn die de Reformatie betreuren en een associatie met de apocalyps acceptabel vinden, is ondertussen natuurlijk wel rijkelijk bizar. Historisch bewustzijn is mooi, maar je kunt er ook teveel van hebben.