
Ik kondigde een tijdje geleden aan dat ik het zou hebben over het Colosseum, het enorme amfitheater in het midden van Rome. Zo’n gebouw – ik bedoel een amfitheater – diende voor jachtpartijen, executies en gladiatorengevechten en had, zoals de naam eigenlijk al aangeeft, het uiterlijk van een dubbel theater. Deze bouwvorm is ontstaan in Campanië, waar in de tweede eeuw v.Chr. op verschillende plaatsen zulke houten executieschouwburgen verrezen. Vanaf de tijd van Sulla werden ze opgetrokken uit steen, zoals dat van Pompeii. Rome deed vooralsnog niet mee aan deze mode, want daar bleef het Circus Maximus in gebruik voor gladiatorengevechten. Ook het Forum bleef ruimte bieden aan deze vorm van vermaak en nog ten tijde van Julius Caesar zijn daar onderaardse gangen aangelegd om wilde dieren naar hun dood te laten lopen.
In 34 v.Chr. begon een generaal van Octavianus, Titus Statilius Taurus, met de constructie van het eerste Romeinse amfitheater. Het moet op het Marsveld (Campus Martius) hebben gestaan en was waarschijnlijk niet zo groot, want onze bronnen vermelden dat Augustus zijn gladiatorenshows bleef organiseren in het Circus Maximus. Pas met de bouw van het Colosseum, waarmee in 71 na Chr. werd begonnen, kreeg deze vorm van amusement een eigen plaats.
De bouw
Een inscriptie vermeldt dat keizer Vespasianus de bouw gelastte en financierde “uit oorlogsbuit”. De meeste geleerden gaan ervan uit dat dit slaat op de Joodse Oorlog, want het enige denkbare alternatief is de Bataafse Opstand, en men heeft lang aangenomen dat de bewoners van het rivierengebied te arm waren voor zoveel buit. Misschien is het chauvinisme mijnerzijds, maar ik ben er zo zeker niet van.
In elk geval zouden zo’n 12.000 krijgsgevangenen de bouwwerkzaamheden hebben verricht. Ze moeten zijn begonnen met het droogleggen van de vijver die hier was gegraven voor het Gouden Huis van keizer Nero. Ook moeten ze een weg hebben aangelegd naar de travertijngroeven van Tivoli, waarover ze in de loop van de volgende jaren honderdduizend kubieke meter bouwmateriaal naar Rome sleepten. Met de eerste blokken natuursteen werden de fundamenten gelegd voor de pijlers van het amfitheater.
Daarna maakten ze een begin met de bouw van de eigenlijke structuur, die het best kan worden beschreven als een aantal ovale ringen die naar buiten toe steeds hoger werden. De bogen die als spaken in een wiel de schillen verbinden zijn later vervaardigd uit tuf- en baksteen, en wel op vier verschillende manieren, zodat we mogen aannemen dat evenzoveel aannemers aan dit project hebben gewerkt. Een vijfde ondernemer was verantwoordelijk voor de productie van de metalen klampen waarmee de stukken steen aan elkaar werden gehecht. Er was in totaal driehonderd ton ijzer nodig en de smederijen zullen wel rond de bouwput hebben gestaan.

Inwijding
In de lente van 79 na Chr. was het amfitheater tot aan de derde omgang voltooid. Vespasianus vond dat een mooi moment om het in te wijden. Zijn zoon Titus, die hem in de zomer opvolgde, deed het in 80 nog eens over, toen het Colosseum was voorzien van nog eens twee omgangen. Tegelijk nam hij het ernaast gelegen Badhuis van Titus in gebruik. Cassius Dio vertelt:
Bij de inwijding van het theater voor dierengevechten en de thermen die naar hem genoemd zijn, organiseerde Titus veel verbazingwekkende shows. Er was namelijk een gevecht tussen kraanvogels en een gevecht tussen vier olifanten; negenduizend tamme en wilde dieren werden afgeslacht. Ook vrouwen (maar niet van voorname stand) namen deel aan de slachting. Veel mannen traden individueel op als gladiator, velen vochten ook in groepen te voet en in zeeslagen. Want Titus liet het theater plotseling vollopen met water en liet paarden, stieren en nog andere dieren binnenkomen die afgericht waren om alles wat ze op het land doen ook te doen in het water. Hij liet ook mensen binnenvaren op schepen … en die voerden daar een zeeslag op. …
Dit waren de kijkspelen die gepresenteerd werden en ze duurden honderd dagen. Maar de keizer bood het volk ook een paar nuttige dingen aan. Hij gooide van bovenaf kleine houten ballen in de toeschouwersruimte, met verschillende tekens erop, het een voor iets eetbaars, een ander voor kleding, soms voor een zilveren, soms voor een gouden voorwerp, of voor paarden, lastdieren, vee of slaven. Wie zo’n bal te pakken kreeg, moest hem naar de uitdelers brengen en het artikel dat erop stond afhalen.noot
Dio’s woorden zijn niet vrij van problemen. Archeologen buigen zich er het hoofd nog over hoe een scheepsgevecht kon plaatsvinden in de arena van het Colosseum. Die meet namelijk 83 bij 48 meter, en dat is te klein voor scheepsmanoeuvres. Een andere kwestie is hoe het bassin waterdicht kan zijn gemaakt. Toch mag niet zomaar worden geconcludeerd dat de anders zo nauwgezette Dio zich vergist. Voorlopig vormt de zeeslag een onopgelost raadsel.

Boeddha als Herakles
Patronage
Talmoed
Als ik me niet vergis, werden er (ook) Naumachieën gehouden in het Stadium van Domitianus, dat gelegen was op de plaats van de huidige Piazza Navona in de Eeuwige Stad. De vorm van het stadium kan je heel goed afleiden door de vorm van het plein en de gebouwen errond, die een ‘directe vertaling’ lijken te zijn van de topografie van de eerste eeuw… Dat (ovalen) plein meet 270 bij 55 meter… zou het daar wel aannemelijker zijn geweest?
Wat ik me tevens afvroeg, maar wat mss enigszins wat onnozel is… kan het niet, dat de schepen kleiner waren, en dat men de scenes liet spelen door personen met dwerggroei, of door kinderen?
Dat lijkt me een wel heel letterlijke interpretatie van kleiner. 🙂 In moderne termen gesproken, een roeisloep met wat bireemversiering lijkt me al prima om van alles op te voeren.
De Romeinen waren er gek genoeg voor! Maar kleine versies van schepen lijkt me inderdaad waarschijnlijker.
“Misschien is het chauvinisme mijnerzijds, maar ik ben er zo zeker niet van.”
Waarom niet? Judaea had nogal wat te plunderen rijke plaatsen, onze delta had die een stuk minder, en werd ook niet helemaal kaal geplunderd.
In elk geval is het veel logischer dat de 12.000 krijgsgevangen niet uit onze streken kwamen.