De tempel van Isis in Rome

Maquette van de tempel van Isis in Rome (Koninklijke Musea voor kunst en geschiedenis, Brussel)

De sterke verhalen over de Isiscultus, die ik in mijn vorige stukje noemde, bewijzen dat de godin niet onomstreden was. Althans aanvankelijk. Dat veranderde toen Vespasianus eind 69 na Chr. na een burgeroorlog het keizerschip bemachtigde. Men vertelde dat hij in Alexandrië met steun van de Egyptische goden een lamme had doen lopen en een blinde had doen zien. Bovendien was zijn zoon Domitianus tijdens de laatste gevechten van het burgerconflict aan de dood ontsnapt door zich aan te sluiten bij een groep Isisvereerders. U las er hier meer over.

Eerst bevorderde Vespasianus de cultus in Rome en na een grote stadsbrand in 80 herbouwde Domitianus haar tempel grootser dan ooit. Vanaf toen behoorden Isis en Serapis tot de populairste goden in Rome. Afgaande op dateerbare inscripties van niet-magistraten, waren de Egyptische goden geliefder dan de Romeinse Jupiter, Juno en Minerva. Ook keizer Hadrianus sympathiseerde met de cultus, maar de grootste vereerder zou Septimius Severus zijn, die zijn portret liet modelleren op dat van Serapis. Van de keizers Commodus en Caracalla is bekend dat ze verkleed als Anubis deelnamen aan de processies.

Lees verder “De tempel van Isis in Rome”

Domitianus (22): Nog eens Isis

Isis (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

Aan de Livius.org-website kan ik al heel lang niet werken. Een van de dingen die al jaren op mijn wensenlijst staat, is het maken van een overzicht van de tempel van Isis. Als u Rome kent: die ligt ruwweg achter de huidige Santa Maria sopra Minerva. Er is weleens geopperd dat die kerk zo heet omdat men in de Middeleeuwen de twee godinnen verwarde. Of het waar is, weet ik zo net niet.

In elk geval: keizer Domitianus herbouwde een tempel voor Isis. Eentje die zijn vader, getuige munten, had gebouwd of herbouwd. Vespasianus claimde namelijk de macht te hebben ontvangen van de Egyptische goden. Het bewijs was dat hij in Alexandrië lammen had kunnen laten lopen en blinden had kunnen laten zien. In de Oudheid waren er evenveel rois thaumaturges als in later tijden. Eenmaal als keizer begroet, had Vespasianus beloofd als de Nijl zo gul te zijn. Niet zonder reden lag de graanuitdeelplek van Rome op een boogscheut van de Isistempel. De tempel van Isis was ook de plaats waar Vespasianus’ triomftocht begon.

Lees verder “Domitianus (22): Nog eens Isis”

Humor in Rome

“Het tweede beest rees op uit de aarde en had twee hoorns als een lam maar sprak als een draak. … Wie doorzicht heeft, kan het getal van het beest berekenen: het duidt een mens aan, en het getal is 666.” (Openbaring 13.11, 18; gravure Doré)

Ik ben al een tijdje niet in Rome geweest en eerlijk gezegd: zonder spijt. Ooit kwam ik er twee keer per jaar en schreef ik er een boek over, Stad in marmer, maar kort na de publicatie daarvan ben ik het plezier een beetje kwijt geraakt.

Natuurlijk, er zijn altijd minder leuke kanten geweest. Rome heeft soms iets gruwelijk provinciaals – ik heb lang geleden eens een hele zaterdagmiddag lopen zoeken naar een functionerend fotokopieerapparaat. Ergens rond de millenniumwisseling is er echter iets veranderd. In de jaren negentig waren er eveneens racistische Romeinen, die zich bijvoorbeeld uitleefden op Chinese restaurants, maar de weerzin tegen immigranten werd na pakweg 2000 openlijker en gemener. De musea, waarvan er sommige altijd al druk waren, werden nu helemaal onprettig druk. De stad verslonsde: je zag het vooral op plekken waar de plantsoenendienst minder vaak langs kwam. Waarom zou je een stad ook schoonmaken als de toeristen toch wel komen? De neergang zal samenhangen met het catastrofale economische beleid: waar alle landen van Europa opbloeiden na de invoering van de euro, wist het Italië van Berlusconi er nauwelijks van te profiteren.

Lees verder “Humor in Rome”