De Langobardische Cyclus (2): “Dresdener Heldenbuch”

Afbeelding uit het “Dresdener Heldenbuch”: Diederik van Bern bestrijdt een reus

[Dit is het tweede van vier blogs van Dieter Verhofstadt over de Langobardische Cyclus. Het eerste was hier.]

Het onderdeel dat me het meest intrigeerde en de aanleiding was voor deze bijdrage, is het drieluik “de Langobardische Cyclus”, “de Amelingen” en “Diederik van Bern”. Ik kende de Keltische materie met o.a. Tristan en Isolde, de Britse Arthurlegende, de Frankische romans rond Karel de Grote, de IJslandse Edda en haar invloed op de Duitse traditie, zoals het Nibelungenlied en het Hildebrandlied. Maar ik was me niet bewust van een andere uitloper van de Germaanse traditie, die wel schatplichtig is aan – of gelijkenissen vertoont met – andere legenden, maar waarvan de hoofdpersonen zich geografisch-historisch in Centraal-Europa bevinden, en met verwijzingen naar het Byzantijnse Rijk of de perikelen tussen diverse stromingen van het christendom.

De Langobardische Cyclus

De term “Langobardische Ccyclus” lijkt bedacht te zijn door Helene Guerber zelf. Ik vind immers voor die zoekterm enkel artikels die teruggaan op haar boek. In haar aanhef op het hoofdstuk vermeldt zij het Dresdener Heldenbuch uitgebracht door Kaspar von der Röhn, die zich volgens Guerber baseerde op de verhalen van Wolfram von Eschenbach en de wellicht fictieve Heinrich von Ofterdingen. De helden in deze “Langobardische Cyclus zijn Alboin, Ortnit en Rother (waarover later meer). De begeerde bruiden zijn Rosamund, Oda en Liebgart. Vijandige koningen, al dan niet de vaders van de begeerde bruiden, heten Cunimund, Constantijn en Imelot. De magische hulp komt van Alberich de Dwerg.

Ook het vervolg, “de Amelingen”, is een groeperende term uit de koker van Guerber. De helden heten ditmaal Hugdietrich, zijn zoon Wolfdietrich, de begeerde bruiden heten Hildburg en Rauch-Else (een heks die transformeert in de schone Sigeminne),  de vijandige koningen of aanstaande schoonvaders heten Walgund en Belligan. Bijrollen zijn weggelegd voor Berchter (de goede) en Sabene (de kwade). Liebgart en Ortnit zorgen voor de verbinding met het voorgaande, dus de Langobardische Cyclus. De epische gedichten over Wolfdietrich en Ortnit maken eveneens deel uit van het Heldenbuch.

Theodorische Cyclus

Tot slot vertelt Guerber de legende van Diederik van Bern, die geassocieerd wordt met de historische Theodorik (van Verona). Hij heeft eerder met reuzen te doen dan met bruiden en vijandige koningen, in casu Sigenot en zijn moeder. Hij krijgt hulp van de in nog andere legenden opduikende meester Hildebrand. Ze bevechten samen de magiër Ortgis en diens zoon Jambas. Toch is er plaats voor de liefde: ijskoningin Virginal neemt de honneurs waar. In het zog van Diederik treden nieuwe helden naar voor: Wittich, Heime en nog een stoet anderen, in een snelle opeenvolging van gevechten en wraaknemingen. Daarbij is een rol weggelegd voor Laurin, die een gedaante zou zijn van de dwerg Alberich.

Guerber put hierbij naar eigen zeggen uit het Eckenlied. Er worden bruggen geslagen met andere “cycli”. Met name figuren uit het Nibelungenlied en Walther van Aquitanië maken hun opwachting. Guerber besluit met te duiden dat de legende een loopje neemt met de geschiedenis, aangezien Etzel (Attila) voortdurend aanwezig is in de achtergrond, als bedreiging of geallieerde, terwijl Diederik (Theodorik) geboren is na diens dood.

Terwijl de Langobardische Cyclus een structuur is die Guerber heeft bedacht, vormen de verhalen uit dit derde deel een in de literatuur bevestigde “Theodorische Cyclus”, een die ik dus heb bijgeleerd. Het verband tussen die cyclus en het Heldenbuch is dat Wolfdietrich de grootvader zou zijn van Diederik. Dit verband wordt gelegd in de Noordse overlevering en bundeling van de Germaanse legenden, de Thidreks saga.

***

Het tweede van vier blogs van Dieter Verhofstadt over de Langobardische cyclus wordt morgen vervolgd. Dank je wel Dieter!

Deel dit:

Een gedachte over “De Langobardische Cyclus (2): “Dresdener Heldenbuch”

Reacties zijn gesloten.