Op de fiets naar Thessaloniki (11)

Nauwelijks zichtbaar op deze foto uit het kartonnen cameraatje, ligt hier de hellenistische stad Halos. De witte rij steen tussen de twee grote wegen (even onder het midden van de foto) is een deel van de stadsmuur; links loopt die verder onder een rechte lijn struiken. Helemaal rechts is de hoek te zien, onder de grote weg.

In 1989 werkte ik een zomer lang op een opgraving van de Rijksuniversiteit Groningen: Halos in Thessalië. Een groot opgraver is aan mij niet verloren gegaan, maar ik heb er veel geleerd en een paar mensen leren kennen die ik nog af en toe tegenkom, dus het is een waardevolle tijd geweest.

Wat minder leuk was, was dat ik er verschrikkelijk slecht sliep. Dat had niets te maken met het hotel in het vissersdorp waar we verbleven, Amaliapoli, of met het werk, mijn kamergenoten of de stress van onbekend werk. Ik lag ’s avonds lang wakker en in de middag duurde mijn siësta nooit lang genoeg. Daardoor was ik vaak een van de eersten die na zijn middagdutje in de lobby van het hotel zijn aantekeningen zat uit te werken. Daarna ging ik aan de baai zitten, meestal met een doos kleurpotloden om tekeningen te maken van de prachtige Pagasitische Golf, met uitzicht op het schiereiland van Magnesia. Dat trok de aandacht van wat meisjes uit het dorp, die vaak een praatje kwamen maken en hun Engels oefenden. Met een van hen bleef ik daarna brieven uitwisselen en tijdens mijn fietstocht in de zomer van 1992 ging ik bij haar langs.

Ik fietste die ochtend van Nea Anchialos naar Almyros, het stadje waar ze naar school ging en waar we hadden afgesproken. Ik was wat vroeg en keek even of het museum open was, maar dat was niet zo. Er was altijd iets met het museum van Almyros: was het niet gesloten wegens een aardbeving, dan was het wel maandag, of werd het verbouwd. Het heeft tot 2010 geduurd voor ik er eindelijk binnen kon. Toen was het open ondanks het feit dat het personeel al maanden niet was betaald en ik kan alleen maar dankbaar zijn voor zoveel inzet.

Terug naar 1992. Mijn gastvrouw en ik begroetten elkaar, spraken heel even en toen rende ze weer weg om de bus te halen die haar naar Amaliapoli zou brengen. Voor mij restte het fietstochtje langs een bekende route: voorbij Halos en dan over een B-weg naar Amaliapoli. Uiteraard kreeg ik een kwade herdershond achter me aan maar ik kwam heelhuids aan in het dorpje, waar ik enkele dagen zou blijven.

Mijn gastfamilie woonde in een groot huis, waar drie broers, hun moeder en hun gezinnen bij elkaar leefden. Omdat de drie broers allemaal hun dochter naar hun moeder hadden vernoemd, waren er dus vier vrouwen in het huis met dezelfde naam, maar om een of andere reden leidde dat nooit tot misverstanden.

De drie broers bezaten een vissersboot waarmee ze hun leven lang al iedere ochtend de Pagasitische Golf op gingen. Het maakte indruk op me. Er zit een bepaalde, niet echt onder woorden te brengen stugge onverzettelijkheid in die ik wel vaker in Griekenland heb geobserveerd. Ik had allerlei romantische ideeën over hoe de stoere bewoners van een vissersdorp dichtbij de natuur stonden en nog oeroude kennis van zaken bzeaten, dus de uitnodiging eens mee te gaan vissen, nam ik van harte aan. En inderdaad: het was aanpakken met het inhalen, leeghalen en weer uitwerpen van de netten. Toen ik vroeg hoe ze de vissen wisten te vinden, bleken ze overigens gewoon over moderne sonar te beschikken. Ik kon er wel om lachen hoe ik in mijn romantische ongelijk was gesteld.

Zo verbleef ik een paar dagen bij die aardige familie. De meiden namen me mee naar het plaatselijke kerkje, vertelden me over hun leven, toonden de mooiste villa van het dorp en namen me op maandag met de schoolbus mee naar Almyros en weer terug (museum was weer gesloten). Twee van de Nederlandse archeologen bleken eveneens in het dorp te zijn, zodat ik ook daarmee contact had.

Kortom, ik had prima dagen in Amaliapoli. In mijn herinnering ben ik er een hele week gebleven maar nu ik deze stukjes schrijf, vermoed ik dat ik iets korter in het paradijs ben geweest. Maar hoe de chronologie ook zij, ik kon er niet eeuwig blijven: de terugreis door Bulgarije, Roemenië en Hongarije wachtte. Op een avond maakte ik mijn fiets weer klaar, pakte de landkaarten uit de envelop die ik weken daarvoor vooruit had gestuurd naar Griekenland en pakte de schoongewassen kleren in. Op een van de eerste dagen van juni reed een van de drie broers me naar Almyros en begon ik aan de reis terug naar Amsterdam.

[Meer over Halos hier. Dit zomerfeuilleton, waarvan het eerste deel hier is te vinden, wordt vervolgd. Als u er een landkaartje bij zoekt, dan is er nog een Google Earth-bestand voor u.]

Een gedachte over “Op de fiets naar Thessaloniki (11)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s