De Derde Heilige Oorlog (2)

Filippos II, portret uit de villa van Welschbillig (Landesmuseum, Trier)

[Tweede deel van een stuk over de Derde Heilige Oorlog. Het eerste was hier.]

Thessalië

De Derde Heilige Oorlog werd beslist in Thessalië. De Thessaliërs waren een federatie van poleis, waarvan Larissa traditioneel het belangrijkst was. In de voorafgaande jaren had Ferai meer invloed gekregen en het was Ferai geweest dat in de Derde Heilige Oorlog van Thebe naar Fokis was overgelopen. Dat zat de leiders in Larissa niet lekker, die besloten hulp te vragen bij Filippos van Macedonië.

Ferai vroeg daarop hulp in Fokis en Onomarchos reageerde door eerst zijn broer te sturen met 7000 man en er vervolgens zelf op af te gaan met 20.000 man. De aantallen zijn geloofwaardig en suggereren dat Fokis Thessalië niet alleen wilde helpen, maar ook op eigen voorwaarden wilde herorganiseren. De inzet bestond uit de Thessalische stemmen in de Delfische Amfiktyonie: als Fokis die controleerde, kon het de Amfiktyonie laten stemmen tegen verdere voortzetting van de Derde Heilige Oorlog.

Lees verder “De Derde Heilige Oorlog (2)”

De Derde Heilige Oorlog (1)

Marcherende hoplieten (Louvre, Parijs)

In mijn reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, beschreef ik vorige week de Bondgenotenoorlog (357-355 v.Chr.). Die eindigde toen de Atheners, door de dreiging van een Perzische vlootinterventie, de handdoek in de ring gooiden. Zo verloren ze hun imperium. De democratie hield het nog wat langer uit maar het einde van het klassieke Athene kwam in zicht. Wat ik niet noemde was dat de Atheense alliantie ook weleens een succesje boekte, zoals die keer, kort voor het uitbreken van de Bondgenotenoorlog, toen het eiland Euboia aansluiting zocht.

Dat zat de Thebanen niet lekker. Hun stad had Sparta verslagen – ik blogde er al over – en had later de Spartaanse orde op de Peloponnesos voorgoed vernietigd. Nu Thebe de nieuwe leider van Griekenland was, kon het niet zomaar toestaan dat Euboia afvallig was. Een conflict met Athene was echter iets dat het niet wilde. Het Atheense debacle lag, toen Euboia afviel, nog anderhalf jaar in de toekomst. Om te tonen dat Thebe niet met zich liet spotten, zocht het een andere oorlog. Het doelwit was Fokis, het landschap ten westen van Boiotië (het landschap waarin Thebe lag). Het voorwendsel: de Fokenzen zouden land hebben bebouwd dat eigendom was van Apollo, de god van Delfi.

Lees verder “De Derde Heilige Oorlog (1)”

De slag bij Farsalos (8)

Brutus (Palazzo Massimo, Rome)

[Laatste deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

Niet zonder trots legt Julius Caesar in zijn Burgeroorlog uit dat hij bij Farsalos de zege had behaald met minimale verliezen. We hebben hier te maken met geregistreerde Romeinse burgers. Dit zijn niet per se de gebruikelijke overdreven cijfers.

Dit gevecht kostte Caesar niet meer dan tweehonderd soldaten, maar hij verloor ongeveer dertig moedige centurio’s. Ook de reeds genoemde Crastinus sneuvelde, onverschrokken vechtend, doordat hij een zwaard recht in zijn gezicht kreeg. Wat hij had gezegd toen hij ten strijde trok was geen leugen geweest. Want Caesar was van mening dat Crastinus in deze slag buitengewone moed had getoond en dat hij aan hem zeer veel te danken had.

Van het Pompeiaanse leger waren, naar het scheen, ongeveer vijftienduizend man gesneuveld. Meer dan vierentwintigduizend man capituleerden. (Burgeroorlog 3.99)

Lees verder “De slag bij Farsalos (8)”

De slag bij Farsalos (7)

De maan

[Zevende deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

De door Caesar behaalde overwinning bij Farsalos was totaal en zijn manschappen wilden al beginnen met de plundering van Pompeius’ kamp. Een deel van het vijandelijke leger had zich echter in veiligheid gebracht op wat nabijgelegen heuvels. Omdat onduidelijk was hoe groot dit leger was, en dus niet viel uit te maken of Caesars mannen het terrein werkelijk meester waren, verlegde Caesar zijn aandacht naar de Pompeianen in de heuvels.

Caesar schrijft het volgende – net als in de eerdere stukken geeft ik het weer in de vertaling van Hetty van Rooijen.

Lees verder “De slag bij Farsalos (7)”

De slag bij Farsalos (6)

Caesar (Archeologisch Museum, Palermo)

[Zesde deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

In de vorige stukjes liet ik Julius Caesar (in de vertaling van Hetty van Rooijen) de slag bij Farsalos beschrijven. De legers van Caesar en Pompeius waren slaags geraakt, een ruitergevecht was in Caesars voordeel verlopen en zijn mannen konden hun tegenstanders omsingelen. Toen zij Pompeius’ leger in de rug aanvielen, keerde Pompeius terug naar zijn kamp.

Lees verder “De slag bij Farsalos (6)”

De slag bij Farsalos (5)

Pompeius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Vijfde deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

In het vorige stukje beschreef ik – of beter: gaf ik in Hetty van Rooijens vertaling weer wat Caesar beschreef – hoe bij Farsalos de legioenen van Caesar en Pompeius slaags waren geraakt en hoe het ruiterijgevecht in Caesars voordeel was beslist. Daarna hadden de legionairs waarmee Caesar zijn cavalerie had versterkt, om Pompeius’ slaglinie getrokken en hadden zijn legionairs in de rug aangevallen.

Caesar had nog een troefkaart. Zijn legionairs hadden opgesteld gestaan in drie linies. De twee eerste linies waren al actief, maar de derde linie stond er achter. (Vaak wordt over het hoofd gezien dat hier ook de hospikken stonden.) Caesar activeerde deze troepen. Pompeius zal het ook hebben gedaan, maar in zijn geval ging het vrijwel zeker om rekruten en niet om veteranen.

Lees verder “De slag bij Farsalos (5)”

De slag bij Farsalos (4)

De reconstructie door Kromayer en Veith. Andere onderzoekers plaatsen de slag op de noordelijke oever van de rivier.

[Vierde deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

Als Julius Caesar schrijft over de Slag bij Farsalos, plaatst hij uiteraard zichzelf in het zonnetje. Zeker, zijn mannen vochten dapper, en Pompeius had zich door overenthousiaste ondercommandanten laten verleiden tot fouten, maar uiteindelijk was het Caesars veldheersgenie dat de beslissing bracht. Vergelijk het met zijn bekendere verslag van de Gallische Oorlog, die zou zijn beslist in één belegering (Alesia), één gevecht om een zwak punt bij één fort, waarbij alles aankwam op de moed van één eenheid, die dreigde te bezwijken, waarbij de beslissing tot stand kwam toen de manschappen één man herkenden aan zijn felrode veldheersmantel.

Improvisatie

Zo ook dit keer: een laatste maatregel van Caesar redde de dag. Zijn cavalerie, duizend ruiters, stond op zijn eigen rechtervleugel, tegenover zevenduizend ruiters aan Pompeius’ zijde. Caesar schrijft (in de vertaling van Hetty van Rooijen):

Lees verder “De slag bij Farsalos (4)”

De slag bij Farsalos (3)

De vlakte van Farsalos

[Derde deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

De wijze waarop de antieke auteurs de spanning voor opdrijven voordat ze de slag bij Farsalos beschrijven, is alleszins begrijpelijk. Het was bepaald geen uitgemaakte zaak wie het gevecht en de Tweede Burgeroorlog zou winnen. Aan de ene zijde de Senaat met als opperste generaal Pompeius. Dit leger was niet alleen getalsmatig sterker, maar had bovendien nog maar kort geleden bij Dyrrhachion de overwinning geboekt. Het was goed gemotiveerd.

Aan de andere zijde stond Caesar, met een kleiner leger, nog onlangs verslagen. Het bestond echter uit veteranen, die bovendien wisten dat het er vandaag op aan zou komen. Als ze opnieuw zouden verliezen, was er geen enkele hoop – niet op een eindzege, zelfs niet op een rustige oude dag. Pompeius’ ondercommandanten, zoals Titus Labienus, hadden immers krijgsgevangenen laten executeren. Dat zullen wel mensen zijn geweest die het burgerrecht hadden verworven onder de Lex Roscia, maar ook voor “oude” Romeinse burgers leek capitulatie levensgevaarlijk. Men moest winnen, zo simpel.

Lees verder “De slag bij Farsalos (3)”

De slag bij Farsalos (2)

Re-enactors in de uitrusting van soldaten uit de eerste eeuw v.Chr.

[Tweede deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

Ik eindigde het vorige stukje met beschrijvingen, zoals te vinden bij Appianus, van de aarzelingen waarmee de troepen van Pompeius en Caesar zich tegenover elkaar opstelden. Alle aanwezigen – althans de uit Italië afkomstige legionairs – waren zich ervan bewust dat men stond tegenover andere burgers. Appianus lijkt hier een bron te delen met Cassius Dio; misschien is dat Titus Livius.

Telepathie

Ik noem hem, omdat hij in een verloren deel van zijn werk een persoonlijke anekdote opnam over die gebeurtenis, die is overgeleverd bij Ploutarchos.

In Patavium (Padua) zat op die dag Gaius Cornelius, een bekend waarzegger, medeburger en bekende van de schrijver Livius, de vogeltekens te raadplegen. Volgens Livius zag hij eerst het tijdstip van de slag, en hij zei tegen de aanwezigen dat de gebeurtenis aan de gang was en dat de mannen in actie kwamen. Daarna ging hij door met observeren en bij het zien van de tekens sprong hij enthousiast op en riep: “U overwint, Caesar!” De omstanders waren verbijsterd, maar Cornelius nam de krans van zijn hoofd en verklaarde onder ede dat hij hem niet meer op zou zetten totdat het feit voor zijn kunst getuigd had. Livius verzekert in elk geval dat het zo gebeurde. (Caesar 47; vert. Hetty van Rooijen)

Lees verder “De slag bij Farsalos (2)”

De slag bij Farsalos (1)

Beeld van Venus Victrix uit het gouvernementsgebouw in Nieuw-Pafos (Cyprus Museum, Nicosia)

Als ik u zeg dat het 9 sextilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 29 juni 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En na de stukjes van de afgelopen dagen weet u ook dat het vandaag gaat over de Slag bij Farsalos, waarin Caesar zijn tegenstander Pompeius versloeg en feitelijk een einde maakte aan de Romeinse Republiek.

Verwarde bronnen

Al in de Oudheid was er discussie over wat er die dag precies gebeurde. Appianus biedt een inkijkje:

Lees verder “De slag bij Farsalos (1)”