Volksweerkunde

Slecht weer

De meteorologen van het KNMI baseren hun weersvoorspelling op satellietfoto’s, modellen, instrumentmetingen, expertise en een jarenlange wetenschappelijke opleiding. Vroeger beschikte men uiteraard niet over deze kennis en methoden. En zelfs toen in de negentiende eeuw de wetenschappelijke weerkunde tot ontwikkeling was gekomen, hadden de meeste mensen nog geen toegang tot deze informatie. Massamedia waren er niet. Omdat weersvoorspelling echter voor boeren en vissers essentieel was (en is), ontwikkelden deze mensen eigen manieren om het weer te voorspellen.

Grijs gebied

Hun weersvoorspelling was gebaseerd op eeuwenlange ervaring, zonder dat men precies wist wat voor natuurwetten daarachter zaten. Men koppelde bepaalde atmosferische verschijnselen en het gedrag van dieren aan het weer waarvan men wist dat het zou volgen. Om de vastgestelde patronen te markeren, benutte men al sinds de Middeleeuwen heiligendagen, en om ze te onthouden bedacht men rijmende weerspreuken (“avondrood, water in de sloot”).

Lees verder “Volksweerkunde”

Voor-westerse geschiedenis (9) visserij

Vissers bij Basra

Jaren, jaren geleden ben ik eens met drie Griekse vissers, broers, de zee opgegaan om in de vroege ochtend de netten leeg te halen. Hoewel het bootje was voorzien van sonar, had het iets tijdloos. Eeuwenlang zijn mensen in kleine scheepjes de Egeïsche Zee opgegaan, eeuwenlang hebben duikers parels gezocht op de bodem van de Rode Zee en de Perzische Golf, eeuwenlang is gevist in de Zwarte Zee. Nog steeds gebruiken vissers werpnetten, fuiken en hengels – ik blogde er anderhalf jaar geleden eens over. Nog steeds is er werk voor scheepsbouwers en nettenmakers. Natuurlijk zijn er ook allerlei zaken veranderd, maar het is makkelijk voorstelbaar dat een moderne en een antieke Griekse visser elkaar zouden begrijpen als ze spraken over de mogelijkheden en problemen van hun vak.

Problemen

Tot de problemen behoorde dat de diverse bekkens van de Middellandse Zee eigenlijk niet zo geschikt zijn voor de visserij. (Had ik al gezegd dat het verkreukelde Middellandse Zee-gebied het de bewoners lastig maakt?) Wat je als visser het liefste hebt, is een ondiepe zee vol plankton, zoals de Doggersbank, maar de voor-westerse wereld kende die niet. Verder wil je stevig wat doorstroming, zodat het water zich ververst, maar dat is eigenlijk alleen aan de Bosporus en bij Bizerte (Hippo Diarrhytus) het geval. Die zijn dan ook beroemd om de visvangst.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (9) visserij”

De Iberiërs (2)

Een span ossen (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)

[Tweede van drie blogjes over de bewoners van Zuidoost-Spanje in de tweede helft van het eerste millennium v.Chr. Het eerste was hier.]

Economie

De meeste Iberiërs waren eenvoudige boeren, peasants. Maar naarmate de ijzerbewerking beter werd – dit speelt dus in de eerste fase, tussen 550 en 425 v.Chr. – slaagde men erin meer te produceren: vooral tarwe en gerst. Er ontstonden in de huidige regio’s Valencia en Murcia steeds grotere overschotten, die men vrijwel zeker verhandelde met de Feniciërs en de Karthagers, de Grieken en de Etrusken.

Naast akkerbouw was er natuurlijk ook veeteelt. De vochtigere gebieden langs de kust en de rivieren waren geschikt als weiland, waar runderen en schapen konden grazen. Er was altijd zuivel en vlees, maar de runderen konden ook dienen als trekdier en de schapen leverden wol. En textiel kon worden geëxporteerd. Op andere bodems konden de Iberiërs varkens, geiten en pluimvee houden.

Lees verder “De Iberiërs (2)”

Çatalhöyük

Reconstructie van een huis uit Çatalhöyük (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Ik ben er twee keer in de buurt geweest, maar steeds op weg naar iets anders: Çatalhöyük, een van de beroemdste archeologische opgravingen ter wereld. Het is een tell: een plek waar mensen lange tijd hebben gewoond, steeds op de resten van een eerdere nederzetting. Het klassieke voorbeeld is Troje, waar archeologen vele tientallen bewoningslagen boven elkaar hebben gevonden. Steeds als zo’n nederzetting was verwoest, keerden mensen terug om er nieuwe woningen te bouwen. Aangezien niemand voor z’n plezier op ’n ruïne of tussen de geblakerde resten van een oude boerderij gaat wonen, moet er een reden zijn, en inderdaad liggen de meeste tells op vruchtbare gronden, bij een handelsweg of allebei. En als die heuvel maar hoog genoeg was, was ze om een extra reden interessant: zo’n plek was veilig.

Çatalhöyük

De tell van Çatalhöyük, bewoond tussen pakweg 7100 en 5700 v.Chr., was uiteindelijk tweeëntwintig meter hoog. In zijn boek Dageraad, waarover ik het al had, schrijft Johan Hendriks: zeventien meter, en wellicht is dat waar, ik weet het niet, ik ben er immers niet geweest. Feit is: er zijn achttien bewoningslagen, en in de oudste fase bestond de nederzetting uit zo’n tweehonderd woonhuizen. Men had 9000 jaar geleden de deur nog niet uitgevonden, dus je moest vanaf het dak met een ladder in je woonst afdalen. Hierboven ziet u zo’n huis: een haard, wat lage banken langs de beschilderde muren, soms een opslagkamertje, en een decoratie van dierenschedels en -klauwen.

Lees verder “Çatalhöyük”

Een Fenicische stad: Kerkouane

Kerkouane

De Feniciërs woonden midden tussen de Egyptenaren, Mesopotamiërs, Anatoliërs, Grieken en Romeinen, maar zijn ondanks deze centrale plek in de oude wereld minder goed gekend dan je verwacht. Hun teksten zijn verloren gegaan, en bovendien: probeer eens op te graven in Sidon en Tyrus, antieke havensteden die deels zijn verzwolgen en deels overbouwd door moderne steden. Hoewel er links weleens een Fenicische tempel is opgegraven en rechts weleens een Fenicisch straatje, zijn er eigenlijk maar twee plaatsen waar je een Fenicische stad als stad kunt bekijken: Motya op Sicilië en Kerkouane in Tunesië.

Kerkouane

Kerkouane ligt op het Kaap Bon-schiereiland, dat als een vinger vanuit Afrika wijst naar Sicilië. Op het schiereiland zijn belangrijke steengroeven, en verder verbouwen de boeren er allerlei gewassen. Het is dus niet vreemd dat hier een handelshaven kwam, waarvandaan het voedsel kon worden geëxporteerd, en waar schepen konden aanleggen als ze op weg waren naar de groeve. De oudste sporen van Fenicische aanwezigheid in Kerkouane dateren van rond 650 v.Chr.

Lees verder “Een Fenicische stad: Kerkouane”

Over vissen, vissers en visserij

Vissers op een mozaïek uit Hadrumetum (Museum van Sousse)

Omdat het vandaag de Internationale Dag van de Visserij is, even een stukje over vis, vissers en vistechnieken. En ook over mozaïeken. Meer precies, een groot mozaïek dat ik enkele keren heb gezien in het museum van de Tunesische stad Sousse, het antieke Hadrumetum. Het museum identificeert het als funerary mosaic maar ik heb geen idee waarom. Wat ik weer wel weet is dat het dateert uit het laatste kwart van de tweede eeuw na Chr. en dat er diverse vistechnieken zijn afgebeeld.

Hierboven twee vissers die een sleepnet binnenhalen. Hieronder twee mannen die hengelen. (“Het heng’len is een schone zaak en geeft het mensdom veel vermaak.”)

Hengelaars op een mozaïek uit Hadrumetum (Museum van Sousse)

Lees verder “Over vissen, vissers en visserij”

Middeleeuws Byblos

De Grieks-Orthodoxe kerk van Byblos

Vandaag begint in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden de expositie over Byblos, waarover ik al een slordig half jaar elke week heb geblogd. Ik heb dat met plezier gedaan. Libanon is me dierbaar, ik gun de Libanezen leukere publiciteit dan waarmee ze doorgaans in het nieuws komen, en ik heb bij elk bezoek fijne dagen doorgebracht in Byblos. Oftewel, zoals het nu heet, Jbeil.

Modern Byblos

Jbeil heeft een aardige souq vol kleine winkeltjes, waarvan er een onderdak biedt aan een piepklein fossielenmuseum. (Over de fossielen van Byblos is ook een interessant verhaal te vertellen, maar dat deed ik al eerder: hier.) Het haventje is tegenwoordig vooral in gebruik voor wie de Levantijnse Zee wil bevaren, zoals vissers en de eigenaren van plezierjachten. Er is een wassenbeeldenmuseum en er zijn wat cafés, waarvan sommige betere dagen hebben gehad. Ik eet graag in Al-Bahr, wat gewoon “zee” betekent. Het ligt even buiten de stad, naar het noorden, aan het strand.

Lees verder “Middeleeuws Byblos”

Doggerland

Een 50.000 jaar oude vuistbijl, gevonden op de Maasvlakte. Het voorwerp is gemaakt van Wommersomkwartsiet, gewonnen in Vlaams Brabant, 175 kilometer verderop. Het illustreert hoe mobiel Neanderthalers waren.

Nederland heeft geen archeologiemuseum. Net als Vlaanderen overigens, dat in Brugge tot voor kort wel zo’n museum had. Onze musea tonen vooral voorwerpen, waarmee ze een verhaal over het verleden vertellen. Dat is ook goed. Het verleden is immers belangrijk. Maar ik zou willen dat ergens ook naar behoren werd uitgelegd wat archeologie is. Gelukkig is er nu de expositie over Doggerland in het Rijksmuseum van Oudheden. Het sterke is dat deze niet alleen gaat over de Steentijd van een gebied dat nu ligt op de bodem van de Noordzee, maar dat ze ook vertelt hoe en waardoor we weten wat weten.

De naam “Doggerland” is daarbij ietwat misleidend, want die term verwijst naar de Doggersbank, de ondiepte halverwege Nederland en Engeland. De expositie gaat echter over een wat groter gebied. Veel vondsten zijn vlak onder de Nederlandse kust gedaan. De paleolithische voorwerpen komen bijvoorbeeld van de stranden van de Zeeuwse archipel en de Waddeneilanden, terwijl flink wat mesolitische vondsten zijn gedaan op de Maasvlakte. Lees verder “Doggerland”

Caligula in Katwijk

Caligula (Huis van Hilde, Castricum)

Keizer Caligula had geen al te beste relatie met de Romeins Senaat. Een officier ruimde hem in 41 na Chr. na een regering van nog geen vier jaar uit de weg. Die nacht vergaderden de senatoren over de mogelijkheid de republiek te herstellen maar ze liepen al achter de feiten aan. De lijfwacht had al een nieuwe betaalmeester gevonden in de persoon van Caligula’s oom Claudius. Het lijkt al met al een militaire coup te zijn geweest.

Nu Caligula weg was, kon het grote zwartmaken beginnen. De vermoorde keizer is daarom de geschiedenis in gegaan als monster, krankzinnige en sadist. Of hij dat ook feitelijk was? We kennen alleen de stemmen van zijn lasteraars. Vermoorde heersers hebben meestal het laatste woord niet. We weten niet hoe gek Caligula feitelijk was en een mooi voorbeeld is het incident in Katwijk waarover zijn biograaf Suetonius schrijft.

Lees verder “Caligula in Katwijk”

Fietsen naar Thessaloniki: Thessalië

Een hellenistische havenstad in Thessalië: nauwelijks zichtbaar op deze foto uit het kartonnen cameraatje, ligt hier Halos.

In 1989 werkte ik een zomer lang op een opgraving van de Rijksuniversiteit Groningen: Halos in Thessalië. Een groot opgraver is aan mij niet verloren gegaan, maar ik heb er veel geleerd en een paar mensen leren kennen die ik nog af en toe tegenkom, dus het is een waardevolle tijd geweest.

Wat minder leuk was, was dat ik er verschrikkelijk slecht sliep. Dat had niets te maken met het hotel in het vissersdorp waar we verbleven, Amaliapoli, of met het werk, mijn kamergenoten of de stress van onbekend werk. Ik lag ’s avonds lang wakker en in de middag duurde mijn siësta nooit lang genoeg. Daardoor was ik vaak een van de eersten die na zijn middagdutje in de lobby van het hotel zijn aantekeningen zat uit te werken. Daarna ging ik aan de baai zitten, meestal met een doos kleurpotloden om tekeningen te maken van de prachtige Pagasitische Golf, met uitzicht op het schiereiland van Magnesia. Dat trok de aandacht van wat meisjes uit het dorp, die vaak een praatje kwamen maken en hun Engels oefenden. Met een van hen bleef ik daarna brieven uitwisselen en tijdens mijn fietstocht in de zomer van 1992 ging ik bij haar langs.

Lees verder “Fietsen naar Thessaloniki: Thessalië”