Grand

Langs de weg naar Grand, waar Constantijn zijn visioen zou hebben gehad.

De trouwe lezers van deze blog herinneren zich dat ik al een paar keer heb geschreven over een reisje dat mijn zakenpartner en ik in september hebben gemaakt langs Bastenaken, de Titelberg, Trier, Hermeskeil en Straatsburg. Ons werkelijke doel was echter Grand in Lotharingen.

Waarom? Een tijdje geleden speelde ik met de gedachte een boek te schrijven over de Franken en dat onderwerp bracht me bij de Panegyrici Latini, een verzameling antieke lofredevoeringen op de Romeinse keizer. Eén daarvan, gehouden in de zomer van 310 n.Chr., bleek aardig genoeg om een apart boekje aan te wijden. Stof te over. Niet alleen kwam in die toespraak de Frankenoorlog van een bekende keizer, Constantijn, aan de orde, maar de redenaar behandelde ook enkele bouwprojecten aan de Rijn én Constantijns visioen. Zich richtend tot de keizer haalde de spreker herinneringen op:

U was afgebogen naar de mooiste tempel op aarde, of nee: naar de reëel aanwezige Godheid, zoals U hebt gezien. Want ja, U hebt gezien, geloof ik, hooggeachte Constantijn, hoe uw Apollo onder begeleiding van Victoria U lauwerkransen presenteerde. (vert. Vincent Hunink)

Die mooiste tempel op aarde, dat was het heiligdom van Apollo Grannus te Andesina, dat tegenwoordig dus Grand heet, naar de Keltische godheid die hier ooit werd vereerd. Nu ik een boekje schreef over dat visioen, moest ik er toch eens zijn geweest.

We begonnen die dag in Domrémy, het stille dorpje bij de bronnen van de Maas waar Jeanne d’Arc is geboren. Het lag er schitterend bij in de nazomerzon, heel sereen. We maakten een omweggetje om Grand binnen te kunnen rijden over de oude Romeinse heerbaan. Er was geen sterveling op de weg. We zagen alleen de eindeloze, zacht glooiende velden, soms onderbroken door bossen. Zie boven. Dit was Frankrijk op zijn mooist en ik kon me voorstellen dat ook een Romeinse keizer, die hier op een winterdag langs trok, een mystieke uitleg zou geven als hij hier een halo rond de zon zou zien. Alles klopte. Mijn zakenpartner schreef me nog onlangs wat een mooie ochtend het was geweest – en hij had gelijk.

We parkeerden de auto bij het kerkje. Het was gesloten en dat was niet zonder reden: het gebouwtje staat namelijk op de plaats waar ooit een heilig meertje was en daardoor verzakken de fundamenten. Een ondergrondse rivier voedde het meertje met brak water, een waterleiding zorgde voor zoet water. Ooit kwamen hier mensen om genezing te vinden en in de buurt stonden minimaal twee en waarschijnlijk drie badhuizen. Andesina was een kuuroord. Even verderop bekeken we het amfitheater, een van de grotere uit de Romeinse wereld.

Er was een kleine expositieruimte waar een paar van de munten lagen die de soldaten van Constantijn waren verloren: vergeleken met andere periodes en andere plaatsen zijn er in Grand veel te veel munten uit de jaren 306-309 gevonden, wat aannemelijk maakt dat Constantijns leger hier inderdaad is geweest.

Apollo Grannus

Aan de andere kant van het dorp heeft de eigenlijke tempel van Grannus gestaan, maar er is nauwelijks iets van te zien. De daaraan grenzende basiliek vergoedde echter alles: er ligt een fenomenaal mozaïek op de grond, gemaakt door een van de beste ateliers van die tijd. Het is wonderlijk dat ik nooit precies kan aangeven wat een kunstwerk nu goed maakt, terwijl je kwaliteit meteen herkent. Dit was echt eersteklaswerk en het is natuurlijk een leuke gedachte dat Constantijn hier moet hebben gedineerd. Wat zou er door hem heen zijn gegaan, een paar uur nadat hij had gezien hoe Apollo onder begeleiding van Victoria hem lauwerkransen had gepresenteerd?

Ook hier was een tentoonstelling, waar we zowaar twee andere toeristen zagen. Behalve de dames die ons kaartjes hadden verkocht in de twee expositieruimtes, waren ze de enige mensen die we die ochtend tegenkwamen, hoewel het zulk prachtig weer was om erop uit te gaan.

Het zal rond het middaguur zijn geweest toen we, na nog even langs de antieke stadsmuur te zijn gegaan, verder reden, richting Reims. De twee plekken waar in Grand iets is te zien, zijn geen van beide uniek, maar ze zijn de moeite van een omweg zeker waard. Een opvallend detail is nog dat de uitleg in drie talen wordt aangeboden, namelijk in het Frans, Engels en Nederlands. Afgaande op de zuidnederlandse woordkeuze zou ik zeggen dat er in Grand een Vlaming moet wonen.

De komende dagen meer. Voor het moment verwijs ik naar de webpagina’s die ik het afgelopen weekend aan het antieke stadje wijdde: daar.

5 gedachtes over “Grand

  1. Prachtig! Ik krijg zomaar zin de komende vakantie in deze omgeving door te brengen. Gelden voor de bezienswaardigheden in Grand nog bepaalde openingstijden?

    Die munten uit 306-309, tonen die toevallig Constantijn samen met de oorlogsgod Mars? Ik meen me te herinneren dat dat een van zijn favorieten was voordat hij op Sol Invictus overschakelde. Eenkennig was de man beslist niet.

  2. HansR

    Het kan zijn dat het kerkje in Grand verzakt, maar in Noord-Frankrijk zijn de meeste kerken gesloten (vaak kun je de sleutel op de mairie ophalen) in verband met roof, diefstal en vandalisme in de kerken. De dorpen zijn nl uitgestorven overdag en er is vrijwel geen sociale controle.meer.
    /terzijde

  3. Jeff

    Toch jammer, dat je geen enkele twijfel laat doorklinken over de gelijkstelling van Grand met de naam Andesina. Hier, maar vooral ook in je artikel op Livius.
    De enige bron waarop dit gebaseerd kan zijn is de Peutingerkaart en daarop is de naam Andesina allerminst zeker. Meer dan [?]ndesina is er niet van te maken.
    Daarnaast is ook allerminst zeker dat het grote vignet (badhuis / Aqua), dat misschien wel met Grand verbonden kan worden, wel bij die naam [?]ndesina hoort.
    Hoe dit stukje van de Peutingerkaart geïnterpreteerd moet worden zit vol met onduidelijkheden. Zie b.v. ook Rome’s World van Richard Talbert: http://www.cambridge.org/us/talbert/talbertdatabase/TPPlace905.html
    Een andere bron is er niet, dus om dit nu te presenteren zonder ook maar enige vorm van onzekerheid te laten doorschemeren lijkt mij wetenschappelijk niet geheel verantwoord.
    In je artikel op Livius beweer je ook: “… the tribe of the Leuci – venerated their healing god Grannus, whom the Romans would identify with their Apollo.”, met een verwijzing naar De Bello Gallico 6.17. Maar ik zie niet hoe de bron hier de bewering ondersteunt.
    Ook zeg je nog “Because of the town’s worship of the healing deity, Andesina was also known as Ad Grannum, “near Grannus”, …”. Kun je aangeven waar deze naam ‘Ad Grannum’ geattesteerd is?

Reacties zijn gesloten.