Das schwimmende Moor

Das schwimmende Moor

Het bovenstaande plaatje is niet heel spectaculair. Wat struiken en planten. In de verte de zee. En toch is dit stukje land bij de monding van het Duitse riviertje Jade, klein als het is, heel bijzonder. Het heet het “Schwimmende Moor” en is het enige stuk veen in Europa dat buitendijks ligt. Dat wil dus zeggen dat het getij hier merkbaar is en om die reden zijn we een paar jaar geleden, toen we op weg waren naar Haithabu en vrienden in Kopenhagen, er eens langs gereden.

Je kunt op de dijk klimmen en ziet dan goed wat daar vóór je ligt: een veenlandschap, overgaand in wad en water. De getijden wrikken weleens een stukje los: een kluit veen met wat planten en struiken erop die dan op drift raakt, de eb en de vloed volgend. Zoiets heet een drijftil.

Dit is hoe in de Romeinse tijd de noordelijke Nederlanden eruit zagen. Plinius de Oudere geeft een leuke beschrijving van drijftillen die, omdat er een boom op staat, voldoende wind vangen om een gevaar te worden voor de Romeinse vloot (Natuurlijke Historie 16.5). Ik heb die weleens eerder geciteerd. De Romeinse auteur herkent  de humor van de situatie: “Dan zat er voor onze jongens weinig anders op”, schrijft hij, “dan een zeeslag aan te gaan … met bomen!”

16 gedachtes over “Das schwimmende Moor

  1. habus

    Interessant! Voor wie die kant op wil: Het museum in Bad Bederkesa heeft een geweldige archeologische collectie uit de periode 0-500. Vooral afkomstig uit de Feddersen Wierde en Fallward. Met name de grote hoeveelheid houten meubilair en gebruiksvoorwerpen is indrukwekkend. Hoogtepunt: een uitvoerig bewerkte houten troon.

    Alles wat in het Nederlandse terpengebied nooit gevonden is (of ergens in depot ligt?), kun je daar zien en daarmee krijg je een beter beeld van de situatie langs de Noordzeekust. Helaas is de website van het museum niet super:
    http://www.burg-bederkesa.de/start/

    Kijk dus svp via google afbeeldingen naar ‘Fallward gräberfeld’ en ‘Feddersen Wierde’.

    Vervolgens doorrijden naar het museum in Stade: ook volop saksische en longobardische (!) vondsten uit de regio Boven-Elbe.

    1. Inderdaad. Verstrooidheid, mede te wijten aan ziekte. Ik heb dit stukje, zo zie ik vandaag, bovendien al een keer geschreven.

      Anyhow: spelfout of niet, dubbel of niet, het is een bestemming die ik graag even onder de aandacht bracht.

    2. Roger Van Bever

      Enige nuancering: het hangt er vanaf welk lidwoord. Als het een bepaald lidwoord is, heeft u gelijk, maar als een onbepaald lidwoord voorafgaat, dan is het : ein schwimmendes Moor.
      Bvb:

      …Hier befindet sich, dem Deich vorgelagert und den Gezeiten ausgesetzt, ein schwimmendes Hochmoor…

      Ander vb.
      ‘Das kleine Kind` maar ‘Ein kleines Kind’

        1. Is gedaan, je was niet de enige die erop wees.

          Grappig overigens dat spelfouten in het Duits kunnen rekenen op verbetering en spelfouten in het Nederlands door vrijwel iedereen door de vingers worden gezien. 😉

  2. jan kroeze

    Jonas, Ik vind de juist erg leuk, het doet me wat. Ik wwet alleen niet precies waarom. Er is ovrigens een fraai boek verschenen met de titel Atlas van Nederland in het Holoceen (landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu). Bert Bakker, Amsterdam, 2011.

  3. Henk Smout

    Schwimmendes Moor, Das schwimmende Moor. Als het Duitse “das” deel van het in het in de Nederlandse zin ingebedde citaat zou zijn, dan was volgens mij de Duitse vervoeging vereist, maar nu lijkt mij “Het heet het “Schwimmendes Moor” en is het enige stuk […]” correct.

    1. Henk Smout

      Men vergeve mij dat ik het eigen gelijk illustreer aan mijn reactie van vandaag op http://www.neerlandistiek.nl/2018/03/maak-je-eigen-glottisslag/.
      “Tussen twee klinkers heb je de ‘vokalischer Neueinsatz’, voorbeeld van zichzelf […].” en niet vokalischen, accusatief.
      En in de slotzin: “Een karakteristieke Duitse uitspraak met ‘vokalischer Neueinsatz’ horen we in ‘Memoiren’, […].” en niet vokalischem, in het Duitse zou mit de datief regeren.

Reacties zijn gesloten.