Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over de Bergrede, en wel over de regels die volgen op het stukje van vorige week. Daarin ging het over de vervolging die voor de toehoorders van dit evangelie maar al te herkenbaar moet zijn geweest. Nu staat daar iets tegenover: de zoutmetafoor. In de Nieuwe Bijbelvertaling van Matteüs 5.13:
Jullie zijn het zout van de aarde.
Dit is op het eerste gezicht duidelijk. Jezus zegt dat zijn volgelingen het leven, ook voor anderen, smaak geven. Daaraan verbindt hij een inspanningsverplichting: zijn volgelingen moesten zich onderscheiden door goede daden. Dit is geen bijzondere gedachte. Joden waren Gods uitverkoren volk en dat schiep verantwoordelijkheden. Daarna wordt de passage echter ronduit vreemd.
De expositie over de wachttoren in het Zaanse gemeentehuis
[Vandaag even een bijdrage van een gastauteur, Rob Duijf, die al eerder op deze plaats heeft geschreven over makelaars, archeologiebeleid en locomotieven, en vandaag over een Romeinse opgraving.]
In de eerste eeuw na het begin van de jaartelling stond in Krommenie (in de gemeente Zaanstad) naar alle waarschijnlijkheid een Romeinse wachttoren. Dat blijkt uit een nieuwe archeologische opgraving die in 2018 werden uitgevoerd. De vondsten die op deze plaats aan het licht kwamen, zijn nu in de vorm van een klein opgravingsverslag tentoongesteld in een vitrinewand in het gemeentehuis van Zaanstad aan het Stadhuisplein in Zaandam. De expositie is nog tot en met vrijdag 22 november te zien.
In 1955 werden bij grondwerkzaamheden voor de aanleg van een nieuwbouwwijk aan het Volwerf, aan de rand van de toenmalige gemeente Krommenie, sporen gevonden, die erop wezen dat hier in de eerste eeuw een Friese woonkern moest hebben gelegen. Na deze ontdekking deed de Archeologische Werkgemeenschap Zaanstreek-Waterland samen met het Instituut voor Pre- en Protohistorische Archeologie van de Universiteit van Amsterdam verder onderzoek en in 1959 werd een boerderijplattegrond uit de eerste eeuw opgegraven, waarmee Friese bewoning op het veen in de Romeinse ijzertijd werd aangetoond. Tot die tijd nam men aan dat dit een ‘niemandsland’ was, waarin de Romeinen geen nederzettingen duldden.
Het bovenstaande plaatje is niet heel spectaculair. Wat struiken en planten. In de verte de zee. En toch is dit stukje land bij de monding van het Duitse riviertje Jade, klein als het is, heel bijzonder. Het heet het “Schwimmende Moor” en is het enige stuk veen in Europa dat buitendijks ligt. Dat wil dus zeggen dat eb en vloed hier merkbaar zijn en om die reden zijn we een paar jaar geleden, toen we op weg waren naar Haithabu en vrienden in Kopenhagen, er eens langs gereden.
Je kunt op de dijk klimmen en ziet dan goed wat daar vóór je ligt: een veenlandschap, overgaand in wad en water. De getijden wrikken weleens een stukje los: een kluit veen met wat planten en struiken erop die dan op drift raakt, de eb en de vloed volgend. Zoiets heet een drijftil.
Kort voor de jaarwisseling schreef ik over de Slag bij Vlaardingen, waarin Dirk III, graaf van wat later “Holland” zou heten, een leger versloeg dat de Duitse keizer tegen hem had uitgestuurd, aangevoerd door de bisschop van Utrecht en de hertog van Lotharingen. Waarom is zo’n gevecht na een millennium nog de moeite van het herdenken waard?
Om te beginnen: de positie van Dirk, van zijn voorgangers en zijn opvolgers. Als graven waren ze verantwoordelijk voor het duingebied en de mondingen van de Maas en Rijn, maar ze raakten steeds meer geïnteresseerd in de wildernis in het achterland. Waar zich tegenwoordig een landschap uitstrekt vol steden en weilanden, lag destijds een woest veengebied: elzenbroekbos, struiken, rietveen. In de loop der eeuwen was het veen steeds verder gegroeid en het had de vorm gekregen van metersdikke kussens. Hoewel er mensen woonden, begrijp je waarom Alpertus het een “woud” noemt, een middeleeuws synoniem voor onherbergzaamheid.
In 1999 schreef ik De randen van de aarde: een overzicht van de geschiedenis van de Lage Landen in de Romeinse tijd. Later actualiseerden mijn collega Arjen Bosman en ik de tekst, maar De rand van het Rijk (2010)is inmiddels uitverkocht. De verbeterde Engelse versie, Edge of Empire (2012), is nog wel leverbaar: hier. Zonder valse bescheidenheid: dit is een echt fijn boek, vol boeiende informatie, stoere verhalen, grappige details en interessante vondsten.
Een van de leukste teksten die ik voor de Nederlandse versies vertaalde, was de beschrijving die de Romeinse officier Plinius de Oudere gaf van het door hoogveen omringde Flevomeer, de voorganger van de Zuiderzee. Voor de Romeinen was dit een rare plek. Even verderop was het einde van de aardschijf, waar mensen woonden op terpen.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.