Een depositie uit Bronstijd-Drenthe

Depositie uit de Bronstijd uit Roswinkel (Drents Museum, Assen)

Ik was al een paar weken niet in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden geweest. Vandaag was ik er weer eens. Het was druk maar prettig. De vernieuwde afdeling over het antieke Nabije Oosten is mooi geworden, heel helder, met opvallend veel kleitabletten. Ik blijf hopen dat ’ie nog eens wordt vergroot. Er is ook een kleine en véél te brave expositie in de reeks Collectie|Reflectie, gewijd aan verzamelaars die voorwerpen hebben nagelaten aan het museum zonder te weten waar ze zijn gevonden. De vorige expositie was ook al zoutloos; de uitleg dit keer is zelfs zó braaf dat het gênant is.

Maar daar kwam ik niet voor. Ik was er voor de Bronstijdexpositie, die ik pas één keer had bezocht. Hierboven een stukje turf met daarop een snoertje met kralen van barnsteen, een kam van hoorn en een stukje brons, dat een fragment van een bijl kan zijn. Het verzamelinkje is gevonden in de buurt van Ter Apel, in de richting van Emmen, bij Roswinkel. Iemand heeft het gebonden in een lapje leer en in het veen achtergelaten, ergens tussen 1800 en 1500 v.Chr., en een turfsteker heeft het vele eeuwen later teruggevonden. Het behoort nu bij de collectie van het Drents Museum in Assen.

Lees verder “Een depositie uit Bronstijd-Drenthe”

De Bergrede (8): het zout der aarde

Haliet (Museum van Kleef)

Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over de Bergrede, en wel over de regels die volgen op het stukje van vorige week. Daarin ging het over de vervolging die voor de toehoorders van dit evangelie maar al te herkenbaar moet zijn geweest. Nu staat daar iets tegenover: de zoutmetafoor. In de Nieuwe Bijbelvertaling van Matteüs 5.13:

Jullie zijn het zout van de aarde.

Dit is op het eerste gezicht duidelijk. Jezus zegt dat zijn volgelingen het leven, ook voor anderen, smaak geven. Daaraan verbindt hij een inspanningsverplichting: zijn volgelingen moesten zich onderscheiden door goede daden. Dit is geen bijzondere gedachte. Joden waren Gods uitverkoren volk en dat schiep verantwoordelijkheden. Daarna wordt de passage echter ronduit vreemd.

Lees verder “De Bergrede (8): het zout der aarde”

De Drususgrachten

De IJssel

Het is een gemeenplaats dat meanderende rivieren archeologie moeilijk maken. Alles verspoelt. Nou ja, bijna alles: de Romeinse brug in Cuijk viel op te duiken omdat die ligt op een punt waar de Maas haar bed nauwelijks kon verleggen. Maar voor het overige zijn rivieren niet al te best voor het bodemarchief. Daarom trekken ze onderzoek aan. Wetenschappers willen tóch iets zeggen.

Soms lukt dat heel aardig. Je kunt namelijk met boringen een gedetailleerde reconstructie maken van de afzettingen in het rivierenlandschap. Zo valt te reconstrueren wanneer de diverse rivieren op welke plek stroomden. Dat kan weer implicaties hebben voor bijvoorbeeld de uitleg van teksten.

Maas en Waal

Zo speelde bij de kwestie of Caesar in Kessel de Usipeten en Tencteri kan hebben afgeslacht, dat Caesar schrijft dat het is gebeurd op de samenvloeiing van de Maas en (een arm van) de Rijn. Aangezien er stroomafwaarts van Kessel in de Maas sedimenten zijn aangetroffen die afkomstig waren uit de Waal, vervalt in elk geval één argument tegen de locatie van het bloedbad. De discussie is vanzelfsprekend complexer en rust niet op dit ene argument. Dit voorbeeld toont echter dat we uitspraken kunnen doen over het oude tracé van rivieren en dat die reconstructies gevolgen hebben voor de tekstuitleg. De Drususgrachten zijn een ander voorbeeld.

Lees verder “De Drususgrachten”

De Valtherbrug

Het veengebied waar de Valtherbrug lag, zoals het er nu uitziet

Ik blog nu al dagen over de Mediterrane wereld, dus we moeten eens rap overschakelen naar onze eigen contreien. Naar het Drentse dorpje Valthe om precies te zijn, waar in de Romeinse tijd een enorm bouwwerk was te vinden, de zogeheten Valtherbrug. Dit was een van hout gemaakte weg door het veengebied dat de grens vormt tussen oostelijk Drenthe en het zuidoosten van Groningen. Hoewel waterbouwkundig ingenieur J.W. Karsten geldt als degene die de weg in 1818 heeft ontdekt, waren het turfstekers die hem er al een jaar eerder op hadden geattendeerd. U ziet het parcours hier.

Knuppelweg

Houten veenwegen waren niet zeldzaam. Ze zijn al aangelegd in het vierde millennium v.Chr. en werden nog steeds gebouwd in de zeventiende eeuw. Na Christus welteverstaan. De Romeinen noemden ze pontes longi, “lange bruggen”, en hebben ze aan het begin van de jaartelling gebouwd over de moerassen rond Münster. In het Nederlands heten ze ook wel knuppeldam of knuppelweg. Kortom, niets bijzonders allemaal, maar de Valtherbrug is wel érg lang: twaalf kilometer van Valthe richting Ter Apel. Er moeten 50.000 bomen voor de aanleg zijn geveld. Dat riep aan het begin van de negentiende eeuw nogal wat vragen op, want wie konden dit in vredesnaam hebben gebouwd? En waarom?

Lees verder “De Valtherbrug”

Das schwimmende Moor

Das schwimmende Moor

Het bovenstaande plaatje is niet heel spectaculair. Wat struiken en planten. In de verte de zee. En toch is dit stukje land bij de monding van het Duitse riviertje Jade, klein als het is, heel bijzonder. Het heet het “Schwimmende Moor” en is het enige stuk veen in Europa dat buitendijks ligt. Dat wil dus zeggen dat eb en vloed hier merkbaar zijn en om die reden zijn we een paar jaar geleden, toen we op weg waren naar Haithabu en vrienden in Kopenhagen, er eens langs gereden.

Je kunt op de dijk klimmen en ziet dan goed wat daar vóór je ligt: een veenlandschap, overgaand in wad en water. De getijden wrikken weleens een stukje los: een kluit veen met wat planten en struiken erop die dan op drift raakt, de eb en de vloed volgend. Zoiets heet een drijftil.

Lees verder “Das schwimmende Moor”

Offer of niet?

Het komt dus allemaal door die brug bij Kampen. Daardoor reden de treinen niet en moest je met een bus. En bussen nemen geen fietsen mee. En zo kwam het dat ik, op weg vanuit Leiden naar Zwolle, moest omrijden via Deventer en véél te laat aankwam in mijn hotel. Daar was bovendien heerlijk bier en dus heb ik geen stukje geschreven.

Maar toch. Een tijdje geleden hadden we het over de Peelhelm en kwam de vraag aan de orde of er hier een ruiter in het veen was omgekomen of dat dit een offer was. Het zijn allebei scenario’s die je meteen voor je ziet. Een Romeinse soldaat, zwoegend met zijn paard, zoekend naar de route door het veen, vloekend omdat het donker begint te worden, dwaallichtjes, en dan ineens wegzinkend. Kopje onder. Paard valt ook door het veen. Man in paniek, komt nog even boven, hapt naar lucht, zakt weg – en de rest is stilte.

Lees verder “Offer of niet?”

De Peelhelm

De Peelhelm (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

In mijn reeks museumstukken vandaag een van de beroemdste voorwerpen uit de Oudheid: de Peelhelm. Rond 300 na Chr. gemaakt van verguld zilver, in 1910 gevonden door turfsteker Gebbel Smolenaars in de Peel, tegenwoordig in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. De helm is niet het enige voorwerp dat Smolenaars uit het veen haalde: hij vond ook enkele vierde-eeuwse munten, een mantelspeld, delen van een paardentuig en een ruiterspoor.

Net als moderne helmen bestaat de Peelhelm uit een binnen- en een buitenhelm. De binnenhelm moet van ijzer gemaakt zijn geweest. Doordat het voorwerp gelegen heeft in veen, is het ijzer compleet weggeroest. De buitenhelm, gemaakt van edelmetaal, heeft het wel overleefd. Ze bestaat uit veertien onderdelen die met gespjes en riempjes waren verbonden.

Lees verder “De Peelhelm”

Slag bij Vlaardingen (2)

Ontginningslandschap bij Woerden

Kort voor de jaarwisseling schreef ik over de Slag bij Vlaardingen, waarin Dirk III, graaf van wat later “Holland” zou heten, een leger versloeg dat de Duitse keizer tegen hem had uitgestuurd, aangevoerd door de bisschop van Utrecht en de hertog van Lotharingen. Waarom is zo’n gevecht na een millennium nog de moeite van het herdenken waard?

Om te beginnen: de positie van Dirk, van zijn voorgangers en zijn opvolgers. Als graven waren ze verantwoordelijk voor het duingebied en de mondingen van de Maas en Rijn, maar ze raakten steeds meer geïnteresseerd in de wildernis in het achterland. Waar zich tegenwoordig een landschap uitstrekt vol steden en weilanden, lag destijds een woest veengebied: elzenbroekbos, struiken, rietveen. In de loop der eeuwen was het veen steeds verder gegroeid en het had de vorm gekregen van metersdikke kussens. Hoewel er mensen woonden, begrijp je waarom Alpertus het een “woud” noemt, een middeleeuws synoniem voor onherbergzaamheid.

Lees verder “Slag bij Vlaardingen (2)”

Priester Hendrik

Priester Hendrik (beeld: Carsten Eggers)

Toen ik onlangs door Rijnsaterwoude – dat ligt op de grens van Zuid- en Noord-Holland – kwam fietsen, zag ik daar bij de kerk het bovenstaande standbeeld. Ik remde meteen, want dit beeld had ik vaker gezien. Alleen: dat was in de buurt van Hamburg. Wat deed priester Hendrik, want over hem hebben we het, in Rijnsaterwoude bij de kerk?

Het zit zo. De twaalfde-eeuwse priester Hendrik had geleerd hoe je een cope aanlegde, een veenontginning. Het eerste wat jij als locator (“projectmanager”) deed was een team samenstellen van laten we zeggen twintig mensen die als boer aan het werk wilden maar geen land bezaten. Je trok dan langs een kreek het veen in en zocht een plek om een dorpje te stichten. Op de oever bouwde je dan een lang lint van twintig huizen, zo om de honderd meter één, en halverwege die huizen begon je sloten te graven, haaks op het veenstroompje, het veen in.

Lees verder “Priester Hendrik”

Het Romeinse platteland

Romeinse tuin (Museumpark Orientalis)

Antieke steden zijn goed herkenbaar: ook na enkele eeuwen vallen de ruïnes nog altijd op. Het waren echter niet de enige nederzettingen in de Lage Landen. De oude heuvelforten van de oorspronkelijke bewoners werden weliswaar overvleugeld door de hoofdsteden van de Romeinse gemeentes, maar werden niet allemaal verlaten.

In de buurt van de militaire kampen lagen burgerlijke nederzettingen waar kooplieden, kroegbazen en de gezinnen van de soldaten verbleven. Aan de kust lagen vissersdorpen en zeehavens als Boulogne, Domburg, Colijnsplaat en Katwijk. Kolenbranders en jagers woonden in de bossen, mijnwerkers bij de groeven en pottenbakkers op plaatsen met goede klei, zoals in Berg en Dal, waar op industriële schaal dakpannen werden vervaardigd. Rond Heerlen werd even grootschalig keramiek geproduceerd: momenteel zijn er niet minder dan zesenveertig pottenbakkersovens bekend.

Lees verder “Het Romeinse platteland”