Nee, er is geen nieuws uit Pompeii

Munt van Titus (Limesmuseum, Aalen)

U kent het oudheidkundige spreekwoord: waarom zou je nieuws één keer naar buiten brengen als je ook twee keer naar fondsen kunt hengelen? Dit keer is het een graffito, gevonden in Pompeii, met een dagtekening waaruit blijkt dat de ongelukkige stad niet op 24 augustus 79 door een uitbarsting van de Vesuvius is verwoest, maar pas na 17 oktober.

Tja.

Dat wisten we dus al. Er zijn wat halve argumenten: er zijn vruchten en groentes opgegraven die in de huidige tijd niet in augustus in de winkels liggen en de wijnoogst was al binnengehaald, wat tegenwoordig doorgaans niet in augustus het geval is. Zulke gegevens bieden een aanwijzing, maar het klimaat was destijds anders dan tegenwoordig – Ptolemaios vermeldt bijvoorbeeld ergens regens in de zomer in Alexandrië – dus dit is slechts een aanwijzing en ook niet méér.

Veel belangrijker is dat in de Casa del bracciale d’oro, een van de huizen in Pompeii, een muntschat is gevonden. Ik meen ruim tweehonderd exemplaren. Eén daarvan toont keizer Titus, de heerser van het Romeinse Rijk ten tijde van de uitbarsting van de Vesuvius en vermeldt dat hij voor de vijftiende keer door de soldaten is uitgeroepen tot imperator. Dat is een andere manier om te zeggen dat de Romeinen een militaire overwinning hadden behaald. Dat lijkt te zijn gebeurd in september of oktober 79.

Het is zoiets als de datering van de val van Masada: traditioneel geplaatst in 73 maar muntvondsten bewezen dat het een jaar later was. Het maakt voor de bestudering van zo’n archeologische vindplaats niet zo heel veel uit. Belangrijk is het dus niet en nieuws is het dit keer dus ook al niet.

Ik zou er eigenlijk liever geen aandacht aan besteden – ik schreef in de Livius Nieuwsbrief van september 2014 al over deze uit 2006 daterende ontdekking – en het is beter als we de aandacht eens richten op iets anders. Bijvoorbeeld op het feit dat we weer eens een persbericht hebben dat gaat over zaken die wetenschappelijk niet belangrijk zijn en dat het de wetenschappers zijn die het vak trivialiseren.

19 gedachtes over “Nee, er is geen nieuws uit Pompeii

  1. jacob krekel

    Geen nieuws kan heel explosief zijn. Im Westen nichts Neues is een goed voorbeeld.
    Voor mij was dit wel nieuws. In 2006 even niet opgelet. Bekend zijn an sich is toch iets anders dan bekend zijn für sich.(mich)

  2. Vladimir Stissi

    Dit is toch wel erg kort door de bocht. Die munt is behoorlijk problematisch en het is niet voor niets dat de herdatering (die zeker niet onzinnig is) nog steeds een minderheidsstandpunt is; de argumenten zijn niet doorslaggevend.
    Wat veel treuriger is, is dat de nieuwe inscriptie helemaal niets bewijst. Ten eerste omdat iemand heel goed in augustus 17 oktober op een muur heeft geschreven kan hebben, bijvoorbeeld om een afspraak te onthouden (bouwvakkers doen dat nog steeds regelmatig, de tekst komt uit een huis in verbouw) en ten tweede, en belangrijker, omdat er geen jaartal wordt genoemd. De inscriptie (op een nog niet verbouwde muur) kan heel goed uit 78 of eerder dateren. Het argument dat het feit dat de inscriptie in houtskool is een oudere datum uitsluit is onzinnig, we hebben paleolithische grottekeningen in houtskool (en een 100 jaar oude Nachtwacht in Limburg, was ook vandaag in het nieuws). Dus veel meer dan een eventuele zachte aanwijzing is de nieuwe vondst niet.

    1. Wat is het probleem met de Titusmunt? Ik weet niet beter of het gaat om een schat die is begraven in het huis, dus niet om een losse vondst die verloren zou kunnen zijn door een plunderaar (zoals weleens is geopperd over de goudstukken die bij Kalkriese zijn gevonden).

  3. hans van den broek

    even een tussendoor vraagje
    de hals van Titus toont een wat gezwollen voorzijde zoals bij een schildklierzwelling , krop, ook voorkomt.
    Van Nero heb ik een serie munten gezien waar die zwelling langzaam toeneemt en krop zou bij hem bekend geweest zijn.
    Mijn vraag: is er iets bekend over Titus in die zin dat hij krop had? [ kan bv komen door een tekort aan jodium in het voedsel] of is dit een manier van afbeelden om de keizer wat meer indruk te laten maken op een munt?

      1. Roger van Bever

        Jona, Hans van den Broek heeft gelijk. In Rome in de oudheid en veel later was er een duidelijk jodiumgebrek evenals in diverse andere gebieden. Dat was aanleiding voor een levendige fantasie over de kropgezwellen, hun oorsprong en behandeling. http://www.hormones.gr/115/article/article.html
        Op afbeeldingen (munten, beelden) werd dat dus ook weergegeven. Zie: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/11619418 (helaas alleen abstract)
        Tot diep in de Renaissance zijn er afbeeldingen te zien waarop veel mensen afgebeeld worden met een kropgezwel (struma, goiter (Engels)). Dit geldt ook voor de keizers en andere hooggeplaatste personen. Het verband met jodium werd natuurlijk nog niet gelegd. Een zekere graad van schildklierzwelling werd ook als schoonheid en voornaamheid gezien (collum proconsulare), vooral in de renaissance:
        Zie: https://www.ejinme.com/action/showFullTextImages?pii=S0953-6205%2816%2930043-7 Helaas is slechts een deel van de tekst beschikbaar en de rest zit achter een betaalmuur. Ook Mona Lisa had een schildklierprobleem. Zie: http://www.ansa.it/english/news/lifestyle/arts/2018/09/05/mona-lisa-had-thyroid-problem_f9e11288-65e1-4f2d-a51d-91e1aa14a807.html
        Het verband tussen schildklierfunctie en struma of krop veroorzaakt door jodiumgebrek is pas 9 jaar gelegd nadat het element jodium door ‘serendipity’ door Bernard Courtois ontdekt is in 1811. Jodium is essentieel voor de vorming van het schildklierhormoon thyroxine, waarvan elk molecuul 4 jodiumatomen bevat. Bij deficiëntie vanaf de vroege jeugd ontstaat dwerggroei (cretinisme).
        Jodiumtekort leidt verder tot reactieve schildkliervergroting (struma) en functionele hypothyreoïdie. De bekendheid met het verband tussen jodium en struma dateert al van 1820, 9 jaar na de ontdekking van het element. Vervolgens werd al snel jodium toegevoegd aan het dieet en aan keukenzout en bakkerszout, om struma te voorkòmen. 150 tot 300 microgram wordt voor volwassenen als dagelijks benodigd beschouwd. Bij kernrampen worden grotere hoeveelheden jodium in tabletvorm verstrekt, waarmee opname van radioactief jodium in de schildklier wordt verhinderd en de kans op het later ontstaan van schildkliercarcinoom wordt verkleind.
        Zie: http://www.nvdv.nl/wp-content/uploads/2014/09/Jodium-en-kaliumjodide-J.D.Bos-NTvDV-2013-05.pdf
        Ik wil er trouwens op wijzen dat niet alle zwellingen van de schildklier het gevolg zijn van een tekort aan jodium! Bespreking daarvan zou te ver leiden.
        Momenteel is de zorg dat er te weinig jodium ingenomen wordt door de Nederlansdse bevolking.
        Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu rapporteerde begin oktober dat de jodiuminname in de periode 2006-2015 met 37 procent was teruggelopen bij mannen en met 33 procent bij vrouwen. Zeker reden tot enige zorg. Geschat wordt dat ruim een derde van de Nederlandse bevolking een (mild) jodiumtekort heeft.

  4. Jos Houtsma

    Wetenschappelijk niet van belang, wetenschappers die het vak trivialiseren, joh, waarom bijt je je daar zo in vast? We hebben allemaal romantische zielen, we willen alles weten over een vulkaanuitbarsting die later plaatsvond dan gedacht, over Romeinse wachttorens in Krommenie, over zwaarden die bovenkomen uit een moeras. Gun ons dat nou. Wetenschappelijk verantwoord? Ja prima, maar dat kan meestal gewoon achter de schermen blijven.

    1. Dat is het punt niet. Het punt is dat het bij die eerste kennismaking blijft. Wie geïnteresseerd raakt, krijgt geen vervolg-informatie en concludeert dat het vak triviaal is.

      Vergelijk het met een toerist die voor het eerst naar Nederland komt. “Dit is een dijk,” krijgt hij te horen. Hij wil meer weten en hoort opnieuw “Dit is een dijk”. En dat is het enige wat hij verneemt; nooit hoort hij wie Simon Stevin was, wat afwatering is, waarom wij nerveus worden als de waterstanden stijgen… zo iemand komt niet meer terug.

      En dat is dus precies wat er met de voorlichting over de Oudheid verkeerd is. Er is alleen maar een eerste kennismaking en er is géén verdieping. De musea doen het nog wel aardig, maar voor het overige jagen we mensen vooral heel hard weg. Als een Halbe Zijlstra zich afvraagt wat ‘ie aanmoet met musea vol opgegraven potten en pannen, hebben oudheidkundigen die onkunde aan niemand anders te wijten dan zichzelf.

  5. Ben Spaans

    Dit is volgens mij geen reële beschrijving van wat de doorsnee toerist bezighoudt. Of hoe ze behandelt worden. Verre van dat.

    Mensen als Halbe Zijlstra zouden nog steeds zo bot doen zelfs als publieksvoorlichtinghelemaal naar jou ideaal zou zijn ingericht.

    1. De gemiddelde toerist wordt wel bediend. Daar zit het probleem niet. Het gaat mij om de geïnteresseerde toerist. Ik ken geen vakgebied dat zó effectief is in het wegjagen van mensen.

      Als er weer iets onnozels is gezegd op TV (Fik Meijer over de Vloek van de Farao is een goed voorbeeld), heb ik weer mail van mensen die zeggen “is dit nou alles?”

      Ik denk dat Zijlstra inderdaad een botte boer is, maar hij wist wel feilloos een slachtoffer te vinden waarvan veel mensen zich ook afvragen waar het voor nodig is. Er zijn nogal veel postgeïnteresseerden.

  6. Ben Spaans

    Postgeïnteresseerden – die term kende ik nog niet. Het is wel ook de eigen verantwoordelijkheid van mensen als ze zich door een teleurstellende ervaring met een Fik Meijer laten ‘postinteresseren ‘.

    Over het onderwerp – Ik ken deze discussie niet. Komt de datum van 24 augustus (79 n. Chr.) uit het verslag van Plinius de Jongere? En is daarmee dan iets aan de hand?

    1. Het is betrekkelijk klein bier. De normale datum is gebaseerd op een onzekere lezing van de handschriften; archeobotanisch bewijs lijkt er tegen te pleiten, er is die munt en er is nu die graffito.

      De betekenis? We hebben een momentopname over de agrarische economie. Als die augustus is of oktober, dat maakt wat uit, want de landopbrengsten variëren door het jaar heen. We kunnen iets meer zeggen over het functioneren van de Romeinse economie: haalde men eruit wat potentieel haalbaar was? De aanname is dat het klimaat destijds vergelijkbaar was met dat nu, en het lijkt er steeds meer op dat dat niet het geval is. Kortom, we bewegen van de ene schijnzekerheid naar de andere. Als ik hierover schreef, zou ik dáár op ingaan.

Reacties zijn gesloten.