De Tweede Punische Oorlog (6)

Helm uit de tijd van de Punische Oorlogen (British Museum, Londen)

[Ik vervolg het feuilleton over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. Gisteren kwamen we tot het vijfde deel, waarin ik vertelde hoe de Karthaagse generaal Hannibal in 217 de Romeinse generaal Flaminius versloeg bij het Trasimeense Meer.]

De Romeinse nederlaag bij het Trasimeense Meer deed de Romeinen besluiten een dictator aan te wijzen, een militaire leider met onbeperkte bevoegdheden. Quintus Fabius Maximus gold als een capabele generaal en beschikte over goede contacten met Hannibals tegenstanders in Karthago, wat suggereert dat de senatoren een diplomatieke oplossing niet uitsloten.

De dictator was daar echter niet op uit. Zijn eerste taak was het herstel van de goede relaties met de goden, die duidelijk hun woede hadden laten blijken over de wijze waarop Flaminius de voortekenen had genegeerd. Hij beloofde tempels te wijden aan de oorlogsgod Mars en aan Venus Erycina, dat wil zeggen: Venus zoals ze werd vereerd op de berg Eryx in het uiterste westen van Sicilië. De cultus was van oorsprong Karthaags (eigenlijk heette de godin Astarte), erkende de godin niet alleen als patrones van de liefde maar ook als krijgsgodheid, en de diepere zin van de tempelwijding was dat de Romeinen trachtten de voornaamste godheid van hun vijand aan hun zijde te krijgen.

De militaire situatie was ondertussen ondanks alle ellende vrij overzichtelijk. Rome beschikte nauwelijks over ervaren soldaten. Ze waren óf in Catalonië óf op Sicilië óf krijgsgevangen óf dood. Hannibals troepen hadden daarentegen krijgservaring opgedaan in Spanje, tijdens twee veldslagen op de Povlakte en in het gevecht bij het Trasimeense Meer. Het zou onverantwoord zijn slag met hen te leveren. Dat liet maar één maatregel over, die bewijst dat Fabius niet bang was voor impopulariteit. Livius:

Hij vaardigde een edict uit dat de bevolking van niet versterkte steden en dorpen naar veiliger plaatsen moest verhuizen en dat de bewoners van de streek waar Hannibal doorheen zou komen moesten wegtrekken van hun landerijen, na eerst hun huizen in brand te hebben gestoken en hun oogst te hebben vernield, zodat er niets voorhanden was.

De strategie van de verschroeide aarde was de enige manier om Hannibals leger uit te putten. Tegelijk volgde de dictator zijn tegenstander op de voet om zijn rekruten militaire ervaring te laten opdoen.

Er werden lichte gevechten ondernomen vanuit een veilige stelling en met een toevluchtsoord in de buurt, en die verliepen niet ongunstig. Daardoor begonnen de soldaten geleidelijk aan te bekomen van hun schrik om de geleden nederlagen en minder gering te denken over hun eigen moed en krijgskansen.

Niet iedereen was hiermee gelukkig. Sommigen noemden Fabius paedagogus, wat de aanduiding was van een slaaf die als oppasser achter een vrijgeboren kind aanliep en zijn spullen droeg. Dergelijke bedienden waren doorgaans van buiten Italië afkomstig en het verwijt hield dus niet alleen in dat Fabius zich door anderen de wet liet voorschrijven, maar ook dat hij geen echte Romein was. De weerzin zat diep en hoewel zijn landgenoten al snel zouden inzien dat het een verstandige strategie was geweest, duurde het nog ruim een generatie eer de dichter Quintus Ennius de erenaam introduceerde waarmee Fabius de geschiedenis zou ingaan, Cunctator, “de man die afwachtte”

Het jaar eindigde met een Romeins succes dat vérstrekkende gevolgen zou hebben. Voordat Hannibal naar Italië trok, had hij Catalonië onderworpen en daar 11.000 man achtergelaten. De Romeinen stuurden er troepen heen die oprukten naar Saguntum, waar een plaatselijke leider naar hen overliep. De stad kon hij niet aan de Romeinen uitleveren, maar hij wist wel de gijzelaars te bevrijden die door de Karthagers werden vastgehouden om zich van de loyaliteit van de Iberische stammen te verzekeren. Niets weerhield de inheemse bevolking er nu nog van de Romeinen te steunen, en ze schaarde zich inderdaad aan de zijde van degenen die hen kwamen bevrijden van de Karthaagse bezetting.

[Wordt vervolgd; de vertalingen uit Livius zijn van Hetty van Rooijen.]